Gulzigheid

Zonde

“Wat zucht je?”
Ik weet het niet. Ik heb gewoon het gevoel dat ik niets meer wil, of zo. Dat m’n leven een beetje klaar is. Ik heb geen doel meer, Herb.”

Herbert hield zich stil. Hij begreep vaak maar weinig van Twan. Nu ook weer. Kwam-ie gezellig even wat drinken en dan kreeg je zoiets. Niet lekker voor de sfeer.
En dat was dan weer zonde van de achttien jaar oude Bruichladdich Enlightenment. Die dronk je niet in mineur. Terwijl Herbert nog wel zó zijn best had gedaan om er wat van te maken. Hij had de kamer met de open haard en de mooiste Bradington-Young stoelen van z’n huis uitgekozen, waar ook de antieke kroonluchter hing die ooit van Thorbecke is geweest en na lang peinzen Ludovico Einaudi op de door Croft-buizenversterker aangedreven NAD-speakers gezet. Meer kon je niet doen. En dan komt Twan de boel weer verpesten. Het was ongelooflijk zonde van zo’n whiskey.
“Wist je dat er maar 500 flessen van deze whiskey zijn gemaakt?”
Herbert hield zijn glas in het licht van de kroonluchter en keek er nog eens goed naar. Hij had de kristallen glazen laten slijpen in Italië en vervolgens laten afwerken in Turkije. Een duur geintje, dat zeker, maar wat kwam die whiskey nu goed tot z’n recht, zeg! Hij had nog nooit zulke mooie traansporen gezien. En dat moest je ervoor over hebben. Nu pas kreeg Herbert door dat Twan hem aanstaarde.
“Ik ga geen dag met plezier naar m’n werk. ’s Avonds lig ik gebroken in m’n bed. En waarvoor? Ik weet het niet! Anja kijkt me toch al maanden niet meer aan. Herbert, ik zit al drie maanden zonder seks!”
Wat was het toch ook een zure knurft. En dan te bedenken dat Herbert hem nog wel een dikke Hoyo de Monterrey Epicure nummer twee had willen aanbieden. Dát zou een sigaar uit eigen doos geweest zijn! Herbert grinnikt om z’n spontane woordgrap. Niet vergeten even op te schrijven!
“Vind je dat grappig?”
“Wat? Oh, nee, nee, ik dacht aan iets anders.”
“Wat dan?”
“Niks, niks. Iets stoms.”
Twan knikte en slikte. Hij was weer moed aan het opbouwen om nog zo’n klaaglied aan te heffen. Herbert zag het aan z’n ogen.
“Herb…”
Ah, daar kwam het. De sul.
“Herb, Anja wil scheiden. En ze wil niets hebben… Behalve de hond.”
Weer bleef Twan even hangen.
“De hond?”, vroeg Herbert quasi-geïnteresseerd.
“Ja, m’n herder. Van alles wat ik heb neemt ze mijn meest dierbare bezit mee.”
“Ach, het is maar een hond. Denk maar gewoon ergens anders aan. Proef die whiskey nou eens. Knap je vast van op!”
Herbert keek op van zichzelf. Dat hij nog het geduld had om Twan op te vrolijken. Hij viel zich alles mee.
“Ja”, zei Twan. En voordat Herbert in kon grijpen, stond Twan op uit z’n Amerikaanse stoel, pakte z’n Italiaans-Turkse glas met briljante Schotse whiskey en klokte het goedje in één grote teug weg. Herbert trok wit weg, hij zag sterretjes voor z’n ogen en z’n hand verslapte. Hij liet het glas los. Met een doffe dreun landde het in het Perzisch hoogpolige tapijt. Herbert boog naar voren om z’n glas weer op te pakken.
“Het is nog heel”, zei Twan, “gelukkig. Dat zou zonde zijn geweest!”
“Ja”, zei Herbert, “Zonde.”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *