Verhaal #103 • Afgesproken thema: Verslaving

Vul mij

Een in het openbaar heftig knorrende buik heb ik altijd ervaren als een uitermate gênante gebeurtenis. Op de middelbare school kwam het wel eens voor, meestal tijdens een tentamen als het doodstil was in het hele lokaal. Verschrikkelijk. Om geknor en geborrel in mijn buik te voorkomen zorg ik tegenwoordig altijd dat ik goed gevuld ben. Tenminste, als ik de kans krijg.

De geur van een vers gebakken Turks brood met sesamzaadjes is magisch. Het kan binnen enkele minuten mijn hele huis vullen en zorgt voor water in mond lopende taferelen.

Het is zaterdagmiddag en ik zit aan mijn werktafel. Op de stoel tegenover mij ligt een plastic zak met daarin een Turks brood met sesamzaadjes. Het is half drie en dus als lang na lunchtijd. Op zaterdag lunch ik graag uitgebreid. Het brood besmeer ik dan met goede humus met extra veel knoflook en als voorafje eet ik dolma’s en groene olijven. Om dit alles weg te spoelen drink ik verse muntthee. Zonder honing. Mijn zaterdagen zijn tropische verassingen. Behalve vandaag.

Ik kijk opzij en de bilspleet die ik zie is zo in het oog springend dat hij met geen mogelijkheid te vermijden is. Als het die van mijn zusje was zou ik nu heel hard “BILSPLEETATLEET” roepen, maar het is die van mijn huisbaas.

Getimmer in mijn oor en de geur van Turks brood in mijn neus. Deze zaterdag is geen tropische verassing en ik ben absoluut niet content met de situatie. De dubbele deuren naar mijn balkon staan open en mijn appartement is gevuld met koude lucht. Hier kunnen mijn verwarmingen – die ik allemaal op de hoogste stand heb gezet onder luid geprotesteer van mijn huisbaas – niet tegenop boksen.

“Dat is één, dat is twee, dat is drie, dat is vier.” Hij telt mee met de klappen van de hamer. Vier keer timmeren is genoeg. Latje nummer drie hangt en op de achtergrond knort mijn buik.
De komst van mijn huisbaas gaat gepaard met een groot dilemma: is het onaardig om mijn tropische verrassingslunch te nuttigen terwijl hij en zijn bilspleet aan het zwoegen zijn mijn appartement tochtvrij te maken? Mijn Turkse brood met hem delen is geen optie. Geen denken aan.

Als mijn lunch kon praten zouden de olijven, de dolma’s en het heerlijk belegde brood nu schreeuwen “Eet ons! Eet ons! Het is al half drie, vergeet ons niet!” Als mijn buik kon praten zou de ruimte zich nu vullen met een oorverdovend gekrijs “VUL MIJ!”

Het laatste latje is bevestigd en mijn huisbaas treuzelt met het opruimen van de spijkers. Met zijn handen achter zijn hoofd staat hij uit te puffen. Er piept een stukje behaarde buik onder zijn polo uit. Ik neem wat ik zie in me op terwijl ik mijn thee – in een poging mezelf warm te houden – met grote slokken naar binnen slurp. Het delen van mijn brood is uit den boze, maar had ik hem eigenlijk een kop thee aan moeten bieden? Omdat ik toch nog iets aardigs wil zeggen wijs ik hem erop dat hij zijn figuurzaag niet moet vergeten.



Wie is Gastschrijver: Vonne Hendriksen?

Geboren in 1990, wat haar de jongste van het Genootschap maakt, en ook nog eens de enige Haarlemse tussen de Amsterdammers. Vonne schrijft over romantiek, beschadigde zielen, gebroken harten. Zacht en lief, zou je dus denken. Maar pas op, wat deze talentvolle dame schrijft is als een teckel: het lijkt allemaal wel zo schattig, maar er zit pit in. (EV)
Standard