Verhaal #168 • Afgesproken thema: Bier

Over hekwerk, varkens en bierviltjes

Mijn hand rustte op het viltje, het glas door mijn vingers omklemd. De schuimkraag was al een tijdje verdwenen en de zon en mijn zweet hadden het bier tot boven kamertemperatuur gebracht.

Dit was niet meer gebeurd sinds die dag in 1996 bij kinderboerderij ’t Galgenmaaltje, waar de jubileumviering zo gruwelijk uit de hand was gelopen omdat iemand het varken losliet terwijl ik net mijn speech over het belang van goed hekwerk voor kinderboerderijen afstak, maar daarbij, in enthousiasme, mijn biertje van het spreekgestoelte afstootte, waardoor het varken schrok en op de verzamelde meute kinderen inrende. Sindsdien heb ik geen bier meer aangeraakt. Ik kwam niet meer in mijn stamcafé, vermeed bedrijfsborrels en liep altijd met een grote boog om het alcoholpad in de supermarkt heen. Ik besteedde drie weken aan het optekenen van alle kinderboerderijen in Nederland en programmeerde mijn TomTom zo dat ik er altijd minstens tien kilometer omheen reed. Niet gemakkelijk, als vertegenwoordiger in hekwerk, maar het was me redelijk gelukt.
Vanochtend stond ik op met hernieuwde moed. Er waren jaren overheen gegaan en ik had het gevoel dat ik eindelijk toe was aan een goed glas alcohol. Deze septemberzaterdag voelde aan als een dag die eigenlijk bij augustus had willen horen. Veel zon, een paar wolkjes, weinig wind, 23 graden. Ieder rechtgeaarde Goudenaar gaat dan op een terrasje zitten. En zo stapte ik dan ook de deur uit, vol goede moed en zelfs zonder mijn kinderboerderijkaart te controleren. Zo langzamerhand wist ik prima dat de dichtstbijzijnde kinderboerderij ten zuiden van het centrum lag. Daar had ik die kaart niet voor nodig.
Met elke stap die ik richting het centrum zette, werd ik nerveuzer. Het is toch ook niet niks, je eerste biertje in 17 jaar. Maar ik besloot door te zetten. Dit ging mijn dag worden. Jammer dat meer mensen dat dachten. De terrasjes zaten vol. Ik slofte zoekend langs de terrasjes, terwijl m’n handpalmen bleven zweten, maar vond niets. Ten einde raad sloeg ik een steegje in, in de hoop daar een onontdekt terrasje te vinden. En inderdaad, aan het einde van de steeg, net om de hoek, stonden nog een paar lege stoeltjes. In de schaduw, maar ik als ik het zo zag, zou de zon binnen een half uurtje richting het terrasje zijn gedraaid. Jammer van het lelijke hekje, om het terras heen, maar wat zou dat. Dit was mijn dag.
En daar zijn we nu. Alles ging goed. Ik bestelde, licht stotterend, een biertje bij een hele aardige mevrouw met een lekker kort, zwart kapsel. Ze vroeg of ik het niet ook zo’n heerlijke dag vond, terwijl ze een bierviltje op m’n tafeltje legde. En dat deed ze weer toen ze het biertje even later bracht. Ik knikte beide keren. Ze vertrok en ik pakte mijn biertje vast. Ik nam een slok, zuchtte, en zag het varken, rustig scharrelend achter een half vergaan hekje.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard