Zwangerschap

Keuzes

“Ik droomde vannacht dat ik zwanger was.”
Ze zit op de bank. In het schijnsel van de lamp achter haar lichten de haartjes op haar benen goudgeel op. Enkel op haar grote teen zit nog een scherf rode nagellak.

“Horatio was er ook bij.” Ze gebaart met haar glas wijn naar de kat die zich op de eettafel zit te wassen. Dat stinkende rotbeest dat ze had meegenomen naar hun gezamelijke appartement omdat ze niet zonder kon, en waaraan hij zijn hart had verloren toen het dier, na zich dagen achter de wasmachine verstopt te hebben, voorzichtig aan zijn uitgestoken hand kwam snuffelen. Desondanks is het altijd haar kat gebleven, zij knuffelt hem, voert hem, doet alles wat je als verantwoordelijke kattenbezitter zou moeten doen. En hij staat toe dat het beest zich af en toe tegen hem aan schurkt, op voorwaarde dat het niet te erg verhaart.
“Kreeg je een baby?”
Ze schudt haar hoofd. “Nee, nee, ik was alleen zwanger. Alsof daar ook geen consequenties aan vastzitten of zo. En Horatio was jaloers, zo zielig. En toen zei iemand tegen me, mijn moeder geloof ik, dat ik moest kiezen tussen Horatio of de zwangerschap.” Ze kijkt hem aan, met hoog opgetrokken wenkbrauwen.
“En?”
“Ja, weet ik dus niet. Toen werd ik wakker.” Ze nipt aan haar wijn. “Wat denk je daar nou van?”
“Het was maar een droom.”
“Is ook zo.”
Horatio springt op de schouw en stapt zoals alleen een kat dat kan tussen de fotolijstjes door. Zij samen, voor het Pantheon in Rome. Dat ze zei dat ze van hem hield toen hij erachter kwam dat de rivier die hij constant de Tigris noemde, de Tiber bleek te heten. Het eerste etentje met hun beide ouders, waarna hij na wat wijn bijna het kaasmes in zijn voet liet vallen. Gewoon een mooie dag op het balkon, de zon achter hen, zijn kus op haar naar kokos ruikende haren.
Ze hebben het ooit over kinderen gehad, in het begin, in de tijd waarin de foto´s zijn genomen. Wanneer, hoeveel, jongens, meisjes, namen. Ze zouden verhuizen naar een plek buiten de stad, ruimte en rust. Ergens is dat samen dromen overgegaan in een gedeelde angst voor het onbekende.
De kat springt van de schouw op de bank en dan op haar schoot.
“Misschien moet je voor Horatio kiezen.”
“Wat?”
Hij herhaalt het. Ze kijkt hem fronzend aan en schudt haar hoofd.
“Ik snap je niet.”
“Misschien…” Hij gaat met zijn duimnagels over zijn jeans. “Ik weet het niet, laat maar.”
Ze woelt met haar vingers door de vacht van de kat. Hij kan haar ogen niet zien.
“Wil je nog wijn?”
“Graag.”
En hij loopt de keuken in om de fles te pakken.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *