Brieven

Stollen

Cathlin duwt, zonder een krimp te geven, haar duim in het hete kaarsvet. Met haar vingertop laat ze een afdruk achter op de gesloten omslag.

Nu jij.’ Ze reikt me de kaars aan.
Ik giet een hoopje kaarsvet op de opening van de enveloppe. Laat het even stollen, terwijl ik zoek naar een voorwerp om de afdruk te maken. Ik gebruik de knop van mijn blouse.
Cathlin schuift haar verzegelde brief naar me toe, over de tafel. Ik geef haar de mijne.
‘Tien jaar. Geen dag meer of minder.’
‘Geen dag’, beloof ik. Er is geen weg meer terug.
‘Dorst?’, beveelt ze. Ze is al weg om frisdrank te halen.

Ze giet de glazen boordevol. Zuigt met haar lippen de gemorste cola van het tafelblad. De eerste zon van het jaar brandt op mijn hoofd, op de houten tuinstoelen. Naast de tuinkaars staat een kom met zure beertjes. Alles smelt, glimt.
In het verharde kaarsvet zitten vliegen, overgebleven van vorige zomer. Een langpootmug voert een grand plie uit, haar linker- en rechterpoten uiteengedreven, drie per drie samen.
Vroeger deden Cathlin en ik ballet, we konden zelfs spreidstand. Onze tutu’s werden te klein, we verleerden de posities.

‘Ik wens dat we tien jaar verder zijn.’ Cathlin knipt met haar vingers.
Na enkele seconden opent ze haar ogen weer, werpt een blik op de tuin, op mij en mijn platte borsten. Alles is hetzelfde gebleven. Ik merk opluchting.
‘Waaraan denk je?’, vraagt ze.
‘Nergens aan.’
Cathlin wil voortdurend weten wat er in mijn hoofd gebeurt, of daar een spannende rol voor haarzelf is weggelegd.
Dat ik nu aan niets noemenswaardig denk is niet gelogen. Ik voel geen verlangen te weten wat zij in haar brief heeft geschreven, bij welke woorden ik op mijn dertigste mijn wenkbrauwen zal fronsen.
Het enige gevoel dat ik ervaar, met een wachttijd van tien jaar in het vooruitzicht, is leegte. Ik zou niet willen dat de tijd sneller voorbijgaat, dat alles waar ik nu naar uitkijk met een vingerknip eindigt. Maar dat elke seconde langer gaat duren, de verveling een nog grotere worsteling wordt en wachttijden oplopen. Dat wil ik ook niet. Dus zit ik vast, kan geen kant op.

‘Ik heb je in mijn brief verteld over de tampon.’ Cathlin glundert er nog om.
‘Welke tampon?’ Terwijl ik de vraag stel, weet ik weer waar ze het over heeft. Een worstje shit, in plastiekfolie gewikkeld, ingebracht als een tampon, om het zo langs de douane op de luchthaven te smokkelen. Zij nam het risico.
‘Geef toe, het is een herinnering die het waard is zo lang mee te gaan.’ Cathlin buigt voorover, maakt mijn trui, die in de stoel bleef haken, los. Ze trekt aan de stof zodat de mouw het gemaakte haakje weer opslorpt.
‘Bedankt’, zeg ik.
Even denk ik dat we elkaar toch begrijpen. Dat we beiden doen wat binnen ons vermogen ligt.

Cathlin kijkt uit over de tuin. ‘Hoe kan je nu nergens aan denken? Ik denk altijd ergens aan.’
‘Er zit wel een heleboel in mijn hoofd. Maar niets dat er uitspringt’, antwoord ik.
Cathlin zwijgt. Ze steekt een zuurtje in haar mond, trekt een pijnlijke grimas.
Voor het eerst vandaag voel ik medelijden.
Wanneer ze in 2020 het blad papier omdraait, het nog eens omdraait, de bladzijden afspeurt naar verbleekte inkt, zal ze inzien dat er nooit iets geschreven stond. Ze zal eenzelfde gezicht trekken. Zich afvragen waarom ik haar niet enkele woorden gunde die het wachten enigszins waard maakten.
Maar ik heb haar niets te vertellen. Gaandeweg zal ze ondervinden dat ik haar van me af schud, uit haar schaduw kruip, ook iemand word die risico’s neemt.

Ik drink mijn lauwe cola leeg. De suiker plakt aan mijn tong en tanden. Cathlin maakt aanstalten bij te vullen. Ik dek mijn glas af.
‘Neem dan een beertje.’ Cathlin schuift de kom snoepjes naar me toe, telt hoeveel ik er neem. Ze eet nooit meer dan anderen.
Ik steek er drie tegelijk in mijn mond. Gun haar deze overwinning. Het zuur doet mijn mondspieren samentrekken. Ik geloof dat het lijkt of ik glimlach.

Door: Lize Spit


Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *