In therapie

Breinpijn

‘Hoe is het deze week gegaan?’
Mwah.’

‘Mwah?’
‘Ja, mwah.’
Ik weet zeker dat ze weet wat ik daarmee bedoel. Ze weet haarfijn dat ik op maandag niet uit bed kon komen en er dus ook maar de hele dag in ben blijven liggen. Ze weet dat donderdagavond even moeilijk was en dat zaterdag wel redelijk ging. Zo gaat het namelijk elke week. Dat weet ze, want dat heb ik haar al vaak genoeg verteld.
‘Kan je dan misschien vertellen wat je bezighield, de afgelopen week?’
‘Mijn hersens.’
‘Je hersens?’
‘Hersens, brein, bovenkamer. Het is maar net hoe je het wilt noemen.’
‘Op wat voor manier hielden ze je bezig?’
‘Ze hielden maar niet op. De hele dag waren ze druk. Zo druk dat ik er breinpijn van kreeg. Enorme breinpijn. Heb ik nu nog steeds trouwens.’
‘Breinpijn. Dat is een nieuw begrip voor mij.’
‘Ik heb het zelf bedacht. Officieel bestaat het niet, maar bij mij dus wel. Het is heel iets anders dan hoofdpijn.’
Zou ik haar moeten vertellen dat breinpijn technisch gezien helemaal niet mogelijk is? Je hersens hebben geen zenuwuiteinden en kunnen dus geen pijn doen. Prik er met een mesje in, voel je helemaal niks van. Maar zij heeft er voor gestudeerd, zij zou het brein op haar duimpje moeten kennen en dus ook wel weten dat pijn in je brein niet mogelijk is.
‘Het betekent dat je hersens maar niet stil willen zijn. Ze hebben het druk met van alles en nog wat. Vooral met denken. Met dat denken zijn ze zo druk dat je verder niks meer kunt. Een beetje in bed liggen misschien, een beetje huilen, een beetje staren, maar daar houdt het dan ook wel mee op.’
Ze vertelt me dat er wel dingen zijn die je kunt doen om je hersens stil te krijgen, om de breinpijn af te laten nemen. De gedachtes accepteren en niet analyseren, dan ben je al een heel eind, zo zegt ze.
Ik wijs haar erop dat dat makkelijker gezegd is, dan gedaan. Want had ze gemerkt dat ze net haar haar achter haar oor streek? Nee, dat had ze niet. Hersens. Zulk soort dingen doen ze dus allemaal.
‘Het schijnt dat je ze eruit kunt halen. Via je neus. Enige wat je nodig hebt is een stokje met een haakje aan het einde. Dat heb ik vroeger met geschiedenis geleerd, zo deden ze dat namelijk bij de mummies. Wat zou dat handig zijn. Als ik op maandagochtend en donderdagavond een stokje in mijn neus kon steken om mijn hersens eruit te halen. Gewoon voor even. Zodat ze heel even niet zo vervelend zouden doen. Want het komt niet door mij hoor.’
‘Wat komt niet door jou?’
‘Alles. Alles wat er mis is, je weet heus wat ik bedoel. Het komt allemaal door mijn hersens.’

Standaard