Kater

Huiswaarts

Hoewel de wekker van 6.30 uur voor Derk meestal als geroepen kwam (hij haatte zijn vrouw), voelde hij dat op deze vrijdagochtend niet zo, een gegeven dat hij zeer adequaat uitdrukte met de woorden “goede genade”.

Het zou niks voor Derk zijn om de voorgaande avond de schuld te geven van de knallende koppijn in de voorste regionen van zijn schedel, laat staan er, behalve de twee eerder gesproken woorden, enige tijd en moeite aan vuil te maken. Slechts twee minuten achter op zijn strakke (en perfecte) schema trok hij om 7.09 uur de voordeur van zijn vinexwoning in de Muziekwijk van Almere dicht. Buiten regende het, maar dat kon het humeur van Derk niet bederven – per slot van rekening haatte hij zijn vrouw en was elke seconde uit haar buurt een godsgeschenk – zodat hij alsnog fluitend naar de bus liep. Dat fluiten stokte toen het besef hem trof dat zijn perfecte schema geen twee minuten vertraging tolereerde, wilde hij de betreffende bus naar het station halen. Enigszins hollend vervolgde Derk daarop zijn weg, waarbij het vrolijke fluiten al gauw vervangen werd door zachte, maar toch hoorbare tonen uit zijn neus, die veroorzaakt werden door een gevecht tussen binnenkomende en uitgaande zuurstof en zijn verstopte neusholtes (het snuiten van de neus was een taak die Derk meestal tijdens het lopen naar de bus pleegde uit te voeren).

Gejaagd vond Derk zich drie minuten later terug bij de bushalte, wat betekende dat hij een volle minuut had gewonnen, maar ook dat de bus al vertrokken had moeten zijn. Tot Derks verbazing stonden er nog twee andere forenzen te wachten, die met hun spiedende blikken verrieden dat de bus nog niet geweest was. Derk voegde zich bij hen, en verloor zichzelf al gauw in een eigenlijk ongeoorloofde terugblik naar de avond van gisteren. Toen hij even later, het zullen vier minuten zijn geweest, uit die overpeinzingen opschrok omdat hij bij het punt was aanbeland dat zijn vrouw (wat haatte hij haar toch) hem was kwamen ophalen uit de kroeg, was de bus nog steeds niet gearriveerd. Dat verwarde hem zeer, het beginpunt van de buslijn bevond zich namelijk nog geen twee haltes terug en je zou dus denken dat zo’n bus in die afstand moeilijk een vertraging op kon lopen. Dit bracht Derk er vervolgens toe om zich om te draaien naar een van zijn medeforenzen, en de stelling te poneren die ongetwijfeld ook op diens lippen zou branden:
“Wat een vertraging, hè?”
Achteraf bezien was het meer een vraag dan een stelling, maar dat was niet de grootste fout die Derk hier maakte. De forens die hij aansprak was een vrouw van bejaarde leeftijd die, als gevolg van het overlijden van haar man, erg verlegen stond om een goede gesprekspartner. Zij sprak ongeveer als volgt:
“Och, nou, dat geeft mij niet hoor, het zonnetje schijnt en het regent niet, dus dat lijkt me allemaal toch heerlijk? Wat u? Gaat u wat leuks doen vandaag? Ik ga met Annie een dagje naar Amsterdam. Echt zo’n zin in! Het schijnt zaterdags nog gezelliger te zijn dan doordeweeks.”
Na het aanhoren van deze zinnen en het zwijgend bekijken van zijn telefoon, waarop de dag van vandaag inderdaad als zaterdag werd bestempeld, smeet Derk zichzelf zonder nog langer na te denken voor een net langsrazende taxibus.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *