Kater

De eenmaal gekozen kant

In het midden van het bos was een bankje waar ze op gingen zitten. Erica links, Alfred rechts.

Dezelfde verdeling als in hun tweepersoonsbed. Het viel Alfred op, maar hij zei er niks over. Erica’s diepe zucht van eerder in de auto toen hij een grapje had proberen te maken over het drinkgedrag onder katers, was hij niet vergeten. Het was iets natuurlijks, vermoedde Alfred. Hebben we eenmaal besloten wie waar gaat liggen, houden we ons daar de rest van ons leven aan. Ooit had hij eens gelezen dat de man onbewust altijd tussen de deur en zijn te beschermen vrouw gaat liggen. In hun woning aan de Jan Kruisstraat 32 was dat een probleem geweest: aan de ene kant zat de deur naar de gang, aan de andere kant zaten de tuindeuren. Even had Alfred overwogen het bed helemaal in de hoek te schuiven zodat hij Erica dan voor alles kon beschermen, maar hoe goed kende hij haar nu eigenlijk al? Hij koos op goed geluk voor rechts en zo zaten ze nu ook elf jaar later op het bankje in het bos waar ze vroeger zo vaak met Hank kwamen.

Alfred had een grote kuil gegraven, Hank was nu eenmaal een absurd dikke kater. Hij had het beest erbij gekregen toen Erica eindelijk bij hem introk. Hank was toen nog een jong, dartel dingetje met soepel en prima werkende lichaamsdelen. Ruim vier jaar later was Hank getransformeerd in een dikke, luie lobbes met maar één oor, de rechter. De andere was-ie kwijtgeraakt na een volgens Alfred volstrekt ongelukkige handeling met de strijkbout die echt iedereen had kunnen overkomen.

Hoe langer Hank gehandicapt was, hoe dikker-ie werd. Erica verwende ‘m. Uit schuldgevoel, had Alfred haar weleens verweten, maar dat was het niet volgens haar. Ze hield gewoon van die steeds ronder en luier wordende kater en “kijk hem nou eens zielig kijken met z’n ene oortje, mijn hankie-pankie-poepchineesje”.

Alfred had geen hekel aan Hank, laat daar geen misverstand over bestaan. Hij stond vrij neutraal tegenover huisdieren in alle soorten en maten en deze eenorige veelvraat was geen uitzondering geweest. In het begin, het pre-strijkboutincident tijdperk, ging hij zelfs met Erica mee als ze de speelse Hank uitliet aan een koortje in het bos. Al was dat meer uit liefde voor Erica dan voor Hank, maar dat maakte het, wat Alfred betreft, geen minder goed bedoelde inspanning van zijn kant.

Toch begon Alfred zich wel na verloop van tijd steeds meer te ergeren aan die vette Vincent Van Gogh kater. Erica had ‘m namelijk in de dagen na de strijkboutcatastrofe van ’97 toegestaan om ’s nachts bij hun op bed te liggen. Niet uit schuldgevoel, maar uit troost, uit liefde. Hank voelde die troost, die liefde, schatte het op waarde en sliep daarna nooit meer in zijn eigen mand. Alleen voor het eten, het vreselijk vele eten, stond-ie op om na het schrokken der schrokken weer zijn plekje op het bed in te nemen, aan de linkerkant, tussen baasje en deur naar de gang in.

Maar nu was Hank dood. Met geen strijkbout in de buurt was zijn hart er zomaar mee gestopt. De ontroostbare Erica wou geen nieuwe kater dus Alfred had gisteravond het bed maar naar een hoek in de slaapkamer geschoven.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *