Zwangerschap

Ik zal ze leren

“We zijn zwanger”, zegt Kees, waarop ik hem vol op z’n muil sla.
Dat zeg je niet, halve zool!”

Kees is op de grond gevallen en bloedt uit z’n neus. Ik sta boven hem en bries wolken van woede.
“Je gaat je schoonouders maar lastigvallen met dat halfslappe geneuzel van je! Jij bént niet zwanger! Je hebt je vrouw bezwangerd. Je hebt je zaad in haar geplant. Op een hele ranzige manier, kan ik me zo voorstellen, ranzigerd. Met zweepjes en verkleedspullen en zo. Dat geloof ik allemaal wel. Maar je bent niet zwanger! Je vrouw is zwanger. Gefeliciteerd, goed gedaan. Klootzak.”
Ik timmer hem nogmaals op z’n bakkes.

Als ik de huiskamer uitloop waar Kees ligt te bloeden, ga ik op zoek naar zijn vrouw. ’t Is een eind lopen, in dit rustieke landhuis. Ik vind haar in de verre keuken aan de achtertuin. Ze staat een prei te snijden.
“Hallo Paula.”
“Haa, Hans, heeft Kees je het al verteld? We zijn zwanger!”
“Muil houden, kenau! Kees is niet zwanger!”
Ik pak de halfgesneden prei uit Paula’s handen en geef haar er een zweepslag mee tegen de wang. De bladeren laten rode striemen achter op haar wang en voorhoofd.
“Hans,” huilt Paula, “wat is er?”
“Jullie zijn helemaal niet zwanger! Jij bent zwanger! Je vergiftigt ons leven met je feministische geblaat. Bedenk je weleens dat jouw mening niemand interesseert, vrouw?”
Ik laat de prei nog een keer tegen haar gezicht kletsen. Een van de bladeren raakt los en belandt in de pan water waar Paula een groentesoep van aan het maken was.
“Hans, m’n soep!”
“Wat-zei-ik-nou-o-ver-je-me-ning!”
Bij iedere lettergreep flats ik de prei in haar gezicht. Er vliegt van alles groens in het rond. Bij het woord mening heb ik alleen nog een stompje wit in m’n handen. Ik pak de makreel maar vast die voor het hoofdgerecht bestemd zou zijn.

De voordeur klemt nog steeds. Die moet ik echt eens maken.
“Ik ben thuis!”
“Dag schat, ik sta in de keuken!”
Oh, lekker, het eten is al klaar. Kip, als ik het zo ruik. Mediterrane kip. Ik loop naar de keuken en zie inderdaad een kip op een schaal liggen.
“Lekker. Mediterrane kip?”
Ik kus haar.
“Nee, Provençaals. Zeg, schat, heb je al gehoord dat Kees en Paula zwanger zijn?”
“Wát?”
“Kees en Paula. Ze zijn zwanger! Leuk hè?”
Ik grijp de kip bij de poten van de schaal en slinger hem richting mijn vrouw. Ik raak haar vol op de wang, waardoor ze rond haar as draait en langzaam in elkaar zakt. Ze is in één keer buiten westen. Ik ga boven haar staan en schreeuw de longen uit m’n lijf. Na een onbepaald aantal seconden word ik rustiger, kalmeert ook mijn stem en vind ik de tijd om er een verstaanbaar woord uit te persen.
“Imbeciel.”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *