Zwangerschap

Het gebaar

Het gisteravond zorgvuldig opgerolde en in de kast verstopte tweepersoons laken ligt weer op de koude garagevloer. Van een afstandje kijkt hij naar haar naam.

Katerina. Dat staat er al mooi op. In rood, haar lievelingskleur. Hij opent de pot met verf en doopt de kwast er in. Een klein kloddertje test de zwaartekracht.
Schilderen, het was nooit z’n hobby geweest. Toch had hij afgelopen zomer helemaal zelf de muren van de kinderkamer geverfd. Roze, het wordt een meisje, dat weten ze al. Hij had een klein beetje bezwaar gemaakt tegen die kleur, maar uiteindelijk had hij het toch maar gedaan. Ze wou het zo graag.
Katerina. Gewoon heel simpel ‘ik houd van je’ er achter verven? Of misschien iets poëtisch. Hij had ooit eens ergens gelezen dat vrouwen dat geweldig vinden. Maar wat rijmt er op Katerina?
‘Oke,’ mompelt hij tegen zichzelf. ‘Niet te moeilijk doen, het gaat om het gebaar.’

’Vind je deze niet schattig?’ Haar rechterhand rust op een ledikantje.
‘Ja, heel erg schattig.’
Hij kijkt om zich heen. Het is druk in de IKEA, zelfs op deze vroege zaterdagmorgen. Normaal gesproken probeert hij grote winkels die veel mensen aantrekken te vermijden, maar van deze houdt hij. Komt door haar. Toen ze elkaar net kenden, had ze hem meegenomen. Hij woonde net op zichzelf en zij vond dat hij een schemerlamp nodig had. Daarna kwamen ze er vaker samen. Kochten ze een klein dingetje, maar bleven ze er toch de hele middag rondbanjeren. Banken uittesten die ze toch niet gingen kopen. In keukenkastjes snuffelen en dan zogenaamd verontwaardigd roepen waarom er nog geen boodschappen waren gedaan.
‘Wat denk je, deze maar meenemen dan?’ Ze kijkt hem vragend aan, haar hoofd een beetje schuin. Het was hem opgevallen dat ze dat altijd doet als ze ergens over twijfelt.
‘Ik weet het niet,’ antwoordt hij. ‘Misschien moeten we er even over nadenken en binnenkort terugkomen.’
Ze lacht. ‘Oké, laten we maar gaan. We moeten ook nog boodschappen doen.’

‘Michelle. Wat vind je van Michelle?’ Ze draait haar hoofd naar hem toe.
‘Michelle,’ herhaalt hij langzaam, starend naar het plafond. ‘Michelle, my belle. These are words that go together well. My Michelle.’
‘Ja precies, net als in dat Beatles liedje,’ antwoordt ze triomfantelijk.
Hij lacht, hij houdt van The Beatles. Bijna net zoveel als van die mooie, zwangere vrouw die naast hem ligt op het tweepersoonsbed. De ochtendzon probeert door de gordijnen te komen.
‘Michelle. Ja, dat is misschien wel een mooie naam voor ons meisje.’
Hij legt zijn rechterhand op haar dikke buik. God, wat gaat het toch snel. Het lijkt nog maar even geleden dat ze hem in de badkamer huilend om de nek was gevlogen en riep dat ze zwanger zijn. Eindelijk zwanger. Ze hadden de moed al bijna opgegeven.
Hij draait zijn hoofd naar haar toe.
‘Julia. Wat vind je van Julia?’

Het beschilderde doek ligt naast hem op de passagiersstoel. Nog een paar kilometer en dan is hij bij zijn plek van bestemming. Tenminste, als hij niet te lang in deze file blijft staan. Nerveus trommelt hij met zijn handen op het stuur van de ruim vijftien jaar oude Peugeot. Het mag dan wel een auto op leeftijd zijn, rijden doet-ie nog steeds als een zonnetje. Toch hebben ze afgesproken binnenkort te gaan kijken voor een nieuwe. Een iets grotere auto is nou eenmaal handiger als de kleine er eenmaal is. Anders wordt het elke keer zo’n gehannes met het kinderzitje, had ze gezegd.
Hij pakt het gisteravond uitgeprinte kaartje er maar weer eens bij. De rode cirkel geeft aan welke viaduct hij moet hebben. De viaduct waar zijn Katerina elke ochtend onder door rijdt op weg naar haar werk. De volgende afslag links en dan rechts er weer op.
Een lach op zijn gezicht. Wat zal ze verrast zijn.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *