Verhaal #277 • Afgesproken thema: Lingo

Eerste liefde. E.E.R.S.T.E. L.I.E.F.D.E.

Lingo en een bord bami met saté op schoot. Een perfect begin van de avond. Maar niet vanavond.

Op het moment dat mijn magnetron piept, piept ook mijn telefoon. Een privé bericht via Facebook van Purdey. Ik ben verbaasd. De eerste woorden verrassen me: ‘Leuk om jouw verhalen te lezen.’ Ik voel me vereerd. Maar haar bericht gaat verder. ‘Ik wil je ook laten weten dat Aico is verongelukt met zijn motor.’

De klap in mijn gezicht is met vlakke hand en laat een dieprode afdruk achter.

Aico. Ach Aico. Mijn eerste vriendje. De lange jongen, met puistjes en strenge ouders. Hij woonde in de zogenoemde ‘nieuwe wijk’. Die strenge ouders ja, dat was een dingetje. Onderweg naar mijn huis, kwamen we langs zijn huis, dus we fietsten altijd samen. Het laatste kusje werd altijd gegeven op de hoek. Want oh wee, als zijn moeder zou zien dat hij een vriendinnetje had. Dat was uit den boze.

Toen we drie maanden verkering hadden, mocht ik een keer huiswerk komen maken bij hem aan de keukentafel. Zijn moeder zette thee voor ons. Ze wist niet dat we verkering hadden, maar dat deerde niet. Wij dronken thee, oefenden op wiskunde en hielden onder tafel elkaars hand vast.

We waren jong. We waren veertien. Jemig, wat dachten we de wijsheid in pacht te hebben.
Aico leek ouder. Dat kwam door zijn lengte. Ik was stapelverliefd. Vooral in de zomer. We gingen zwemmen met klasgenoten. In bikini en zwembroek. De hormonen speelden op. Natuurlijk; we waren pubers. De middag dat hij me aan de Maas zoende en zachtjes mijn borsten streelde vergeet ik nooit. Hij was de eerste. Verder gingen we niet; we waren veertien en alles wat Meneer van Grinsven vertelde bij biologie was lacherig en vies. Maar toch… Aico streelde en ik voelde me zijn kleine godin.

Later werd ik gemeen. Het was uit. Ik weet niet meer waarom het uit ging, maar ik vertelde stoer aan mijn vriendinnen dat Aico het vriendje was dat ik niet durfde te zoenen omdat ik bang was dat zijn puisten zouden openbarsten. Ik was veertien. Dan zeg je zulke dingen. Officieel had ik liefdesverdriet. Maar dat was niet stoer genoeg.

Aico. In die tijd hadden we onze eerste computerlessen. Nu Google ik in no time zijn naam en zie ik dat hij pas getrouwd was en bij de politie werkte. Tijdens een motorrit werd hij aangereden door een auto.

Zijn strenge moeder is haar lange, puisterige zoon kwijt. Zijn kersverse bruid is haar man kwijt. Het kind in haar buik is zijn of haar vader kwijt. Ik was mijn eerste liefde al vijftien jaar kwijt, maar vanavond verlies ik hem een beetje extra.
Mijn jeugdliefde is niet meer. Laatst nog zag ik hem carnaval vieren. Ik vroeg me nog af of die paar puistjes écht waren, of dat hij misschien als puber verkleed was. Ik gniffelde er om.

‘Motor’, schalt uit de televisie. ‘M-O-T-O-R’, spelt de blonde kandidate correct. Lucille is enthousiast. ‘Jaaaaaa! Motor is het goede woord! Jullie mogen ballen pakken.’
Ik pak de afstandsbediening en schakel de tv uit.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit ‘s-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →

Standard