Vaders

Kikkers vangen

“Wat voor vader mijn vader was.” We zitten in de tuin en ik herhaal langzaam de vraag.

Ze knikt en neemt een slok van haar thee. “Ja, wat voor vader was jouw vader?”
“Nou, allereerst leeft-ie nog gewoon, dus je vraagstelling zou moeten zijn wat voor vader mijn vader ís.”
“Details,” lacht ze. “Je probeert nu gewoon tijd te winnen, Martijn. Vind je het een moeilijke vraag?”
“Ik dacht dat het vandaag zonnig zou gaan worden,” zeg ik en sta op uit mijn stoel. Het bierflesje bij mijn voeten wankelt, maar houdt zichzelf uiteindelijk toch op de been. Er zit nog genoeg in om het evenwicht te bewaren.
“Sorry,” zegt ze. “Misschien had ik het niet moeten vragen.”
Ik zeg niks en staar naar de sloot die achter ons huis loopt. In de zomer zit het vol met kikkers. Als het niet van de hitte is, dan is het wel van het lawaai dat die beesten maken waar we ’s nachts niet van kunnen slapen. En toch verlangen we er naar op deze moeizame lentedag in april.
“Er zijn nog geen kikkers,” zeg ik met mijn rug naar haar toegekeerd. “Zie je nou wel dat het nog lang geen zomer is? Pas als de kikkers er weer zijn is het zomer. Zo gaat het al jaren. Zie jij kikkers? Nou? Precies.”
“Jij en je kikkers,” zegt Evelien en ik weet dat ze gelijk heeft. Ik praat teveel over kikkers. Sinds we hier wonen ben ik gehecht geraakt aan die beesten. Natuurlijk zitten er niet elk jaar dezelfde kikkers, maar zo voelt het wel. Het zijn onze kikkers die ons wakker houden. Ik geef ze nog net geen namen.
Evelien is naast me komen staan. Haast geruisloos. Samen kijken we naar de sloot. Onze sloot zonder onze kikkers. Het lentebriesje maakt rimpels in het troebele water en laat het riet voorzichtig dansen als onzekere pubers op hun allereerste schoolfeest. Hoe lang geleden was mijn eerste schoolfeest? Graag zou ik die schuchtere jongen willen vertellen dat alles wel goed komt.
“Ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat mijn vader geprobeerd heeft een zo’n goed mogelijke vader te zijn,” zeg ik zonder mijn ogen van de sloot af te houden. “Hij heeft gedaan wat hem het beste leek.”
Haar hand over mijn rug. “Ja, dat geloof ik ook.”
“Natuurlijk had hij vroeger meer met mij kunnen doen. Of zelfs moeten doen. Voetballen, vliegers bouwen of voor mijn part kikkers vangen. Maar zo was onze relatie nooit. Hij was gewoon mijn vader.”
Een paar ganzen steken zonder twijfel en met veel vertoon het landweggetje over. Dit is hun gebied en ze zijn er trots op.
“En dat is hij nog steeds. Mijn vader, maar dan ouder.”
In de half bewolkte lucht vertrekt een vliegtuig richting de zon. Samen staren we ‘m na in stilte. Wie had ooit gedacht dat we zo dicht bij Schiphol zouden gaan wonen? Maar het was een logische keuze. Hier hebben we de ruimte. De tuin, de sloot, de kikkers, het grasveld, de wind en de blauwe lucht. Alles.
We luisteren naar overvliegende meeuwen en horen in de verte zowel een ambulance als het belletje van een optimistische ijscoman.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *