Verhaal #263 • Afgesproken thema: Crematie

Boven verder

We waren net een half uur terug en ik was in bad gegaan. De serene rust van de badkamer stak schril af tegen onze slaapkamer hiernaast. Daarin stond haar moeder met een grote machine het zwartgeblakerde behang van de muren te strippen, terwijl een concertregistratie van Nightwish uit de door haar meegebrachte draagbare radio klonk. Ik wist dat ze haar lange, zwarte jurk nog aan had.
Ergens was de situatie grappig. Iedereen heeft zijn eigen manier van verwerken, laat ik het daar op houden. Ik had geen energie meer gehad om er tegenin te gaan, en zij had ook gelijk toen ze zei dat ik hier niet kon blijven wonen. Maar het ging mij allemaal te snel, vooral vandaag. Ik wilde nog kunnen kijken. Naar de muren. Naar hoe het eruit zag, naar waar ze had gelegen. In ons bed, onze eerste aankoop samen. Ik haalde diep adem, gleed onderuit en dompelde mezelf helemaal onder. Even hoorde en zag ik helemaal niets. Even leek het allemaal niet waar te zijn. Toen ik bovenkwam, opende ik mijn ogen lange tijd niet. Maar ik moest wel.

Even later zaten we op klapstoelen aan de keukentafel, haar moeder en ik. Op het aanrecht liet een koffiefilter heet water door zich heen druipen. Op het vuur stond een pannetje melk.
‘Ik wil niet dat je verder gaat.’
Ze reageerde niet.
‘Ik kan hier de rest van de maand in ieder geval nog blijven. Ook om iets anders te zoeken,’ ging ik verder.
Ze zei niks.
‘Mij maakt het niet uit en de politie hoeft hier ook niet meer te zijn. Ik denk dat ik het wel fijn vind.’
De koffie was gestopt met druppelen en ik stond op om in te schenken.
‘Ik wil niet zo’n ontzettende melkbak, hoor. Moeten die rode ratten niet eten?’ vroeg ze.
Met die rode ratten bedoelde ze Billy en Mick, onze katers die elkaar door de keuken joegen. Billy was echt van haar geweest, terwijl Mick mijn favoriet was. We hadden ze uit het asiel gehaald, een week nadat we hier in waren getrokken. Wat er met hen moest gebeuren wist ik ook niet.
Ik liep naar de kast om brokjes voor de katten te pakken.
‘Ik wil echt niet dat je verder gaat met die kamer,’ zei ik tegen haar moeder. ‘Niet nu.’
‘Weet ik, jongen.’
Ik stond op en gooide een nog verpakte verfroller tegen de muur.
‘Het is ons huis,’ riep ik voor me uit. ‘Het is ons huis.’
‘Het is..’ Ik pakte de koffiekan en smeet ook die door de kamer. ‘..ons huis!’
Ze liet me begaan. Ik schopte een keukentrapje om. Ik pakte de keukentafel van onder vast en keerde hem met grote kracht ondersteboven.
Toen er niks meer in mijn buurt was om mee te gooien, hing ik zwaar ademend met mijn rug tegen de muur.
En toen keek ik haar moeder recht in haar ogen aan. Haar gezicht was bleek, haar ogen omringd door het zwart van nachten zonder slaap. Ze zat nog altijd op haar klapstoel, het enige wat overeind was gebleven.
Ze stond op en zei: ‘Dan ga ik boven maar weer verder.’



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard