Verhaal #196 • Afgesproken thema: Heilige

Juist na een ochtend in de kerk

Ze kijkt uit het raam en ziet hoe de achtertuin langzaam maar zeker ten onder gaat aan wat er uit de hemel valt. Dan zegt ze: ‘Op zondagen zoals deze schreef hij zijn mooiste verhalen.’
Ik sta naast haar en speel onwennig met een pakje zakdoeken. Dit zijn niet de momenten waar ik op mijn best ben.
‘Maar ik vond de mooiste zondagen diegenen waarop de zon scheen en we samen naar de kerk gingen,’ zegt ze. ‘Heel de week zat hij boven te schrijven, maar op zo’n zondag pakte hij ’s ochtends mijn hand en liepen we door het dorp naar de kerk. Heerlijk was dat. Zo heerlijk.’
Ze lacht.
‘Maar dan kwamen we twee uur later thuis en dan kon hij de hele dag niks meer schrijven. Hij probeerde het wel, maar na een half uurtje hoorde ik ‘m al weer de trap af komen. “Margje,” zei hij dan in de deuropening, “er komt weer eens niks op papier.” Ik antwoordde altijd dat ik het jammer vond, maar eigenlijk was ik er wel blij om.”
‘Hoe bedoelt u?’ vraag ik, inmiddels al iets meer op mijn gemak met de situatie. Al regent het nog wel steeds en ben ik op de fiets.
‘Als je opa niet kon schrijven, dan ging hij op die stoel bij het raam zitten. Dan praatten we over de dienst van die ochtend. Wat ons was opgevallen in de preek of waarom het zo’n mooi bijbelverhaal was. En dan moesten we uiteindelijk altijd lachen. Want het had natuurlijk ook wel iets grappigs. Dat hij juist na een ochtend in de kerk niet de heilige geest kon krijgen om verder te gaan met een van zijn eigen verhalen.’
Ze lacht en pakt mijn hand. Een zucht, eentje van ver.
‘Ik koester die ochtenden,’ zegt ze. ‘Zo wil ik aan je opa blijven denken. En soms, als de zon in de voorkamer is en ik mijn ogen dicht doe, is het weer zo’n mooie zondag. Dan hoor ik hem lachen om die rare koster van een Haanstra. Volgens mij is er nooit een dienst geweest dat hij genoeg liedboeken had voor iedereen. En met Kerst was hij al helemaal in paniek, want dan was de kerk zo vol dat er zelfs mensen moesten staan. Als we dan na de nachtdienst thuiskwamen deed je opa koster Haanstra altijd na. Hoe hij in paniek door de kerk rende, al liedboeken afpakkend van mensen waarvan hij dacht dat die toch niet zouden meezingen. Kostelijk.’
‘Ging daar ook niet dat verhaal over waarmee opa een prijs had gewonnen? Dat-ie met z’n foto in de krant kwam en hij de ochtend erna bij de bakker wel drie keer het verhaal moest voordragen?’
‘Jazeker,’ zegt ze. ’En wat waren we trots. Vijfentwintig gulden en grote worst van slager Bleeker was de prijs. Je moeder was heel boos, want ze was toen net begonnen met dat vegetarische gedoe.’
‘Ja, dat is ze nog steeds,’ zeg ik. ‘Stiekem eet ik weleens een hamburger of een kroket.’
‘Goed zo,’ zegt ze. ‘Vlees is goed voor je. Maar zegt alsjeblieft niet tegen je moeder dat ik dat heb gezegd. Dan hangt ze vanavond weer boos aan de telefoon.’
‘Ons geheim,’ zeg ik en doe net alsof ik mijn mond op slot draai. Dan vraag ik: ‘Gaat u eigenlijk nog weleens naar de kerk?’
Ze staart uit het raam en knijpt in mijn hand.
En we zwijgen.
Hopelijk wordt het nog droog vandaag.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard