Verhaal #238 • Afgesproken thema: Ontslagen

Nederlands enige suikerbietgigant sedert 1854

Het had André van Duinpan zelf ook wel verrast dat hij was uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek voor een functie waar hij drie weken eerder, bij nota bene hetzelfde bedrijf op dezelfde locatie, voor was ontslagen.

Wie niet nog eens waagt, wie niet nog eens wint” had hij bij het posten van de brief gezegd en dat bleek maar weer eens.

Hij deed zijn das goed en gaf zichzelf via de spiegel een knipoog. Dit werd een eitje: vanmiddag om drie uur werd André zijn eigen opvolger bij Atema’s Suikerbieten, Nederlands enige suikerbietgigant sedert 1854. Hij wist immers precies wat ze zochten en sinds 3 weken op staande voet ook wat voor perverse handelingen ze vooral niét zochten in een suikerbietanalyticus.

Opgewekt parkeerde André zijn Peugeot op de plek waar hij altijd parkeerde: dicht bij de nooduitgang van de suikerbietfabriek, want je wist het maar nooit met die terroristen. André had het vaak geroepen in de fabriek, op het parkeerterrein en zelfs in de kantine tijdens bloedworstwoensdag, maar na een tijdje had hij het gevoel gekregen dat men niet naar hem luisterde. Ja, André voelde zich als Noah en zijn met kogelwerend glas bedekte Peugeot was zijn ark.

André stapte de ark uit, klopte ter check even op zijn hoofd en snoof zijn longen eens goed vol met die weeïge suikerbietgeur waar wetenschappers eens van gezegd hadden dat jarenlange blootstelling in vrijwel alle gevallen leidde tot het kwijtraken van de grip op de realiteit om uiteindelijk vast te blijven zitten in het drijfzand van eeuwig absurdisme.
Maar dat was allemaal iets te poëtisch voor André.
‘Ach dat drijfzand,’ schamperde hij eens tegen de bedrijfsarts op een uit de hand gelopen babyshower. ‘Drijfzand zit tussen de oren. Plus ik heb een ark.’

Claudia van de receptie kon haar verbazing niet verbergen toen ze haar huidige ex-collega het pand van Nederlands enige suikerbietgigant sedert 1854 zag binnenstappen.
‘André van Duinpan!’ riep de regerend wereldkampioen sjaal breien op de 400 meter vrije slag dan ook verbaasd en vooral buitensporig hard door de receptie. ‘Wat doe jij hier in hemelsnaam? Moeten we je nog een keer ontslaan?’
Ze was er bij opgestaan uit haar versleten bureaustoel en beide breipennen vielen op de grond als een karig mikadospel.
De uitbarsting had André niet van zijn stuk gebracht. Hij kende Claudia van de receptie immers al langer dan vandaag. De afgelopen dertien jaar was hij gewend geraakt aan haar constante geschreeuw en hij was zelfs een beetje gesteld geraakt op de oude breister en haar luidruchtige nukken. Als teken van zijn goede bedoelingen deed André zijn fietshelm af en legde ‘m op de balie.
‘Hee hallo, Claudia,’ zei hij. ‘Ik kom voor mijn sollicitatiegesprek. Met Hank de Kleinigheid, van personeelsbeleid. Kun je hem even roepen?’
De oude vrouw zuchtte en ging weer zitten in haar bureaustoel. Ze rochelde even en zei toen: ‘Vreselijke nieuws: Hank is vanochtend ontslagen. Niet alleen was hij slecht met namen en gezichten, hij knoeide ook nog eens met de cijfers. ’
‘Met de cijfers?’ vroeg André. ‘Dat is merkwaardig. Cijfers zijn z’n leven. Z’n leven, zeg ik je.’
‘Tja,’ zei de Claudia de breier. ‘Wat doe je er aan. Ga anders even rustig zitten voordat je weer naar huis gaat om vacatures te googlen.’
André pakte zijn fietshelm van de balie en al sloffend naar de stoelen in de wachtruimte deed hij hem op. Het gespje bungelde los langs zijn slapen. Toen zei hij: ‘Ik snap het niet. Nummertjes waren z’n alles, Claudia. Z’n alles. Ik kan me herinneren dat Hank de Kleinigheid mij eens tijdens een schriftelijke brandoefening vertelde dat hij met zijn vrienden Jean Immens, niet de bekende boekhouder met dezelfde naam, en de kreupele Matthias van Haspelt een clubje was begonnen waar ze elkaar elke week hun 500 favoriete getallen stuurden.’
‘Klopt,’ zei Claudia. ‘Heeft hij mij ook eens vertelt tijdens een verrassend leuke babyshower. Noemden ze Het Cijfersgenootschap, als ik me niet vergis.’
‘Geen extra zorgen, ik pin je er niet op vast,’ zei André.‘Maar volgens mij heb je gelijk, oude vrouw. Sterker nog, de volledige naam schiet mij nu ineens te binnen als een hete breipen door de boter: Het Cijfersgenootschap De Voorheen Lage Balkonzijde.’
‘Ach ja,’ zei Claudia. ‘Nu weet ik het ook weer. Hadden ze het niet opgericht op de ochtend nadat Jean Immens zijn huis verbouwd had en eindelijk weer goed uit het benedenraam kon kijken? Hij bleek ineens een tuin te hebben.’
‘Dat weet ik allemaal niet, hoor,’ antwoordde André. ‘Van Jean Immens weet ik alleen dat hij een geweldige boekhouder was, van haast een poëtische grootheid. Niemand kon beter zeven op negen laten rijmen. Voor de rest ben ik ben maar een eenvoudige suikerbietanalyticus.’
‘Een vóórmalig suikerbietanalyticus,’ zei Claudia gevat en de oud-collega’s moesten er beiden heel hard om lachen en zo werd het ondanks het plotselinge ontslag van cijferfetisjist Hank de Kleinigheid alsnog een mooie dag bij Atema’s Suikerbieten, Nederlands enige suikerbietgigant sedert 1854.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard