Cliché

Onbesproken

We lachten keihard. Ze had het gewoon gezegd. Ik lachte er nog een stukje bij, harder nog dan daarnet en ze lachte mee.

Grappig was het allerminst, maar het kon gewoon niet anders. Het was ook echt zo. Het lag écht aan haar. We wisten het allebei.
Het lachen deed meer pijn dan het huilen, dat wat later kwam. Het voelde ergens fijn, omdat het huilen onbesproken hoop was. Dat er nog iets zat, ergens. Wij zaten aan haar kleine eettafel en dat was haar lievelingsding van hout. Dat had ze op een avond dat we het spel Wat Is Je Lievelingsding speelden besloten, hoewel ze had moeten toegeven dat het ook kwam door de gekleurde lampjes die erboven hingen. Ik weet die avond nog te goed. Zo was haar Lievelingsding Van Mij de messenset die ik haar cadeau had gedaan. Ze lachte erbij en ik wist ook wel dat ze een grapje maakte. Maar ze zei niet iets anders. Ze zei dat. Mijn god, wat lag het aan haar.
Na het lachen en huilen liep ik weg, haar trappen af. Buiten glimlachte ik een korte bries door mijn neus naar buiten, waarna ik mijn buikspieren aanspande als tijdens een schreeuw. Ik wilde geen geluid, haar raam zat toch dicht.

We zitten samen in haar huiskamer. Het is nu twee maanden en zes dagen geleden en ik heb besloten dat met haar dineren een goed idee is. Zij heeft mij uitgenodigd. Als het goed is heeft ze lasagne gemaakt. Ze vraagt wat ik wil drinken en ik reageer met heb je wijn. Ze zegt dat ik dat toch nooit drink en ik denk van alles, maar zeg niks behalve ja, dat vind ik lekker. Er is een hoop onbesproken gebleven, merk ik.

Standaard