Marktplaats

Anke54

‘Koffie?’
Als Anke54 ooit een mooie vrouw was, is daar nu niet veel meer van te zien. Haar haren hangen langs haar hoofd als de takken van een treurwilg en haar kleding hangt te ruim om haar lichaam.

Ik bedank en vraag om water. Uit ervaring weet ik dat dit soort vrouwen aan slappe koffie doet. Ooit trof ik er zelfs eentje die filters hergebruikte. Water is veilig, dat is overal hetzelfde.
De geiser slaat aan als ze de kraan piepend opendraait om een glas om te spoelen. Ik ontvlucht het verontrustend antiek klinkende apparaat –er valt toch niet te praten met dat lawaai op de achtergrond. In de woonkamer hangen zware, gele gordijnen. Onder de vaalbruine bank en de leunstoel met bladermotief ligt een pluizig behaard kleed. Er staat een dressoir langs de muur, vol met beeldjes, doosjes en andere prullaria.
‘Daar heb je ‘m.’ Anke54 is achter me in de deuropening komen staan.
‘Waar?’ In de overvolle, warm gekleurde kamer is de reden van mijn komst me nog niet opgevallen.
Ze glimlacht. ‘Hier.’
Met opgetrokken schouders trekt ze de groene paardendeken weg die over de piano gedrapeerd lag, en legt hem aan de kant. Ik weet meteen dat het niks is, daar hoef ik de foto niet eens voor uit mijn binnenzak te halen. De vergeelde toetsen, de resten van stickers die op de middelste octaaf zaten. Alsof een kind hier ooit pianoles heeft gehad. En het hout is niet goed. Ik klop op de behuizing.
‘Dit is geen eiken.’
‘Sorry?’ Anke54 kijkt me aan met fletsblauwe ogen en ik weet ineens zeker dat ze zich bewust is van de fout –leugen- in haar advertentie.
‘Godverdomme.’
Ze schrikt. ‘Pardon?’
‘Je hebt me helemaal naar Slotervaart laten komen terwijl je wíst dat ik op zoek was naar een eikenhouten piano.’
‘Ik dacht…’
‘Jezus Christus.’
Dit is tijdverspilling. Ik sla de deur hard achter me dicht als ik haar flatje verlaat. Ze komt me niet achterna. Pas op de galerij besef ik dat ik het waterglas nog in mijn hand heb. Ik laat het op de leuning balanceren en kijk naar beneden. Grijze stoeptegels, verregende bomen, auto’s met vlekken vogelpoep. Als het glas stukvalt op de stenen onder me begint een scooteralarm te loeien.
De piano op de foto in mijn binnenzak is van ongelakt eikenhout. De toetsen zijn versleten, maar nog wit, niet geel. Echt ivoor. De lage D is kapot; hoe goed je hem ook stemt, er zal altijd een valse toon uitkomen.
‘En?’ Haar stem klinkt hoopvol, zelfs door het blikkerige speakertje van mijn telefoon kan ik horen dat ook zij dacht dat het deze keer raak zou zijn.
‘Het was ‘m niet. Ik zag het meteen.’
‘Kutzooi.’
We zwijgen allebei, een stilte die geen stilte is door het ruisen van de slechte verbinding. Beneden gaat voor de tweede keer het scooteralarm af.
‘Het komt wel goed. De volgende keer hebben we hem. Echt.’

Standaard