Verhaal #231 • Afgesproken thema: Vacature

Zombies

Jos veegt de korrels slaap uit zijn ogen en bekijkt ze op zijn vinger.

Ze zijn onderontwikkeld, hij wil dat ze langer de tijd hadden gehad. Met tegenzin die in de spiegel extra zichtbaar lijkt, zet hij het scheerapparaat tegen zijn kin. Het zal toch wel niks worden.

Onder de douche volgen de doemgedachten elkaar in zo’n hoog tempo op, dat hij met zijn rug tegen de muur achter hem moet leunen. Langzaam zakt hij met zijn billen langs de tegels naar de badrand. Zijn hoofd valt met open mond naar achter. Z’n nekwervel maakt een knakkend geluid, dat hem kort een gevoel van opluchting geeft. Hij voelt aan zijn hoofd, op de plek waarvan hij meermaals ten onrechte heeft gedacht dat er een tumor achter schuilt.

Zijn pak, dat hij gisteravond heeft moeten afstoffen, hangt al klaar aan de hanger. Het is grijs en hij heeft er een geblokt overhemd bij uitgezocht. Een stropdas hoeft hij niet te kiezen. Hij heeft er maar één, een schuin gestreepte van oranje en blauw. Gekregen van zijn zwager, de man van zijn zus.

Tijdens het ontbijt twijfelt hij over een extra kopje koffie. Hij wil straks scherp zijn, maar niet het risico lopen dat hij daar gelijk naar het toilet moet of te erg uit zijn mond ruikt. Hij smeert eerst maar een boterham met jam. Hij snijdt hem in acht kleine stukjes en brengt ze met een vork één voor één naar zijn mond. Hij kijkt omhoog en mompelt zijn sterke punten. Hij kent ze, denkt hij. Hij vloekt – de mouw van zijn colbert hangt in de jam. Dan maakt hij een boterham met pindakaas, ook in acht stukjes. Dan belegt hij er nog twee met worst. Er is niks vervelender dan een knorrende maag tijdens een sollicitatiegesprek. Jos drinkt drie koppen koffie.

In de spiegel op de gang bekijkt Jos zichzelf. Het colbert steekt onder zijn lichtgroene winterjack uit. Hij draait zijn linkerwang naar de spiegel. Dan zijn rechter. Het zal wel. Hij bekijkt zijn gezichtsuitdrukking als hij nog een keer zijn motivatie oefent.

Jos controleert drie keer of hij de deur goed achter zich dicht heeft gedaan. Hij loopt naar de bushalte. Met zijn tong voelt Jos wat broodkruimels in zijn kiezen en hij vraagt zich af of hij hierdoor voedingsstoffen tekort komt en of dit de oorzaak van zijn aanhoudende vermoeidheid kan zijn.
Bij de bushalte kijkt hij om zich heen en telt de mensen. Acht mannen, zes vrouwen. Waarschijnlijk staan zij er allemaal vaker. Hij hoopt dat hij het zal kunnen. Elke dag, om dezelfde tijd, dezelfde bus nemen. Hij voelt aan een ader in zijn voorhoofd.

Jos ziet dat de rugzak van de man voor hem openstaat. Hij twijfelt om er iets van te zeggen. Het is hier ook zo stil, denkt hij. Zouden meer mensen elkaar hier observeren?
Toch besluit hij iets te zeggen.
‘Pardon, meneer. Uw tas staat open. Het kan zijn dat dit de bedoeling is, maar ik denk..‘ Voordat hij zijn zin af kan maken, heeft de man zich schichtig omgedraaid en zijn tas dicht geritst. Jos haalt zijn schouders op. De bus komt eraan.

In de hal van het grote kantoorgebouw haalt Jos nog eens diep adem. Bij de balie vertelt een vriendelijke vrouw hem dat hij even plaats mag nemen. Er zitten meer mannen in de wachtruimte. Een van hen zit met zijn been te trillen. Een ander pakt koffie uit een automaat en kijkt eens rond. Jos verwacht een vraag als ‘iemand anders nog wat?’ en probeert te bedenken wat hij dan zal antwoorden, maar het blijft gelukkig stil. Dan wordt Jos geroepen, hij mag naar binnen.

Maandagochtend ziet Jos dat de man van de open rugzak hem ziet. Jos begroet hem met de zojuist voor de spiegel vervaardigde glimlach. De man wendt vlug zijn blik af en draait zich schichtig om.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard