Reis

Watjes

De hengst van m’n vriendin staart me aan. De oren naar de zijkant en z’n neusgaten blazen wolken zuurstofdamp tegen m’n keel.

Iedere keer als ik in de stal kom is er een soort spanning tussen hem en mij. Hij voelt haarfijn aan dat ik een rivaal ben voor het vrouwtje. Oscar, heet-ie. En ik vind Oscar een watje. Hij krijgt heel speciaal, handgemengd voer en heeft voor iedere weersomstandigheid een apart dekentje. Ik denk dat hij mij ook een watje vindt. Ik gedraag me als een zestienjarig bontkraagje die met z’n vrienden de wereld aandurft, maar alleen instort tot een bibberend hertje. Hij voelt heel goed dat m’n kalme assertiviteit gespeeld is.

We gaan met ‘m wandelen. Dat doen we vaker. Vriendin aan de ene hand, touw met paard eraan aan de andere. En dan over de stoep. De uitgelaten honden die we tegenkomen lopen met groot respect om ons heen. De eigenaren volgen hun honden gedwee.

Nu ligt er een vers pak sneeuw. Oscar is nerveus. Ik moet ‘m regelmatig corrigeren, door met het touw korte rukjes naar links, rechts of voren te geven. Dan loopt hij weer een meter of 10 rustig mee, waarop het riedeltje weer begint.

“Ik ga wel even op ‘m zitten, misschien dat-ie daar rustiger van wordt.”

Ze heeft wat hulp nodig, maar weet uiteindelijk toch redelijk sierlijk op Oscars rug te klimmen. Ik vervolg mijn weg en warempel, het verwende knolletje luistert stukken beter. Sowieso concentreert hij zich altijd op het meisje, dus nu ze bovenop ‘m zit is hij veel makkelijker te leiden. De geluiden van de nabijgelegen ijsbaan en het kraken van de sneeuw is nu minder eng. We lopen heerlijk. Het vriendinnetje geniet, en ik dus ook.

“Wil je ook even zitten?”

Ik heb nog maar één keer eerder op Oscar gezeten. Het was verrassend leuk. Ik zou het vergelijken met een levende boomstamfiets. Als dat helpt. Met de teugels in eigen handen leidde ik het paardje door de bak. Enige probleem: het zag er niet uit, zo zag ik later op de foto’s die uiteraard werden gemaakt. Een lange, dunne slungel die onwennig op een massa spieren voortbewoog. Schaapachtig glimlachend. Vooral de draf, waarbij je als berijder je bekken in het ritme van het paard mee naar voren moet bewegen, was niet erg flatterend. Ik heb de foto’s ervan vernietigd.

Ze legt haar handen onder m’n scheenbeen en helpt me omhoog. Ik beland keurig bovenop Oscar en richt me op, maar voel dan ook beweging onder mij.

“Nee Oscar!”

Oscar hoort het niet. Hij draait zijn hoofd weg van m’n vriendin en rukt daarmee het touw uit haar handen. Hij voelt de vrijheid en versnelt z’n tempo. Een galop begint. Ik probeer me wanhopig vast te grijpen, maar door het gebrek aan teugels en stijgbeugels voel ik mezelf opzij schuiven. In een fractie van een seconde analyseer ik de situatie. Oscar rent de stoep af en het gras in. Als ik te lang blijf zitten, val ik zometeen in de sloot die ernaast ligt. Als ik nu val raak ik besneeuwd gras. Dat zou niet al te hard moeten zijn. Oké dan. Ik geef me over aan de zwaartekracht en zak opzij. Western-acteurs uit de jaren ’70 hadden niet beter uit het zadel kunnen vallen, dodelijk getroffen door een kogel van een held. Terwijl ik zweef denk ik: shit.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *