Paranoia

Waarheid als een dode koe

Bob van Dopdiever was zo’n man die overal wat achter zocht. Niemand was te vertrouwen en zijn eigen waarneming bepaalde de norm voor zijn mate van gelovigheid.

Zo wantrouwend was Bob van Dopdiever niet altijd geweest. Niet eens zo lang geleden werd hij in huiselijke kring zelfs als goedgelovig bestempeld. Voorbeelden te over. Zo reed hij eens een week lang rond in een gestolen Peugeot 305 met semi-automatische deurvergrendeling en een haperende radio. Dat van gestolen zijn en een slechte ontvangst van Qmusic, wist Bob van Dopdiever. Maar dat de uitlaat ook nog eens drie jaar ouder bleek te zijn dan vermeld in de advertentie deed hem pijn.
Maar dat soort strapatsen waren al spoedig verleden tijd. Hulp in de goede richting kwam uiteindelijk van dichtbij, van zijn nichterige buurman Fabiola de Waerde.
Het was tijdens de jaarlijkse straatbarbecue en Bob van Dopdiever had net zijn verkoolde burger opgehaald. Met het zwarte, warme vlees nog tussen zijn tanden en een paar ferme slokken alcohol in de bloedbaan, raakte hij in gesprek met de voor straatbarbecue-begrippen wel erg uitdagend geklede nichterige buurman.
“Zeg buurmannetje, kom je hier vaker?” vroeg hij smakkend aan Fabiola de Waerde.
“Als liefhebber van warm vlees niet vaak genoeg, schat,” antwoordde deze even gevat.
Jarenlang woonde de mannen al naast elkaar, maar nog nooit waren er meer dan vijf woorden uitgewisseld tussen beide. Conflicterende agenda’s, andere opvattingen betreffende de beste tijden om buiten te zitten, verschillende levensritmes: het kwam er gewoon nooit van.
Deze avond luidde de verandering in.
Terwijl de andere buurtgenoten zich tegoed deden aan een door de sympathieke slager Arend Statenmaker aangeboden veestapel, lieten Bob van Dopdiever en de nichterige buurman Fabiola de Waerde een scala aan gespreksonderwerpen de revue passeren. Waarom het in deze crisistijd nog wel elke dag van de week een drukte van belang is in de Mediamarkt op de Arenaboulevard. Wie ook al weer de derde editie van Idols had gewonnen. En of je ooit echt kunt wennen aan smeerkaas als je jarenlang met je volle verstand kaas hebt geschaafd.
Trivialiteit ten top zal de gemiddelde NRC lezer het noemen, maar voor Bob van Dopdiever en zijn nichterige buurman Fabiola de Waerde was het wel degelijk van belang deze onderwerpen eens goed aan te snijden op de jaarlijkse straatbarbecue.
Een opmerking van Fabiola de Waerde in de kaaskwestie, deed Bob van Dopdiever ineens twijfelen over alles waar hij in geloofde.
“En dan zijn er ook nog mensen die menen dat er echte kaas op die cheeseburgers van McDonalds zit,” had de nichterige buurman nonchalant gezegd tussen twee muizenhapjes dode koe door.
Dat kwam hard aan bij Bob van Dopdiever. Hij dacht dat ook.
Bij thuiskomt, rond een uur of 6 in de ochtend; er was vreselijk veel koe, sloeg Bob van Dopdiever er meteen Wikipedia op na. Eerst de Nederlandse pagina en daarna, het zeker voor het onzekere nemend, ook de Engelse.
“Verduiveld,” mompelde hij, “mijn nichterige buurman Fabiola de Waerde heeft nog gelijk ook.”
Daarna sloeg hij de laptop dicht en legde hij de niet opgekomen stukken vlees van de laatste koeien op alfabetische volgorde in het vriesvak.
“Probeer nu nog maar eens lekker te slapen, Bobje,” zei hij tegen zichzelf in de spiegel bij het wassen van zijn weliswaar jeugdig, maar zeker niet minder aangeslagen gezicht. “Wat houden de McDonaldsen van deze wereld nog meer voor ons eenvoudige burgers verborgen? Ik kan nu bijna met volle zekerheid zeggen dat alles waar ik in geloofde, inmiddels wankelt op zijn eens zo stevige grondvesten. Tot wie kan ik mij nog in goed vertrouwen keren? Wie leidt mij uit deze onzekerheid? Zeg het mij, o, zeg het mij.”
Liggend onder zijn dekbed dwaalden zijn gedachten af naar de netjes op alfabet gesorteerde delen dode koe in zijn vriezer. Slager Arend Statenmaker was een sympathiek en betrouwbaar dorpsgenoot met veel voorkeursstemmen in de afgelopen verkiezingsperiode, maar wie kon hem, met de opgedane kennis van nu, recht in zijn weliswaar jeugdig, maar niet minder aangeslagen gezicht zeggen dat de vriezerkoeien inderdaad aan ongeneselijke ouderdom waren gestorven? Ineens was het allemaal glashelder. Alles, maar dan ook alles, was een groot complot om hem, de eens zo zorgenvrije Bob van Dopdiever, kapot te maken.
“Ik geloof niks meer,” zei hij hardop in de tegen het daglicht vechtende slaapkamer. “Alleen wat ik met mijn eigen ogen zie, is waar. Wat ik niet zie, bestaat niet en is nooit gebeurd.”
“En gelijk heb je,” antwoordde zijn poedelnaakte, nichterige buurman Fabiola de Waerde.

Standaard