Naakt

Uitgelaten

Hij was nog nooit naakt geweest in een stal. Al wel in weilanden, in auto’s, bussen en andere vervoersmiddelen, op straat, in kroegen en in bad, maar zo’n stal was echt helemaal nieuw.

Hij rende van de ene naar de andere kant. Geloei overstemde het kletsen van zijn geslacht tegen het vel dat binnen bereik lag. De onderbuik vooral, en de dijen. Hij genoot van dat gevoel en hij genoot van de verbaasde blikken van de koeien. Dat koeien altijd verbaasd kijken, dat deerde hem niet.

Toen hij voor de zeventiende keer terugkwam bij de grote staldeur bleef hij hijgend staan. Daar, in een hoek en voorheen door pure extase aan zijn oog onttrokken, stond een hooivork. Het leek een vrij gebruikt exemplaar te zijn. Hij kon zich zo voorstellen dat de boer, dezelfde die waarschijnlijk de staldeur op een kiertje had laten staan, hiermee dagelijks het hooi naar de koeien toebracht. Hij kon de neiging niet onderdrukken om even aan de vork te ruiken, maar aanraken durfde hij niet. Het instrument rook naar hooi, zoals verwacht. Maar ook een beetje naar het zweet van een man met knoestige handen en modder onder de nagels.

Hij draaide zich weer om naar de stal. De balen hooi op het beton, tussen de rijen koeien in, die hij tijdens het heen en weer rennen had genegeerd, leken heerlijk zacht en knuffelig. Erg lang hoefde hij niet na te denken. In drie, misschien vier grote stapsprongen belandde hij in het hooi. De landing was harder dan hij hoopte en ook de textuur van gedroogd gras bleek niet zo vriendelijk voor de huid als de romantiek het toeschreef. Dat was allemaal niet zo erg geweest als dat ene, uitstekende sprietje er niet was geweest. Dat ene, uitstekende sprietje dat in zijn vrij hangende jongeheer stak. Dat ene, uitstekende sprietje verpestte zijn dag. Door de kracht waarmee hij op de hooibalen sprong, voelde dat onschuldige takje aan als een stalen pin. Hij slaakte een gil, hoog boven alle geaccepteerde toonhoogtes voor mannen uit. Kermend, half rollend en half kruipend, kwam hij van het hooi. De koeien waren stilgevallen. De ene kant van de stal keek verbaasd naar het kermende hoopje bij het stro, de andere helft vroeg zich net zo verbaasd af waar dat hoge geluid vandaan kwam, omdat de balen hem aan hun zicht onttrokken.

De lol was er nu wel vanaf. De pijn verbijtend keek hij naar z’n zaakje. Het bloedde niet, maar was wel rood en blauw en paars en allerlei andere kleuren daar tussenin. De aanblik maakte hem misselijk. Hij stond op en begon vertwijfeld en wankel door de stal te lopen. De koeien volgden hem met hun grote ogen, maar ze durfden nog steeds geen geluid te maken. Door die stilte viel het openschuiven van de staldeur des te meer op. De binnenstappende boer werd door alle aanwezigen gezien.

“Bello, hierrr!”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *