Begrafenis

Luisteren

De diepe stilte die ik zo waardeer wordt verdreven door het geknerp van schoenen op grind, het gefluister van tientallen mensen en het zachtjes openklappen van paraplu’s. Geen mens praat over nu. Ze praten over gisteren op de voetbal, morgen op de zaak.

Het gefluister gaat over in gemompel naarmate men verder achter de kist loopt. Er is mij wel eens verteld dat dit lijkt op een schooldirecteur die meegaat op excursie. Want als hij zich omdraait weet je dat het echt goed mis is. Althans, dat hoorde ik. Ik ben altijd benieuwd wat er dan gebeurt als er een schooldirecteur in de kist ligt. Zou ik dan niemand horen? Ik heb het nog niet kunnen controleren. Of misschien is er inderdaad al eentje geweest, en heb ik het gewoon niet gehoord.

Wie er nu in ligt? Ik weet het niet. Niemand is er nog over begonnen. Wel weet ik dat tante Suzan gisteren weer enorm uit haar mond stonk, dat niemand dat verbaasde, dat WAVV gisteren toevallig ook is gepromoveerd naar een iets minder treurige divisie, dat Matthijs dat geen goede bewoording vindt, dat Henk dat niets uitmaakt omdat hij ooit bij Sparta heeft gevoetbald en hij dus toch wel beter is, dat Anna het helemaal gehad heeft met Henks voetbalverhalen, dat Lisette zich afvraagt hoe ze het ooit met hem heeft uitgehouden, dat Lisette het sowieso niet snapt, wat mannen toch hebben met voetbal, dat Anna het voetbal kijken niet zo erg vindt, maar dat Henk z’n bek gewoon nooit kan houden, dat Steffan morgen een belangrijke presentatie heeft bij een grote nieuwe klant, dat ze het hele jaar niet meer hoeven te werken als ze deze binnentikken en dat Ronald poep onder z’n schoen heeft. En dan zijn ze dus nog maar twee minuten op mijn terrein.

Tijdens het officiële gedeelte dommel ik altijd weer even weg. Ik heb dat neerlaten nu al vaak genoeg gezien. Het opgraven is veel interessanter. Dat geeft ook meer geluid. Een paar zwetende mannen, zachtjes vloekend op schep, grond en rug, die de tot pulp vergane mensen opgraven. Er is niet veel nodig om ze klein te krijgen. Hoeveel baby’s ik al niet heb verwelkomd op mijn terrein, heb teruggezien als gebroken schepsels en later weer heb teruggegeven als vruchtbare grond. Tellen doe ik niet.

Als het grind weer begint te knerpen schrik ik wakker. De stappen zijn nu energieker, hoopvoller. Ze hebben het einde gezien en gemerkt dat het hun tijd nog niet was. Dat geeft energie, geloof ik. Of het moet de cake zijn, die ze zo meteen gaan krijgen. Goede cake, lekker nat, als ik dat mag opmaken uit de kruimels. Eén keer liet een peuter zijn cakeje vallen. Zachte, natte cake op mijn zachte, natte gras.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *