Verhaal #273 • Afgesproken thema: De Waddenzee

Zoals je een oude vriend kan missen

Ze hadden een huisje gehuurd op het eiland zodat hij in alle rust zijn roman kon afronden. Op haar verzoek zaten ze ook deze keer weer dicht bij het strand, want de zee, zo had ze vaak gezegd in Amsterdam, die moest ze kunnen voelen.
Grote delen van haar jeugd had ze doorgebracht op het Waddeneiland. Bijna elke schoolvakantie stapte het gezin op de veerboot. Het liefst had ze dan ook een tent opgezet op de camping waar ze alles en iedereen kende, maar hij was zo’n moderne schrijver die papier enkel voor aantekeningen gebruikte en pas echt kon schrijven op een MacBook, gezeten achter een stevige, bij voorkeur eiken houten tafel. Jammer vond hij dat wel, het romantische beeld van hun tweeën en een volgeschreven kladblok in een tent terwijl de regen op het doek boven hun kletterde, gaf hem een warm gevoel.
Maar hij was nu eenmaal een laptopschrijver. O wrede, zielloze technologie.

Deze ochtend was hij begonnen met een kop koffie. Ze had hem gekust en was vertrokken naar het strand voor een wandeling. Rond twaalf uur zou hij haar kant op komen om daarna samen ergens in het dorpje te lunchen.

Gisternacht had hij in bed vertelt dat hij eindelijk een idee had hoe de roman zou moeten aflopen en in dat opzicht was de reis naar het eiland nu al vruchtbaar te noemen. In Amsterdam had hij vast gezeten in het verhaal. Er waren al negen dagen voorbij gegaan zonder schot in de zaak en de naderende deadline maakte hem steeds zenuwachtiger. Nogmaals om uitstel vragen bij de uitgeverij was geen optie en hij had inmiddels wel alles geprobeerd, van liters kruidenthee tot aan wortels knauwen met klassieke muziek op de achtergrond.
‘Laten we van het weekend naar ’t eiland gaan,’ had hij gezegd toen ze thuiskwam van het werk.
‘Is het weer zover?’ vroeg ze lachend en die avond nog belde ze met haar baas voor een vrije maandag zodat ze een mooi, lang weekend voor de boeg hadden.
Al op de boot begon de ontknoping van het plot in z’n hoofd vorm te krijgen. De zeelucht stelde hem nooit teleur wat dat betreft. Zwijgend stonden ze te kijken over de reling en zo nu en dan wees ze hem een zeehond aan. Hij knikte en dacht dan weer verder aan de hoofdpersonen van zijn roman die na twee jaar schrijven steeds meer begonnen te lijken op oude vrienden die misbruik maakten van zijn eens zo enthousiaste gastvrijheid.
Die avond, nadat ze het huisje bewoonbaar hadden gemaakt en het nodige uit hun koffers hadden gepakt, liepen ze voor het eerst dat weekend over het strand. ‘Ik ben blij dat we er weer zijn,’ zei ze. ‘Ik kan de zee missen zoals je een oude vriend kan missen.’ Hij had haar hand gepakt en gezoend, dankbaar voor die sleutelzin.

Nu was het taak het bedachte einde de tekstverwerker in te krijgen. Hij dronk zijn koffie op en begon met typen.

Het was iets over twaalven toen hij haar ontmoette aan de rand van het strand. Het was een grijze dag en de wind speelde wild met haar lange haren. Was het ook de wind die hem ineens een beeld van haar als klein meisje rennend over het strand door zijn hoofd deed waaien? Het ontroerde hem. Ze was hem zoveel waard en hij wist hoe belangrijk dit eiland voor haar was. Met elke stap op dit strand stapte hij verder haar jeugd binnen. Misschien moesten ze over een paar weken, als alles was afgehandeld met de uitgeverij, nog maar eens terugkomen, maar dan met een tent.
‘En?’ vroeg ze. ‘Af?’
Hij knikte en pakte haar hand. Langzaam liepen ze verder. Het was buiten het seizoen, het was rustig op het strand.
‘De zee is wild vandaag,’ zei hij. ‘Als een malle gaat ze te keer. Kijk, die golven.’
‘Heerlijk,’ antwoordde ze. ‘Niks zo lekker als uitwaaien op het strand, met je haren in je gezicht. Alsof de rest van de wereld er even niet meer is.’
Ze liepen verder, ze wees een zeehond aan in de verte en hij knikte.
‘Het was eigenlijk heel simpel. De urn nemen ze stiekem mee uit de aula en vluchten ermee naar het eiland,’ legde hij uit. ‘Diezelfde nacht strooien ze ‘m uit over de zee. Het was haar vaders laatste wens.’
Het begon zachtjes te regenen en snel klapte hij de meegebrachte paraplu open. Het warme tentgevoel kwam steeds dichterbij.
‘Prima einde,’ zei ze. ‘Kijk, daar nog een zeehond.’
Hij keek en knikte, al spelend met een idee voor zijn volgende roman.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard