Moeders

Paasbrunch

Mama heeft de mooie borden uit de kast gehaald. De borden van oma waar ze altijd zo voorzichtig mee is, met een gouden randje en oudroze bloemen.

Ze heeft brioche gekocht bij de Albert Heijn en verschillende soorten afbakbroodjes in de oven gedaan. De gekookte eieren blijven warm in een theedoek die bij het tafelkleed kleurt.
‘Doen jij even open?’ vraagt ze als de bel gaat. Ze is zelf te druk bezig met het uitpersen van zes grapefruits.
Clara komt de drie trappen op gestampt en ik zie meteen dat het mis is. Ze hangt haar jas te ruw aan de kapstok, stoot bijna de bus waterafstotende spray van de schoenenkast.
‘Hoe is het?’
Ze trekt haar wenkbrauwen hoog op. ‘Goed hoor, prima.’
Het is bijna altijd mis met Clara. Even heb ik gedacht dat het beter zou gaan nu ze op kamers woont, en de eerste paar keer dat ze bij ons kwam eten leek het daar ook echt op. Maar het duurde niet lang of zij weer stond te gillen, mama zat te huilen en er op de grond een bord in scherven lag.
Mama roept iets vanuit de keuken, niet te verstaan door het geloei van de elektrische citruspers.
‘Ze heeft bedacht dat we eieren gaan verven.’
‘Wat?’
Ik maak een schilderbeweging. ‘Eieren. Verven.’
‘Niet serieus, toch?’
Ik haal mijn schouders op. Clara rolt met haar ogen en ploft neer aan tafel. Met spitse vingers trekt ze een snee brioche aan stukken boven een van oma’s borden.
‘Lieverd, even wachten tot ik klaar ben.’ Mama geeft haar een zoen. ‘Hartstikke gezellig dat je er bent, hoor!’
‘Wat heb je er veel werk van gemaakt.’
‘Ja, ik dacht: de eerste Paasbrunch sinds jij niet meer hier woont. Daar moeten we toch iets speciaals van maken.’
‘Ik ga geen eieren verven.’
‘Dat is toch leuk, net als vroeger. Eentje maar.’
‘Ik ben geen kind meer. Ik doe het niet.’
Op mijn veertiende verfden we voor het laatst eieren. Mama maakte er hele kunstwerken van, ik probeerde haar zonder succes te evenaren. Clara werkte de hele middag aan één ei en elke keer dat het mislukte werd ze chagrijniger. Uiteindelijk doopte ze het in de zwarte verf en verdween vloekend naar haar kamer. Het zwarte ei hangt nog elk jaar in de Paastakken.
‘Goed. Prima, hoor,’ zegt mama. Ze haalt de broodjes uit de oven en legt ze in een mandje. ‘Het leek me zo leuk, maar misschien hang ik te veel aan onze tradities van vroeger.’
Clara plukt verder aan de brioche, haar ogen op haar bord. ‘Dat doe je inderdaad.’
Ze is gefrustreerd om iets, haar studie, haar huisgenoten of misschien iets met een jongen, en ze komt hier om het af te reageren. Als een kat op jacht zit ze muisstil te wachten tot er iets langskomt dat ze kan pakken, terwijl alleen het puntje van haar staart beweegt.
‘Laten we het wel gezellig houden!’ De glimlach die op mama’s gezicht staat is uit haar stem verdwenen.
‘Doe ik iets verkeerd?’
‘Nee lieverd, je doet niks verkeerd. Het lijkt me alleen leuk om gewoon gezellig deze brunch te houden, zonder problemen.’
‘Wat bedoel je, problemen?’
‘Niks, lieverd.’
Maar Clara heeft beet. ‘Als je het niet leuk vindt dat ik kom, moet je me niet meer uitnodigen.’
‘Ik zeg niet dat ik het niet leuk vind. Heel leuk zelfs. Maar misschien kun je je best doen om een keer…’
‘Om een keer wat?’
‘Gewoon, ik…’
Ik heb medelijden met mama, hoe ze daar staat met het broodmandje in haar ene hand, de ovenwant nog in haar andere. Als Clara opstaat schrapen de poten van haar stoel hard over het laminaat.
Nog even en de bui barst los. Ik doe waar ik het best in ben, en breng oma’s borden naar de keuken.

Standaard