Sollicatie

Op gesprek

Ze heeft zich met haar hand aan hem vastgeklonken. Dat steekt heel nauw.

Zijn duim moet precies zo liggen dat haar duim er net overheen valt. Dat vindt ze fijn. Haar grip geeft hem het gevoel dat hij nooit meer weg mag. Dat zegt hij. Ze lacht. Hij lacht. Hij slikt. Vandaag is de grote dag. Hij is voor het eerst in haar dorp. Dorp, vindt hij uitdrukkelijk, want vergeleken met zijn grote stad is alles natuurlijk een dorp. Het geeft haar niet, het is haar thuis.

Ze lopen van de bus naar haar huis. Het is van dat half bewolkte, Hollandse weer waarbij er op ieder moment een bui kan vallen, maar dat de zon toch eigenlijk overheerst. Ook nu straalt de zon in hun gezichten. Ze zeggen even niets. Zij geniet van het moment, hij vraagt zich af wat hij zometeen zal zeggen. Iets over het weer? Of over het stomme dorpje waar ze zijn gaan wonen? Nee, dat maar niet. Beter het weer. Dat het zo lekker is. Of juist niet. Hij twijfelt.

De twee-onder-een-kapwoning heeft een houten naambordje met ´t Turfschip, waarop hij opgelucht ademhaalt. De voortuin is het hele jaar groen, dat zie je direct. Er is een grote oprit en een schutting met een deur erin. Ze lopen erdoor en gaan via de achterdeur naar binnen. Hij houdt haar stevig vast. Ze mag hem nu niet alleen laten. Niet voordat ijs gebroken is. Het spreekwoordelijke ijs natuurlijk, want er is hier geen echt ijs. Hij glimlacht om zichzelf. Ze leidt hem naar de hal, waar ze hun jas en schoenen uittrekken. De hardhouten vloer is fris en loopt onder hen door naar de woonkamer.

Hij stelt zich voor. Haar moeder glimlacht en doet hetzelfde.
“Waarom heet het hier het Turfschip?”
“Turfschip?”
“Ja.”
“Ooh, dat hangt aan de gevel! Nee, dat is nog van de vorige bewoners joh. Geen idee waarom dat is. We zijn te lui om het weg te halen.”
“Oh.”
Er is drinken en wat stilte.
“En, vertel eens, wat doe je precies?”
“Ik, eh, ik werk…”
De telefoon gaat.
“Och, dat is oma. Sorry hoor, die moet ik even pakken. Hee, hoi!”
Hij en zij kijken elkaar aan terwijl haar moeder luistert naar de problemen van haar eigen moeder.
Buiten schijnt de zon en regent het tegelijk. Aan de muur tikt een klok. Ze pakt zijn hand en houdt hem stevig vast.

Standaard