Jaloezie

Zolang we maar niet doormidden worden gezaagd

“Die bomen,” vraagt ze, “hoe lang zouden die hier al staan?”
Geen idee,” antwoord ik. “Een jaartje of 200?”

Het kleedje waar we op liggen is te klein voor twee personen. Het geeft me een goede reden om nog dichter tegen haar aan te gaan liggen.
“Dat is lang,” zegt ze.
“Misschien wel 300 jaar. Eigenlijk zouden we hem moeten omzagen en de ringen tellen. Dan weten we het precies. Maar daar heb ik vandaag niet zoveel zin in. Ik heb ook weekend.”
Een hond loopt achter ons langs. Ze is er bang voor, vertelde ze eens. Ik eigenlijk ook, maar als ik bij haar ben, is die angst ineens weg. Dat zal wel iets uit de oudheid zijn. Het vrouwtje beschermen, zoiets.
“Met jou wil ik best 300 worden,” zegt ze en haar hand glijdt in die van mij. De hond snuffelt aan mijn voeten.
“Dat lijkt me ook wel wat,” antwoord ik. “Zolang we maar niet doormidden worden gezaagd.”
Ze kruipt dichter tegen me aan.
“Maar ja, wij zijn geen bomen, Evelien. Hoe je het ook wendt of keert.”
Ik voel haar diepe zucht en dan zegt ze: “Helaas.”
“Hierrrrr….,” roept een donkere stem achter ons en het snuffelen aan mijn voet is klaar. We zijn weer alleen in het park waar de hele stad ligt want het is mooi weer.
Langzaam draai ik naar haar toe en fluister dan: “Moet je voorstellen dat hier 300 jaar geleden ook al mensen lagen, te genieten van dezelfde zon. Eigenlijk is er niks veranderd.”
Ze zegt niks maar ik zie in haar ogen dat ze snapt wat ik zeg.
“Fascinerend vind ik dat. We liggen nu in het verleden. Nou ja, niet echt natuurlijk, het blijft 2013, maar je begrijpt wat ik bedoel.”
Zachtjes kust ze mijn wang. Ze begrijpt wat ik bedoel.
Een kraai landt op een tak ver boven ons. Hij kraait, zoals kraaien altijd hebben gedaan en altijd zullen blijven doen.
“Ik vind je leuk,” fluistert ze. “Zelfs als je onzin vertelt.”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *