Dwergwerpen

Verlos

Peter en Marieke zitten samen op de bank, zoals eigenlijk altijd. Zij met een kop kamillethee, hij met bier. Hij zapt wat, zonder echt te kijken.
‘We moeten het er toch een keer over hebben, Peter.’
Hij zegt niks. Hij zapt nog een keer. Een naakte vrouw loopt over een strand richting een evenzo naakte man. Zij zegt iets over zijn ‘geval’.
Hij zucht en staat op.
‘Peet..’
Hij loopt naar de keuken om nog een biertje te pakken.
Ze hebben het er al zo vaak over gehad. Meestal loopt hij dan voordat er een besluit is genomen weg. Naar zolder, naar zijn treintjes. Of heel af en toe naar de kroeg.
Nu komt hij terug de kamer in en dat is al heel wat. Hij pakt de afstandbediening en wisselt van kanaal. Het programma Oeps! Een Zesling, op Net 5.

‘We moeten nu wel ongeveer een keuze gaan maken.’ Ze blijft geduldig, ze heeft in dit geval begrip voor zijn positie. Maar ze zit er wel al negen weken mee in haar maag.

Peter zapt verder. Hij komt langs Eurosport, waarop de halve finale van het Europees kampioenschap dwergwerpen aan de gang is. Het liefst wil hij geen keuze maken. Hij wil er überhaupt niet over nadenken. Maar als hij echt moet kiezen, uit alle en dus ook de niet reële opties, dan zou hij dat misbaksel met een geïnfecteerde barbecuetang of de hete pook van een open haard uit haar trekken en het zo hard mogelijk wegslingeren, zoals bij het dwergwerpen. Tegen een muur. Of in een cementmolen, van grote afstand. En dan juichen, precies zoals die immens grote Fin net op de televisie. Maar dat zegt hij natuurlijk niet.
Hij neemt het haar kwalijk, maar niet zó kwalijk. Ergens snapt hij het wel, maar er zijn andere opties geweest. Betere opties. Adopties, bijvoorbeeld. Echt loslaten kan hij het dus niet.

‘Het is nu of nooit, Peet.’
‘Hoe kan ik het kind van een ander opvoeden alsof het van mij is?’
Het verbaast haar dat hij weer eens reageert.
‘Dat is bij een geadopteerd kind toch ook zo? Ik zie het probleem niet. Jij wil toch ook een kind?’
‘Ja, maar jij liet je door een ander neuken. Dat is bij een geadopteerd kind toch niet zo?’
‘Gaan we dit echt weer doen, ja?’
Peter wacht even voordat hij antwoord geeft.
‘Ik ben voorlopig op zolder.’
Hij loopt weg, de trap op. Maar dit keer komt ze achter hem aan. Ze trekt hem aan zijn arm en hij blijft staan, halverwege de trap. Ze gaan terug.
Hij beseft dat niks hetzelfde blijft, in geen enkel scenario. Alles zal anders worden. Hoe dan ook. Het maakt hem razend, ook omdat hij weet wat hij moet doen. Hij loopt naar de keuken, pakt de stapel goede borden en smijt ze op de grond kapot.
Ze schreeuwt, maar het dringt nauwelijks meer tot hem door. Hij hoort haar ratelen over huwelijkscadeaus en familie. Over trots. Ze noemt hem infertiel, of infantiel. Hij weet het niet. Het maakt ook niet uit, hij is het allebei.
Tijdens haar tirade wordt het hem nog duidelijker. Hij wil haar niet kwijt, maar hij wil het echt niet. Hoe erg hij haar het ook gunt. Hij zou er niet mee kunnen leven. En hij gaat het nu eindelijk zeggen.
‘Ik wil dat je het weghaalt of dat je weggaat.’
Terwijl Marieke de trap oploopt om haar koffer van zolder te halen, zit Peter weer op de bank. Hij ziet nog net hoe Finland in de laatste minuut van de verlenging de winnende dwerg werpt en daarmee de finale bereikt.

Standaard