Verslaving

Alles hebben

Ze waren naar binnen gegaan omdat hij had gezegd dat ze er alles verkochten. “Alles?” had ze vol ongeloof gevraagd en hij had geknikt boven zijn cappuccino.

In het café waar je bijna alles kon drinken, zaten ze tegenover elkaar. Hij had haar met de fiets van zijn huisgenoot opgehaald van het centraal station en met haar arm om zijn middel hier naar toe gefietst. Het had zachtjes gesneeuwd en haar handen zaten verstopt in wanten. “Jij weet wel van wanten,” had hij gezegd en ze had er gelukkig om moeten lachen.
Ze praatten nog wat verder, dronken nog wat koffie en waren toen klaar om te gaan. Hij stond op en vroeg: “Oké, waar zullen we heen gaan?” Ze lachte en pakte haar jas. “Naar de winkel waar ze alles verkopen, natuurlijk!”
De winkel waar ze alles verkopen was een minuutje lopen van het café waar ze lang niet alles dronken. Hij overwoog haar hand te pakken, maar durfde het uiteindelijk niet te doen. Voorlopig moest hij het doen met haar arm om zijn middel wanneer ze de grotere afstanden aflegden in de stad die alles zegt te hebben.
Voor een winkel die alles verkoopt was het er niet druk. Ze keek om haar heen en hij keek naar haar. Om zijn bewering kracht bij te zetten pakte hij af-en-toe iets van een schap en zei dan: “Kijk, ze hebben zelfs dit.” Ze lachte, zoals ze de hele dag al lachte. Hij was er inmiddels al verslaafd aan geraakt.
Zonder iets te kopen stapten ze uit de winkel die alles verkoopt. Teveel keus is voor niemand goed, dat begrepen ze beide. En waarom zou je alles willen hebben?
Ze pakte haar wanten en hij zijn handschoenen. Het was koud, maar de sneeuw bleef niet liggen.
“En nu?” vroeg hij.
Ze haalde haar schouders op.
“Laten we deze kant op gaan, “ zei hij en ze knikte.
Samen liepen ze steeds verder weg van de winkel die alles verkoopt, maar voor zijn gevoel had hij ook niet meer nodig.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *