Kerst

Alleen tussen ons

Ik ben onderweg naar mijn ouders. Dit jaar vieren we het op tweede kerstdag.

Het is lang reizen met de tram, trein en bus, maar gelukkig valt het met de drukte mee. De reis gaat voorspoedig, er is nog niemand gesprongen.
Een oude vrouw zit tegenover me in het vierzitje, ingestapt in Zwolle. Een grote tas op de stoel naast haar.
We passeren station Meppel. Het gaat snel, maar ik kan het naambord nog lezen.
‘Was dat Meppel?’ vraagt ze.
‘Ja, dat was Meppel,’ antwoord ik.
‘Vroeger stopte de trein altijd op station Meppel,’ zegt ze.
Ik glimlach. ‘Dat doet-ie nog steeds, hoor. Maar dit is de Intercity. Wij stoppen alleen nog in Assen. De sprinter stopt in Meppel.’
‘O ja natuurlijk, de Intercity.’
‘Yep, de Intercity.’
Ik sla het boek weer open dat ik heb gekocht op Amsterdam Centraal. Het kost me beduidend veel moeite om verslingerd te raken aan het verhaal. Een jongen die zijn vader heeft verloren aan kanker en daardoor in zijn verdere leven het moeilijk vindt om zich over te geven aan de liefde aangezien uiteindelijk toch iedereen alleen over blijft. Zware kost, ik moest weer eens met iets literairs aan de kassa van de AKO komen.
‘We hebben vier jaar gewoond in Meppel,’ zegt de vrouw. ‘Maar toen kreeg Arie een nieuwe baan in Zwolle aangeboden voor net iets meer geld. En in die tijd ging je dan.’
Ik knik alsof ik precies weet wat ze bedoelt. Alsof ik ook uit die tijd kom en zeker niet bij de generatie hoor die het liefst als freelancer elke dag vanuit huis in pyjama zijn werk wil afraffelen zodat er nog genoeg tijd overblijft om via de social media kanalen te verkondigen hoe geweldig het wel niet is om als freelancer elke dag vanuit huis in pyjama je werk te kunnen doen en kijk vooral nog even naar dit grappige kattenfilmpje.
‘Je dacht toen helemaal niet aan het hele leven dat je al in Meppel had opgebouwd,’ gaat ze verder. ‘Ik zat bij de vrouwenclub, ging met Ria elke donderdag naar de markt in het centrum en zat ook nog in het bestuur van de Nijverige Handwerk Dames. Och, dat was zo leuk, we maakten van alles. Van pannenlappen tot spreien. En heb ik daar zo veel gelachen, zo veel gelachen.’
Ze zucht. Dan gaat ze verder: ‘Maar ja, je ging gewoon. En als vrouw stelde je zeker geen vragen. Je volgde je man. Zo simpel was het. Kun je je nu haast niet meer voorstellen.’
Ik knik.
‘Sorry,’ zegt ze. ‘Je bent aan het lezen. Ik praat teveel.’
‘Maakt niet uit,’ antwoord ik.
‘Jawel,’ zegt ze stellig. ‘Dat hoor ik namelijk wel vaker, van mijn kinderen. “Ma, nu even stil zijn. Je kwekt teveel.” Dat zal ik straks ook wel weer horen. Sandra woont in Groningen, ze is daar blijven hangen na haar studie. Ik vind haar nieuwe vriend maar een rare, als ik eerlijk ben. ‘
Ze lacht. ‘Dit blijf tussen ons, hè? Hij doet iets met computers, geloof ik. Sandra heeft niks met computers, net als ik. Maar goed, zo gaan die dingen nu eenmaal. En alleen is natuurlijk ook maar alleen. Maar maak je geen zorgen, hoor. Ik ben uitgepraat en ik zie dat jij verder wilt in je boek. Dat is ook vast veel interessanter dan dit gezemel van een oude vrouw. Ik ben allang blij dat jij niet verstopt zit achter zo’n schermpje.’
‘Oké, dank u wel,’ antwoord ik beleefd. ‘Een fijne reis gewenst.’
Ze knikt langzaam en pakt een Margriet uit haar tas. De kerst-editie.

We vliegen in onze Intercity langs Hoogeveen. Het lezen gaat gestaag, ik ben slechts drie bladzijdes verder gekomen. Het verhaal maakt me zwaarmoedig. Ik wil niet mee in de donkere wereld van de hoofdrolspeler. Niet nu tijdens de Kerstdagen en misschien wel nooit. Ik wil graag blijven geloven dat er voor iedereen altijd genoeg liefde in de wereld is. Je moet er alleen soms een beetje werk van durven maken.
Ik klap mijn boek dicht, kijk omhoog en zeg dan: ‘Wat voor baan had uw man eigenlijk? En vindt u Zwolle wel een leuke stad? Of was Meppel leuker?’

Standaard