Dwergwerpen

Onderbuikgevoel

Tataa!’, kraait de kleine Siem terwijl hij vanuit zijn box naar me op kijkt. Ik voel schokjes in mijn onderbuik en probeer mijn eierstokken in gedachten tot kalmte te manen. ‘Rustig maar meisjes, jullie komen snel aan de beurt’, is mijn mantra. Ik ben twee maanden geleden gestopt met de pil. Volgens mijn cyclus zou ik vandaag ongesteld moeten worden, maar ik merk nog niets. Gelukkig.

‘Wat een prachtzoon heb je’, zegt Janneke tegen Babette. ‘Maar we missen je wel op kantoor hoor.’
Babette straalt. ‘Het is bijna niet voor te stellen hoeveel ik van hem geniet. Het is zo’n lekker ding. Hij huilt bijna nooit en doet het hartstikke goed.’ Ze schenkt thee in. Ik smelt nogmaals als ik naar de baby kijk, spreek mijn eierstokken weer streng toe en ga dan tegenover mijn collega’s zitten.
Het is Babettes eerste. Janneke heeft er al twee, een jongen en een meisje. Ik ben nog kinderloos. ‘Hoe was de bevalling?’, is Jannekes eerste vraag.
Mijn kop thee blijft ergens voor mijn lippen hangen. ‘Ah, gezellig. Bevallingsverhalen’, mompel ik en ik neem een slok.
Babette laat zich door mijn gemurmel niet weerhouden. ‘Het was ver-schrik-ke-lijk’, brandt ze los. ‘Het duurde eeuwen en er leek geen eind te komen aan die persweeën. Tot ik werd ingeknipt. Toen was het zo gepiept.’
De rest hoor ik niet meer. Ik ben een beelddenker, helaas. Bij de combinatie ‘knippen’ en ‘vagina’ springt mijn visuele vermogen aan. Hoezeer ik me er ook tegen verzet.
Ik zie mijn eigen persende doos voor me. Hier en daar zwerft een verdwaald haartje – Ik ben een optimistische beelddenker – en het is meer dan duidelijk dat er een baby uit gaat komen. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek Rob Verlinden de verloskamer instappen met de grootste heggenschaar die ik ooit gezien heb. ‘Zo mevrouwtje, het gaat niet zo gemakkelijk hè, daar gaan we even iets aan doen’, zegt hij terwijl hij met de schaar een paar keer dreigend een knipbeweging maakt.

Ik schud mijn hoofd om mijn gedachten weg te drukken en neem nog een slok thee. Mijn collega’s zitten druk te kletsen. Ik besef dat ik de helft gemist heb als het woord totaalruptuur valt. ‘Totaalruptuur? Wat is dat ook alweer?’, vraag ik in een vlaag van verstandsverbijstering. Meteen kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan als ergens in mijn achterhoofd een deurtje opengaat met het woordje ‘totaalruptuur’. Ik wéét wat het is. Dat wil ik nog zeggen, maar ik ben te laat. Janneke begint te vertellen: ‘Och meid, ik scheurde volledig uit, tot mijn anus aan toe. En een blóed dat daar bij kwam kijken. Ongelofelijk. Ik wist niet dat een mens zoveel bloed had. Ik heb een paar zakken bijgekregen.’ Ze vertelt dat haar man de standaardgrap over het extra hechtinkje maakte, zodat ze weer net zo strak zou zijn als vroeger. ‘Ik kon hem wel wúrgen. Vooral toen hij er aan toevoegde dat ik ‘toch maar mooi een schattig klein dwergje had geworpen’.’ Ik word misselijk.

Vlak voor we opstaan om naar huis te gaan, voel ik hoe zich in mijn onderbuik een kleine oorlog begint te ontketenen. Menstruatiepijn. Gelukkig.

Standaard