Crematie

De bezinking was nog verre van voltooid

Een fatsoenlijk antwoord had ik niet meteen paraat. Ze keek me met brandend verlangen aan, maar het bleef stil van mijn kant. Het was ons eerste afspraakje en ze was nog niet op de hoogte van het feit dat ik het type ben dat overwegend veel bedenktijd nodig heeft. Ik ben een bezinker. Ik luister, knik zelfs, maar een welgevormde reactie laat vervolgens op zich wachten. Achter mijn bril, in mijn hoofd, begint dan echter met horten en stoten een hele machine op stoom te komen. Daar wordt de toegediende informatie ontleed en beginnen diverse mogelijke antwoorden langzaam vorm te krijgen. Pas wanneer de bezinking succesvol is voltooid, vindt een op dat moment gekozen winnaar der antwoorden zijn weg naar buiten.

Op het kantoor heb ik er beduidend minder last van. Als onverhoopt een klant belt met een prangende vraag dan lees ik vastberaden de post-it op mijn monitor voor: “Hartelijk bedankt voor uw telefoontje. Ik ga het alhier op de afdeling overleggen en kom er dan bij u binnen afzienbare tijd op terug.”
Die afdeling dat ben ik, in mijn eentje.
Bijna altijd vraag ik ook nog naar een e-mailadres, voor het geval dat de vraagsteller, om wat voor reden dan ook, niet in staat is mijn beloofde terugbeltelefoontje op te nemen en ik spreek liever niet uw voicemail in met deze betrouwbare informatie, mijnheer Van Zanten. Bedrijfspolicy, dat begrijpt u vast ook wel.
Naar het e-mailadres dat genoteerd staat op de post-it naast mijn toetsenbord, stuur ik dan in alle gevallen een paar uur later een goed uitgewerkt antwoord. Vlak voor de ondertekening type ik als voorzorgsmaatregel de twee zinnen die ik al jaren gebruik wegens uiterst succesvol zijn: “Helaas ben ik per telefoon vaak lastig bereikbaar op de afdeling. Als u toch nog meer vragen heeft, gelieve deze per e-mail stellen en ik zal er vervolgens binnen afzienbare tijd bij u op terug komen met een voor ieder bevredigend antwoord.”

Misschien is het nu verstandig te vermelden dat werken op een kantoor niet mijn gedroomde bezigheid is. Het is helaas noodzakelijk, mijn eerste roman bevindt zich nog in de zowel spannende als netelige voorbereidende fase die zich in de persoonlijke financiële sfeer vooral kenmerkt als onbetaald zijn en in eigen uren zwoegend achter de computer zitten.
Ik vermoed dat meer grote schrijvers gebukt gaan onder de kwaal van het niet tijdig van repliek kunnen dienen wanneer deze of gene vanuit het niets het vuur aan de schenen wordt gelegd. Echte schrijvers zijn tobbers, binnenvetters en analyseren alles en meer en dan nog een keer. Het resultaat van dat proces is dan op schrift een treffend verwoord antwoord, maar het formuleren van een goede repliek in een actieve sociale situatie vergt echter een heel andere aanpak. Kortom, het blijft behelpen.

Mijn afspraakje werd nu ongeduldig. Weliswaar zaten wij pas twintig minuten tegenover elkaar, met de informatie van haar online profiel aangevuld met enkele fysieke kenmerken die ik ondanks het zwakke licht in het etablissement aardig had kunnen analyseren, wist ik reeds zo goed als zeker dat ik bezig was haar nu al op de zenuwen te werken middels mijn hapering in het ontluikende vraag-en-antwoordspel.
‘Joris, ik wil nu een antwoord, ’ zei ze stellig. ‘Ik begin haast het idee te krijgen dat je veel leuker bent per e-mail.’
De angst dat ze me nu al doorgrond had tot in de kern van mijn ziel viel als een natte mantel over me heen. ‘Begraven,’ zei ik dan maar haastig. Te haastig voor mijn doen, de bezinking was nog verre van voltooid. Nee, het was niks meer en niks minder dan een wanhopige poging de avond te redden van een vroege dood.
‘Omdat cremeren meteen zo definitief is?’ vroeg ze.
Ik knikte. Dat was inderdaad een van de redenen die in de machinekamer van mijn hoofd levensvatbaar was gebleken. Maar of het de belangrijkste was, dat viel wat mij betreft nog altijd sterk te betwisten.
‘Ik denk dat ik me daar wel in kan vinden,’ zei ze. ‘Jouw beurt nu.’
Uit de zak van mijn pantalon haalde ik een post-it en las ’m met haperende stem voor: ‘Als je voor de keuze komt te staan, ben je dan liever doof, maar wel een begenadigd schrijver óf blind, maar wel een goedverdienende talkshowhost?’

Standaard