Hoogmoed

Zelfs Mark Knopfler met zijn rare zweetband

Ze speelt met het bierviltje. Doet ze altijd als het gesprek stilvalt. Draaien op z’n kant. Plat op de tafel. Omdraaien. En uiteindelijk doormidden knakken.

We zitten weer eens op het terras van Café de Knalpot. Een mooie donderdagavond en om ons heen het geroezemoes van een stad op vakantie. Onderweg hiernaar toe moesten we twee toeristen de weg naar het Leidseplein wijzen. We wonen nu zelf ruim drie jaar in de hoofdstad, maar het blijft leuk om bevestigd te krijgen dat je door Amsterdam loopt alsof je perfect weet waar alles zit. Hier de straat door, dan rechts en dan loop je er recht op af. Pas op voor de tram, je zult niet de eerste zijn die door zo’n onding van de sokken wordt gereden.
“Wil jij nog wat drinken?” vraagt Fleur en wanneer ik opkijk uit mijn dagdromerij zie ik dat er zowaar een ober naast ons tafeltje staat. Terwijl hij wacht op onze bestelling steekt hij het kaarsje aan.
“Wel zo gezellig,” zegt hij.
Ik kijk op mijn telefoon: half 10 en drie nieuwe Whatsapp-berichten. Ik draai het apparaat om en zeg dan: “Laten we er nog maar eentje doen. Doe mij maar een witbiertje, wat wil jij, Fleur?”
Ze kijkt me aan en zegt dan: “Je weet best wat ik wil, Alfred.” Ze pakt het kaarsje en doet haar handen eromheen alsof ze het koud heeft.
“Een witbiertje en een Spa rood, graag,” zeg ik en met een knik bevestigt de ober de bestelling.
Het blijft stil aan ons tafeltje. Op de achtergrond hoor ik zachtjes muziek, waarschijnlijk uit het café. Iets van Dire Straits als ik me niet vergis. Walk of Life op het eerste gehoor en zo’n café is het ook wel. Kan me niet voorstellen dat ze minder bekend albumwerk als Les Boys draaien. Kan me eigenlijk niet voorstellen dat er iemand is die dat überhaupt nog draait. Hoe kwam Mark Knopfler er in hemelsnaam bij om zo’n raar niemendalletje op te nemen en ook nog uit te brengen? Moet een geweldig gevalletje van zelfoverschatting zijn geweest. Blijkt maar weer eens dat iedereen iemand nodig heeft die het aandurft om de harde waarheid te zeggen wanneer dat nodig is. Zelfs Mark Knopfler met zijn rare zweetband.
Ik gnuif.
“Waarom lach je?” vraagt Fleur en het valt me nu pas op dat het massagraf inmiddels al vier gesneuvelde bierviltjes bevat.
“Oh, niks,” antwoord ik.
“Een witbiertje voor meneer en een Spa rood voor mevrouw.”
Ik hou mijn bierglas in de lucht en zeg: “Proost. Op de verdwaalde toeristen.”
Fleur klinkt haar glas tegen de mijne en we nemen een slok.
En het is weer stil.
Een scooter met twee luidruchtige jongens knalt voorbij.
Nog een Dire Straits nummer; een verzamelalbum.
Vlammetjes bij de buren.
Haar voet tegen de mijne.
“Alfred?” vraagt Fleur terwijl ze het massagraf aanvult met het vijfde, voorheen perfect ronde slachtoffer.
“Wat is er, poppetje?” zeg ik om daarna meteen een slok van mijn biertje te nemen. Ik noem haar nooit poppetje. Geen idee waar dat ineens vandaan komt.
Ze moet er gelukkig om lachen. Dan zegt ze: “Ik denk dat als je mij zou vragen, dat ik ja zou zeggen.”
Ik voel een brede glimlach op mijn gezicht verschijnen. Zo’n eentje die een luie schrijver zou omschrijven met de woorden ‘van oor tot oor’ als hij niet wordt tegengehouden door een ijverige redacteur.
“Nou,” begin ik, “dan gooi ik dat binnenkort maar eens in de redactievergadering en dan hoor je wel wat er uit komt.”
Ze lacht en ik vraag de rekening bij de passerende ober.

Hand in hand lopen we naar huis. Hier de straat door, de tweede links, oppassen voor de tram en dan kunnen we het niet missen. Ze zwijgt en ik fluit Walk of Life.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *