Fobie

Sunny side up

Zijn mond was droog, in zijn hoofd bonkte de alcohol van de avond ervoor nog na. Hij had het gedaan gisteren, hij had de vraag gesteld die je nooit mag stellen. En het werkte. Een perfect uitgevoerd cliché.

Het meisje van gisteravond begreep meteen dat het gevat en ironisch was om te vragen hoe ze haar eitje de volgende ochtend wilde –gekookt, gebakken of bevrucht?-, niet afgezaagd en triest. Gebakken wilde ze ze, hele dooier graag. Zo lomp als zijn openingszin was geweest, zo direct was ze erop ingegaan. En nu stond hij in haar koelkast te graven, op zoek naar eieren.
Ze bewaarde haar brood in de groentela in plaats van in een trommel en de hele deur stond vol sauzen met houdbaarheidsdata ver in het verleden. Haar keuken was niet rommelig, eerder gebruikt met een achteloosheid die in de inrichting van haar hele appartement terug te vinden was. Op de counter lag kleingeld verspreid tussen reclamefolders, de afwas was niet gedaan en de stoelen van het kleine eettafeltje bij het raam pasten niet bij elkaar. Alsof haar leven te vol was om over zulke triviale zaken na te denken.
Hij vond de eieren –biologisch- achter een halve avocado en een pot mosterd. Terwijl zij in de douche van zich af waste wat ze gisteren, en vanochtend nogmaals, met elkaar gedaan hadden, bakte hij eieren met glanzende hele dooiers. Het zout moest hij rechtstreeks uit het pak strooien, peper had ze niet.
Misschien was dit het wel.
Hij had haar bestudeerd, vanochtend. De lichte donshaartjes op haar arm, de overgang van haar heupen naar haar taille toen ze op de rand van het bed zat. Hoe haar badjas openviel en precies genoeg liet zien. Ze was niet uitzonderlijk mooi, haar ogen stonden iets te dicht bij elkaar en haar handen waren te groot.
Maar hij was hier nog steeds. Dit deed hij niet, dit logeren. Samen ontbijten. Kastjes opentrekken en tevreden constateren dat zij ook liever pindakaas mét stukjes noot had. Zich afvragen wie de foto van haar bij de Trevifontein gemaakt had.
Tegen de tijd dat hij de eieren uit de pan op de al klaarliggende boterhammen liet glijden, was het gerommel en gekletter in de douche opgehouden. Ze kwam de badkamer uit, haar haren in een handdoek waar haar oren onderuit piepten, een waterdruppel op haar hals die naar beneden gleed. Zonder de vegen mascara onder haar ogen was haar gezicht zacht en meisjesachtig.
‘Oh.’
Hij zette net glazen sinaasappelsap op tafel. Haar blik ging over de boterhammen, de eieren en uiteindelijk zijn gezicht. Ze leek verbaasd.
‘Heb je ontbijt gemaakt?’
Er lekte een druppel uit de kraan en landde sissend op de koekenpan in de gootsteen. Ze pakte zijn jas, die hij de avond ervoor achteloos op de bank had gegooid, en stak het kledingstuk in zijn richting.
‘Je weet dat het een grapje was, toch? Van die eieren?’

Standaard