Verhaal #243 • Afgesproken thema: Razernij

Scène

Op dezelfde manier dat je kan vinden dat hoe jij door de stad fietst de videoclip van het nummer dat je luistert zou moeten zijn, waant Martin zich in een filmscène.

Hij rijdt veel te hard in een auto, de nacht is net vertrokken en naast hem ligt zijn slapende vrouw in de passagiersstoel. De muziek uit de radio doemt op zoals de bergen aan de horizon verschijnen. Rustig, gestaag. Onvermijdelijk. De intro is haast niet hoorbaar, wordt langzaam harder. Het licht is net fel genoeg om wolken van berglandschap te kunnen onderscheiden. Er is nog geen refrein geweest, hij weet dat dat op een belangrijk moment met veel volume ingezet kan worden. En misschien dat er dan wel iets ergs gebeurt.
Ze wordt wakker. Meteen schiet ze in de houding waar hij de afgelopen vijf jaar aan gewend is geraakt. Ze haalt haar voeten van het dashboard en wrijft met haar handen over haar armen. Het dekentje valt van haar af, op de tas met broodjes. Ze gaat van snikken naar beginnen te huilen.
‘Het komt allemaal goed,’ zegt hij, rustig voor zich uitkijkend, naar de weg. Zoals acteurs dat doen.
‘Wat?’
‘Alles.’
Druppels condens staan op de voorruit, ziet hij.
‘Hoe weet je dat?’
‘Dat is gewoon zo.’ Hij zou van die leren autohandschoenen willen.
Nu huilt ze helemaal.
Ze zou toch nog om allerlei dingen kunnen huilen, denkt hij. Het lijkt een goed idee om het gewoon te vragen.
‘Waarom huil je nu precies?’
Ze huilt vaak en om allerlei dingen, maar de laatste jaren weet ze niet meer waarom. Vaak genoeg heeft ze gezegd dat ze niet wist waarom ze huilde, om het niet te hoeven vertellen. Maar ze weet het echt niet. Ze ademt diep en kort, alsof ze de ruimte probeert vrij te maken. Maar het zit te ver.
‘Ik weet het niet,’ zegt ze. Hij moet zijn best doen om het te verstaan.
‘Rustig maar,’ zegt hij.
Ze draait zich om en krult zich met opgetrokken knieën op in de stoel.
De soundtrack van de scène heeft intussen de eerste keer refrein achter zich gelaten, maar er is niks gebeurd. Hij zit niet in een film.

‘Is het omdat de hond dit jaar niet meekan?’ Hij vindt het zelf ook niet leuk om te vragen.
Ze geeft geen antwoord meer. Hij legt zijn rechterhand op haar rug en wrijft.
Vroeger ging hij er anders mee om. Dan ontsprong hij in woede, omdat hij zijn vinger maar niet op de zere plek kon leggen. Omdat ze niet kon vertellen wat er was.
En nu is er niks anders, behalve dat hij zich in een film waant. Daar wil hij als Jack Nicholson in A Few Good Men zijn. Hij laat een denkbeeldige piramide van al zijn gevoelens die hij al die jaren heeft opgebouwd op haar in elkaar storten. Maar hij zit niet een film. Hij zit in de auto met zijn vrouw en hij weet wel beter dan weer in woede te ontspringen.
‘Heb je de bergen gezien? Soms kun je ze al zien. Na de bocht komen ze, lieverd. Na de bocht.’



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard