Verhaal #211 • Afgesproken thema: Ghetto

The Vinyl Lounge

Het was al laat toen we incheckten. Remco tilde de koffers en ik zong zacht een nummer dat sinds de rit van het vliegveld naar het hotel was blijven hangen.

De taxichauffeur had gezegd naar niks anders meer te luisteren, sinds hij een paar dagen eerder met kerst een The Best of Blues verzamel-cd had gekregen.
Everything has got to get better, neuriede ik voor me uit. Remco keek me verbaasd aan en mijn opgewekte voorkomen kwam ook voor mij als een verrassing. De vlucht was verre van prettig geweest en ons bezoek aan Chicago was beslist niet voor vertier. Ik knipoogde naar hem, het was goed.

Het was zestien jaar geleden dat mijn vader was vertrokken. Ik was toen zeventien. Hij had de aankoop van een door hem als wereldberoemd bestempelde jazzclub verkozen boven het beveiligingswerk bij een warenhuis en het modale op de bank bij mijn moeder en mij in Slotervaart. Sindsdien hadden we hem niet meer gesproken.
En toen ging afgelopen vrijdag de telefoon. Mijn moeder. “Kas, je vader is ziek. Hij belde, dat was alles wat hij zei.” Ze wist niet wat ze moest.
Ik zette gelijk al mijn projecten stil – de collab met Michael Kors was enorm aangeslagen, dus ik kon het me veroorloven – en was op de eerste vlucht gestapt die ik kon vinden.
Remco wilde per se mee. Dan kon hij zien of de collectie hier wel goed was gevallen, zei hij. De schat.

Ergens was het een idioot besluit om erheen te gaan. Ik wist immers helemaal niks. Ik wist niet waar hij woonde, al had mijn moeder wel een oud briefje gevonden. Daarop stond de naam van jazzclub The Vinyl Lounge en het adres van het hotel waar hij toentertijd verbleef.
En nu stond ik hier, in datzelfde hotel. Het was geen duur etablissement. Het behang liet los en de flikkerende tl-buis in de lobby leidde me gelukkig af van de geur van zweet en bier, die uit de als lounge aangegeven hoek kwam. Het was zacht uitgedrukt niet helemaal wat ik gewend was, maar dat deerde niet. Ik had Remco bij me en een avontuur stond op het punt van beginnen.

De volgende ochtend gingen we op pad. We vroegen eerst bij het hotel of ze mijn vader kenden. Geen geluk. Daarna belden we alle ziekenhuizen van de stad. Niks.
We besloten een taxi te nemen naar The Vinyl Lounge. De chauffeur lachte toen we zeiden waar we heen wilden en vroeg of we serieus waren.
“Two white queers, with handbags and everything, going to Englewood? Hell no,” zei hij.
Na het suggereren van een extra tientje bracht hij ons toch weg en wenste ons veel succes.

Verbaasd keken we om ons heen. Remco zei dat het hier niet zo fijn was en ik vond dat zacht uitgedrukt. Er was geen jazzclub te bekennen. Voor het hek van een schoolgebouw lagen bossen bloemen en een kudde knuffeldieren. Een man met tatoeages in zijn gezicht en een muts op liep langs. We vroegen hem of hij ooit van de jazzclub gehoord had. Hij wendde zijn hoofd van ons af.
Iets verderop zat een man op een bankje. Hij had de capuchons van twee vesten ver over zijn hoofd getrokken en gaten in zijn handschoenen. We hoorden hem zingen.

“I’m ready, ready as anybody can be,
I’m ready, ready as anybody can be.
Now I’m ready for you, I hope you’re ready for me.”

Er kwam een man de school uit. Een docent, naar het bleek. We vroegen hem naar The Vinyl Lounge. Hij wees naar het bankje.
“You see that man? He used to be the owner. He sits there every day.”
We bedankten en liepen er naartoe. Remco zei dat hij niet dacht dat we erachter gingen komen hoe de collectie hier was gevallen.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard