Verhaal #101 • Afgesproken thema: Verslaving

Horres en Van Dam in: Het Witte Goud

“En, Van Dam, hoe ziet de situatie eruit?”
Het is een absolute chaos, chef. We zijn een van onze rechercheurs kwijt. Hij zal wel ergens in dat huis zijn, maar we hebben geen idee waar dan precies. En klopsignalen gaan niet zo makkelijk hè, met die brei.”

Horres knikt zwijgend. Horres aait wat aan zijn snor, die hij sinds kort laat staan. Het is een best goede snor, al zegt hij het zelf. Met puntjes naar de zijkant. Dat zijn de echte snorren.
“Goed, maar hebben we de dader al te pakken? Hij moet daar toch ergens zijn, of niet soms?”
“Nee, ja, natuurlijk chef, maar ’t blijft een chaos, daarbinnen. We hebben ‘m nog niet.”
“Wat doe je hier dan nog Van Dam? Hop, naar binnen!”
“Ja Horres.”
Van Dam draait zich om en loopt het grachtenpand aan de Leidsegracht weer binnen. Achter hem grinnikt Horres om de witte afdrukken die Van Dam achterlaat op de stoep en trap. De witte laarzen, die Van Dam aan lijkt te hebben, geven behoorlijk af. Hij probeert zeker een wit voetje te halen, denkt Horres, waarop hij in een bulderend lachen uitbarst.

“We hebben ‘m, chef!”
Van Dam komt, samen met een andere agent en allebei volledig in een witte waas gehuld, met een andere, net zo witte man naar buiten. Ze brengen de man naar Horres en fouilleren hem dan. Van Dam graait in een broekzak en haalt een lege tube tandpasta tevoorschijn.
“Ha, tuig,” blaft Horres, “op heterdaad! Dacht je nou echt dat we je niet zouden pakken? Dacht je dat? Voer ‘m maar af jongens, ik hoef die gast niet langer te zien. We ondervragen ‘m wel op ‘t bureau. Volgens mij heeft die gast nierstenen van fluoride. Ransaap. Oh, wacht, leuke grap: jullie zien er fluoriderend wit uit! Haha! Nou goed, Van Dam, ik wil dat je dat huis leeghaalt. Alles is bewijsmateriaal. Alles. Die brei mag in een container, ga ik voor je regelen, de rest, allemaal verpakken in zakken. Akkoord? Akkoord.”
“Oké. Wil je nog dat ik onderscheid maak tussen de verschillende merken?”
“Wat, hoezo dat nou weer?”
“Nou, de badkamer ligt vol Elmex, z’n slaapkamer is eigenlijk alleen Aquafresh en op de hele benedenverdieping ligt een laag van een halve meter Prodent.”
“Wat kan mij die merken nou schelen? Ik wil die container vol, begrepen?”
“Ja chef. Oh, trouwens, we hebben die rechercheur weer gevonden. Hij zat vast in de Zendium. Een kleverig goedje, we moesten met vier man aan ‘m sjorren om ‘m los te krijgen. Ze zijn ‘m nu aan het schoonpoetsen.”
“Het zal me worst wezen, dat gedoe daarbinnen. Ik wil dat je dat huis uitkamt, desnoods met een flosdraadje. Ik wil iedere tube en iedere tandenborstel hier op de stoep hebben. Binnen een uur. Is dat duidelijk genoeg, Van Dam? Dat geldt dus ook voor lege tubes, wat zeg ik, juist voor lege tubes! Aan het werk.”



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard