Brieven

Vliegensvlug

De wind waait fors, uit het westen. De beuken en kastanjes, her en der verspreid, buigen zoals gepensioneerden buigen voor hun rollator.

Nog groene bladeren verliezen hun grip en schieten over de lange, geasfalteerde weg. Velen vergezellen de wind naar onbekende oorden, enkelen blijven haken op het stuur van Geert. Geert ploegt er doorheen. Het past, dat het weer z’n best doet om te lijken op die storm uit ’86, al komt het in de verste verte niet in de buurt.

Als hij z’n fiets niet had vastgebonden aan die lantaarnpaal had hij ‘m nooit meer teruggezien. Hij schuilde die nacht bij boer Hobbema. Toen hij ’s ochtends uit de wijnkelder klom, bleek de fiets er gelukkig nog te staan, maar de posttas werd pas twee dagen later teruggevonden in de buurt van Warffum, bijna 50 kilometer van Schiermonnikoog. Dat werd op het eiland een spreekwoord: ‘naar Warffum waaien’. Het wordt nog steeds gebruikt als iets of iemand plotseling verdwijnt.

Een jongen van vijftien was op de fiets helemaal naar Schier gereden om de tas terug te brengen. Geert had ‘m willen belonen met een appeltaart, maar toen bleek dat alle adressen door waterschade onleesbaar waren geworden. De knul kon er naar fluiten. Na een week drogen, bestuderen en controleren bleken vierentwintig enveloppen en ansichten bezorgbaar. Zeven waren onherkenbaar. Een mindere postbode had zijn taak hier opgegeven, tevreden met de vierentwintig bezorgbare brieven. Geert niet. Geert besloot de onleesbare brieven waar mogelijk te openen en op inhoud te bestuderen. Een doodzonde, dat vond hij zelf ook, maar nood brak wet.

Grote teleurstelling toen ook de binnenkant onleesbaar bleek. Geert was ontroostbaar. Dagenlang kwam hij niet meer uit bed. Hij had het briefgeheim geschonden, maar had er nog niks aan, want bezorging was nog steeds onmogelijk. Geert verloor z’n baan. Niet vanwege het niet bezorgen van een paar briefjes, want dat overkwam de beste, maar omdat hij drie weken lang niet op z’n werk kwam. Geert zat thuis, omgeven door boeken, uit te vogelen hoe uit verlopen inkt nog woorden kon toveren. Twee maanden na het ontslag stapte ook z’n vriendin de deur uit. Voor de boodschappen, want de blikken bruine bonen waren op.

Ze had ‘m vanochtend uitgezwaaid, toen hij op z’n fiets stapte. De fiets die hij jarenlang in de schuur had laten staan, om ‘m er alleen uit te halen als hij weer een adres ontcijferd had. De methode die Geert had ontwikkeld was effectief, maar tijdrovend. Hij had er zevenentwintig jaar over gedaan om de adressen te ontdekken. Het was zijn levenswerk geworden. En nu zit hij voor de laatste keer op de fiets, voorovergebogen te stampen, om de allerlaatste brief te bezorgen. Aan het einde van de lange Dijkweg staat het huis waar hij moet zijn. Geert stapt af. Tranen wellen op, maar hij houdt zich sterk terwijl hij de posttas openmaakt en de Laatste Brief eruit haalt. Eenmaal bij de deur aangekomen, haalt Geert nog een keer goed adem. Dijkweg 16, dat-ie dat niet eerder heeft gezien. Het geeft niet. Bezorgd is bezorgd. Geert belt aan. Dan rukt een hevige windvlaag het levenswerk uit zijn handen. De brief sprint de honderd meter in wereldrecordtijd bij hem vandaan. Op het moment dat Geert de brief niet meer ziet gaat de deur open.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *