Razernij

Gespeelde emotie

‘Wie denk jij in Godsnaam wel niet dat je bent?’

Marlous keek verbaasd naar Hannie’s boze gezicht en barstte in lachen uit. Hannie zou er nu eigenlijk gevaarlijk uit moeten zien, maar met haar 157 centimeter zou haar dat nóóit gaan lukken.
‘Waarom lach je nou’, vroeg Hannie. ‘Zo lukt het toch nooit.’ Marlous keek haar schuldbewust aan en grinnikte nog na. ‘Nee, sorry. Ga door. Ik luister.’
‘Wie denk jij in Godsnaam wel niet dat je bent?’, krijste Hannie weer. Marlous probeerde serieus te reageren, maar het lukte niet. De lach borrelde op in haar onderbuik en baande zich een weg naar boven tot ze het – ze kon het echt niet tegenhouden – weer uitgierde van het lachen. ‘Echt Han, je ziet er zo belachelijk uit als je boos bent!’, hikte ze.

Hannie sloeg haar in het gezicht. ‘Shit, Han. Wat doe jij nou! Je hoeft niet meteen zo beledigd te reageren hoor.’
‘Ik wilde je even tot bedaren laten komen’, bitste Hannie. ‘Ik vraag het je nog één keer: Wie in Godsnaam denk jij wel niet dat je bent?!’
Hannie mocht dan wel klein zijn, maar haar klap was venijnig hard geweest. Het lachen was Marlous vergaan. ‘Sorry’, reageerde ze. ‘Ik zal het nooit meer vragen.’
‘Wat voel je daar nu bij?’, klonk het ineens van de zijkant. Jan was opgestaan.
‘Jezus Jan, wat ben jij. Een psycholoog ofzo?’
‘Nee, maar je moet er toch iets bij vóelen als je sorry zegt. Je zegt dat niet voor niets. Meen je het echt? Of zeg je het alleen maar om er vanaf te zijn?’
Marlous wipte ongeduldig van haar ene been op de andere. Wist zij veel waarom ze sorry zei. ‘Probeer het nog eens’, zei Jan. Marlous zuchtte. Achterlijke gast.
‘Wie denk jij in Godsnaam wel niet dat je bent?’, schreeuwde Hannie weer. De lach borrelde weer op, maar Marlous wist hem tegen te houden. ‘Sorry.’
Het bleef stil. Iedereen keek naar haar. Ze keek onzeker terug. ‘Sorry wát?’, vroeg Jan.
‘Oh. Eeh… Sorry, ik zal het nooit meer vragen’, herhaalde Marlous.
Jan brak weer in: ‘En wat vóel je nu? Ik wil dat je het niet alleen zégt, maar ook vóelt. Probeer het eens in verschillende emoties te zeggen. Boos, verdrietig, blij, angstig en nonchalant. Hup, aan de gang.’ Marlous probeerde het, maar haar gezicht bleef staan zoals het stond en gevoelens oproepen lukte niet. Jan zuchtte. ‘Stop er maar mee Marlous. Het lijkt me beter als we iemand anders de rol van kraanmachinist geven. Het wordt me pijnlijk duidelijk. Jij kunt echt niet toneelspelen.’

Het drong tot Marlous door wat hij zei. Haar rol werd haar afgenomen. Hij vond haar een slechte actrice. Hoe kon hij dat nou zeggen? In de schoolmusical had ze de titelrol in Alice, het vermiste meisje gespeeld. Ze had weliswaar pas in de laatste scène twee zinnetjes tekst gehad, maar dan nog.
Het. Was. Wel. De. Titelrol.
Haar oren begonnen te suizen en ze zag een rode waas voor haar ogen. Ze balde haar vuisten en het zweet brak haar uit. ‘Wie denk jij in Godsnaam wel niet dat je bent?’, brulde ze en ze stortte zich woest bovenop Jan.

‘Juist Marlous, dat bedoelde ik dus met het voelen van emoties’, murmelde Jan even later vrijwel onverstaanbaar terwijl hij zijn bloedende lip droogdepte.

Standaard