Aardrijkskunde

Antwoorden

“Het wordt tijd dat je gaat praten, knul.”
De woorden worden zachtjes in m’n oor gefluisterd, langzaam, alsof elk woord van levensbelang is. De stem is van een man, kalm en warm. Alsof hij dit al honderden keren heeft gedaan.

map“Ik weet niks! Ik heb toch al gezegd dat ik niks weet! Luister nou naar me!”
Mijn stem is hoog, paniekerig, angstig. Sinds ik van m’n fiets gesleurd werd en een blinddoek voor kreeg, het zal een dag geleden zijn, kan ik alleen nog maar praten op die manier. Angstzweet in m’n stembanden, denk ik.
“Dan zit er niks anders op.”
“Nee, niet nog eens! Alsjeblieft! Nee!”
De stem reageert niet. Ik ruk aan de banden die mij op de plank geklemd houden. De Russische polka gaat weer op z’n hardst. Even gebeurt er niks, op de belachelijke hoempa pa-geluiden na. Dan hoor ik het, vlak bij m’n oren. Het gezoem van een schuurapparaat. Ik voel m’n hart stoppen en weer op gang komen.
“Ik weet niks!”
Ik schreeuw nu uit alle macht.
“Ik zei toch al dat ik niks weet! Help! Help! Nee!”
Het gezoem verwijdert zich en de stem komt ervoor in de plaats.
“Te laat, knul.”
Dan begint de pijn. M’n linkerbeen staat in brand. Alsof je een sliding maakt op slecht kunstgras maar blijft doorglijden. Ik voel warme spetters op m’n gezicht. Ik gil en gil en gil totdat de pijn opeens minder wordt. De stem klinkt weer in m’n oor.
“Zullen we het nog één keer proberen?”
Ik huil. Ik denk aan vroeger, aan de heerlijke dagen in de heuvels van Limburg, in het bos achter bij opa en oma, in de duinen van Den Helder. Aan de geur van de Loosdrechtse Plassen, de haven van Rotterdam, het rattenbos in oost-Groningen.
“Goed, als je niet gaat antwoorden, ga ik wel gewoon m’n gang.”
Het zoemen begint weer.
“Nee! Nee! Goed! Ja! Ik zal het zeggen! Stop! Stop!”
Het zoemen stopt.
“Oké knul, tijd voor antwoorden. Je weet wat er gebeurt als je nu niet antwoordt.”
“Ja.”
Ik hoor wat geschuif op de achtergrond. Dan opeens een indringende geur en een vochtige damp onder m’n neus.
“Voor de laatste keer: wat voor grond is dit?”
“V… v… veengrond.”
“Veengrond?”
“Goed, goed! Hoogveen, oké!”
“Kijk kijk kijk. En waar vinden we deze grond?”
“Zeeland.”
“Helaas knul. Helaas.”
“Sorry, Noord-Nederland! Noord-Nederland!”
“Te laat.”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *