Luiheid

Het Grote Niets

“Kom eens een keer van die bank af, Bobby,” zegt ze vanuit haar luie stoel. Bobby is een twaalf jaar oude Franse bulldog met kanker in haast alle lymfeklieren.

Ook mist hij een oog. Bobby beweegt niet, Bobby ligt op een kussentje. Ze gooit een hand vol chips naar de hond, waarvan hij er twee likt.

Ze vindt zichzelf ziek. En ook al is ze misschien niet echt ziek, dan vindt ze dat iedereen recht op luiheid heeft. “Noem me Paul Lafargue,” mompelt ze een door de zon uitgelicht gordijn van rook in. Het is inmiddels middag geweest, maar dat doet er niet zo toe. Naar de winkel gaat ze niet meer vandaag. Die blijft dicht. Die vervloekte boeken wachten wel. Morgen weer een dag proberen. Dinsdag, naar ze denkt. Ze smeert haar hand af aan het dekentje waar ze zich in bevindt. Ze heeft net soepstengels met pindakaas gegeten.

De televisie staat aan, maar ze kijkt niet echt. De cola in de fles naast haar in de stoel is lauw, toch zet ze hem aan haar mond. Ze heeft niet door dat ze knoeit. Het piept als ze ademt. Ze probeert zich te herinneren wanneer ze voor het laatst gedoucht heeft. De telefoon gaat. Bobby kijkt op. Ze zapt en voelt even aan haar hoofd.

De asbak is vol aan het raken. Dit hoeft geen probleem te zijn; de colafles is bijna leeg. Ze mist Louis, denkt ze. Vaak denken mensen uit haar omgeving dat Louis is overleden, terwijl hij enkel zijn droom achterna is. De vraag “Op reis, op die leeftijd?” komt haar inmiddels de keel uit. Ze pakt een pak koekjes van de grond. Bokkenpootjes. Louis’ lievelingskoekje. Ze gooit er een naar Bobby, die nog altijd op het kussentje ligt. Hij negeert het koekje.

Er is een probleem. Ze moet plassen. Ze twijfelt over de grote pan die er nog staat van de knakworstjes van wellicht gisteravond, ondanks dat er nog worstvocht in zit. Ze voelt zich goed en besluit het te doen. Terwijl ze hoopt dat de pan niet zal overstromen, lacht ze kort hardop, terwijl ze op de rand van de stoel hurkt. Ze denkt aan Louis en wat hij vaak zei. “Plannen, dromen en misschien het grote niets.”

Hoe hij vroeg of ze mee wilde, weet ze nog goed. Ze heeft gezegd dat het niet kon, met de winkel en dergelijke. En toen is hij naar Italië gegaan, met een vriend. Toen wist ze wel genoeg.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *