Verhaal #239 • Afgesproken thema: Ontslagen

De Gewenning van de Wanhoop

‘Je bent ONT-SLA-GEN,’ herhaalde Slager Slangenleer vergeefs voor de veertiende keer.

Een ons lager?’ Jeffrey liet het stuk vlees onder de toonbank zakken. ‘Zo laag?’
Op deze manier werd het een stuk pijnlijker alsook een even groot, afgewogen stuk duidelijker dat slager Slangenleer zijn veel meer stom dan dove zoon moest laten gaan. Nou was het niet de eerste keer dat de man, die al vanaf het moment dat zijn betovergrootvader ook maar overwoog om ooit kinderen te nemen voorbestemd was om slager te worden, zijn zoon wilde degraderen van slagershulp tot enkel nog slagerszoon. En iedere keer begreep Jeffrey er weer geen enkele zak van. Het dreef Slager Slangenleer keer op keer tot een wanhoop waar hij tot op zekere hoogte uiteindelijk aan gewend was geraakt. Hoe kon hij zijn bloedeigenste zoon nou ontslaan? Dat bedoelde hij vooral in de letterlijke zin van de zin, en niet op een soort emotionele wijze.

Slager Slangenleer had toen maar eens om advies gevraagd. Hij had een spoedvergadering in het leven geroepen met collega-ondernemers uit de buurt, die vooral bekend stond als de bakermat van mensen die geen ene kankermoer om anderen gaven.
Na wat gekibbel over of de bijeenkomst een bijzondere naam zou moeten dragen en de daar weer uit voortgevloeide discussie of Operatie Amor Fati (een bedenksel dat die avond overigens de enige bijdrage was geweest van Schoenmaker Schandpaaljas) daarbij wel op rechtschapen wijze als beste uit de bus was gekomen, had Bakker Benedictus IV hem verteld dat er eigenlijk niks mis was met nepotisme en dat de beste organisaties er gebruik van maakten. Vooral het door de vingers zien van iemands fouten, lankmoedigheid bij bestuurlijke en strafrechtelijke sancties scheen in de beste kringen voor te komen. Veel had Slager Slangenleer daar vanzelfsprekend niet aan gehad, hij wilde immers juist van zijn zoon af, maar hij wist natuurlijk ook dat de vierde Bakker Benedictus aller tijden geen enkele fuck om hem gaf. De vraag van de kroegbaas van Café Common Courtesy had verrassend genoeg weldegelijk wat hout gesneden. Of Slager Slangenleer de boodschap al in een soort van briefvorm had gegoten. Het antwoord was een halfvolmondig en schamper neetje geweest. Slager Slangenleer schaamde zich ervoor er nog niet op gekomen te zijn om het Jeffrey op een briefje te geven. En dat bedoelde hij vooral in de letterlijke zin van de zin, niet op een wijze van spreekwoordelijke aard.

En zo geschiedde dat Slager Slangenleer zijn zoon een briefje overhandigde met drie woorden erop waarvan je zou vermoeden dat die het voor Slager Slangenleer zo gewenste effect zouden sorteren. Je Bent Ontslagen, stond er in hanenpotige letters op een gelig papiertje met een plakkerig randje.
Jeffrey Slangenleer keek op naar zijn vader. En dan vooral in de letterlijke zin van de zin, want hij vond zijn vader vooral een hele mongool van een manmens. Hij vond zijn vader eigenlijk, zoals men dat in de slagerij noemt, een ontzettende bokkelul. Jeffrey Slangenleer was natuurlijk allang gewend aan de wanhoop die zijn vader intussen helemaal krankjorum aan het maken was, en dus besloot hij zich nog een laatste keer, voor de zogeheten fun of it all, van de domme te houden.
Hij schreeuwde: ‘Aan wie moet ik dit geven dan? Waar moet ik het opplakken?’



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard