Verhaal #176 • Afgesproken thema: Kapper

Herenkapper in Amsterdam West: deel III

Ditmaal een verhaal dat behoort in een reeks. Eerder schreef ik twee stukken over mijn ervaringen bij Theo: een authentieke, Amsterdamse herenkapper. Deel I vind je hier en deel II kan je hier lezen. De namen in deze reportages zijn in verband met privacy van de betrokkenen gefingeerd.

Afgelopen week begaf ik mij weer richting Theo, verderop bij mij in de straat. Voor degenen die hem niet kennen: Theo (62) is herenkapper en geboren in de kapperszaak in Amsterdam West, een familiebedrijf. Hij heeft een uitgesproken mening en verwoordt die vaak op typische wijze.

Het is omstreeks vijf uur en ik loop naar de kapper, schuin tegenover het Erasmuspark. Ik stap de zaak binnen. Er is niemand, behalve Theo. Hij veegt met een bezem onzichtbaar haar over de vloer. Ik vraag of ik nog op tijd ben. “Ja, hoor, kom binnen.” Dat was ik al.
Hij vraagt of het weer eens tijd werd en ik antwoord met ja. Ik mag plaatsnemen in de stoel. Theo wil weten of ik hier ook in de buurt woon, wat hij de vorige keren ook al wilde. Ik vergeef het hem, het is immers al een tijd geleden dat ik hier ben geweest.
Hij komt over niet in goeden doen te zijn. Ik denk aan dat hij de vorige keer vertelde dat zijn vrouw net was overleden. Misschien is hij er nog veel mee bezig. Later blijkt dat niet echt het geval te zijn.

Theo vraagt hoe ik het hebben wil. Ik zeg dat ik de matvorming in mijn nek wil temperen, en voor de rest ‘alles wat netter’. “Komt voor de kapper,” grapt hij.
Daarna loopt het een beetje uit de hand.
Hij vraagt of ik al lang in de buurt woon en voordat ik geantwoord heb, begint hij al over Marokkanen in de buurt. Dat hij laatst ruzie heeft gehad, voor de coffeeshop.
“Ik reed mijn met mijn scootertje en daar liepen er twee voor me op de weg. Dus ik toeter, maar ze gingen niet aan de kant. Reed ik er zo één van zijn sokken.”
Ik knik – wat kan ik anders? – en vrees voor het vervolg. Op dat moment komt er een nieuwe klant binnen, die knikt en op een stoel achterin de zaak plaatsneemt. Hij valt midden in het verhaal.
Theo vertelt dat ze op hem af kwamen, hij zijn helm afzette en er de kaak van één van de jongens mee brak. Dat er Marokkanen uit de coffeeshop kwamen, die hem kennen en hem tegenhielden voordat hij de jongen doodsloeg. En dat er gelukkig geen politie bij is gekomen. Anders was het misschien wel anders met hem afgelopen. Ik knik niet.
“Hoofd voorover, zei ik.”
Het duurt even voor ik doorheb dat dit voor mij bestemd is.

Hij vertelt ineens dat hij een vriendinnetje heeft en dat ze boven staat te koken. Voor iemand die de een paar maanden geleden nog zo overstuur was na het overlijden van zijn vrouw, vind ik dat vrij snel. Maar wie ben ik om daar over te oordelen? Ik gun hem geen eenzaamheid of een overdaad aan lastige klusjes.
“Wat vind je ervan?” vraagt Theo. Hij houdt een spiegel achter mijn hoofd. Ik knik. Prima. Als ik wil afrekenen, blijkt dat je in de zaak niet kan pinnen. Hij vertrouwt mij genoeg om me naar een pinautomaat bij de Albert Heijn te laten lopen. Ik peins er ook geen moment over de benen te nemen. Ik heb die helm zien liggen. Zo snel als ik kan loop ik terug, geef Theo zijn geld en ga naar huis.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard