Brieven

Ik vermoed lange brieven

“Ik ben gewoon geen beller,” zeg ik en neem een slok van mijn lauwe bier. We zitten naast elkaar in de zon op het terras van café Lowietje en met het leven is voor even niks mis.

Ze knikt.
“Ik kan slecht tegen die stiltes. Dat gevoel van ‘nu moet ik iets zeggen’. En als ik dan eens iets zeg, is het altijd tegelijk met diegene aan de andere kant van de lijn. En dan zijn we vervolgens beide weer eventjes stil omdat we niet weten wie nu mag praten.”
Ze lacht.
“Echt, het is altijd vreselijk ongemakkelijk.”
Met een zwierige hoofdbeweging gooit ze haar lange, blonde haren naar achteren.
“Maar ook als je met mij belt?” vraagt ze. “Zelfs met mij, Daan?”
Een grote glimlach op haar gezicht. Ze daagt me uit en ik laat het graag gebeuren. Toch geef ik eerlijk antwoord: “Nee, bellen met jou is altijd gezellig. Wij kunnen namelijk heel goed samen zwijgen.”
Ze lacht en zakt tevreden terug in haar terrasstoel. “Wist het wel, hoor. ”
“Maar je wilde het gewoon nog eens van mij horen,” vul ik aan.
We kennen elkaar inmiddels langer dan vandaag.
Ik had haar inderdaad al eens eerder verteld dat ik met iemand kunnen zwijgen waardevoller vind dan samen praten om het moeten praten. Het ergste zijn die momenten tijdens een lange autorit, en dan vooral als je de passagier bent. De bestuurder heeft altijd zijn dingen te doen: sturen, gas geven, remmen, in spiegels kijken, schakelen en voldoende afstand houden ten opzichte van het verkeer voor ‘m. Niemand die het ‘m kwalijk neemt als hij even niks zegt. Nee, de sfeer in de auto hangt volledig af van de bijrijder. En dat is veel druk.
Ze slaat haar ogen open en komt wat naar voren uit het terrasstoeltje. “Als we in de jaren vijftig zouden leven, zou je mij dan brieven sturen, Daan?”
Ik lach hard en voel een stroom van geluk door me heen gaan. Dit soort totaal onverwachte opmerkingen zijn precies waarom ik zo van haar houd.
“Waarschijnlijk wel,” antwoord ik en zet mijn bierglas neer op de tafel. “Ik vermoed lange brieven met daarin mijn langdradig omschreven verlangens en mijn angst omtrent de naderende Koude Oorlog. Misschien een foto erbij van wat ik die dag heb gegeten. Zonder filter, want alles in die tijd is al met filter natuurlijk.”
“Dat is logisch,” zegt ze. “En dan spring ik vol verrukking op als de postbode aan de deur komt. Gulzig trek ik de envelop open en voordat ik de brief lees, ruik ik even aan het papier.”
We lachen. Met het leven is vandaag echt helemaal niks mis.
“Bitterballen bestellen,” vraag ik?
Ze glimlacht en ik steek mijn hand op naar de ober.
Wij blijven hier nog wel even.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *