Verhaal #72 • Afgesproken thema: Koffie

Ikea-kleuren

De kopjes zijn wit van buiten en groen van binnen. De onderzetters zijn ook groen, net als de kussens en de planten.

Groen is niet de favoriete kleur van Denny, kan ik als verteller melden. Het doet mij denken aan de Ikea en die gedachte projecteer ik op mijn hoofdpersoon.
“Wat een klotekussens” roept hij.
Het karakter dat ik Denny heb genoemd is een man van duidelijke woorden. Hij draagt een versleten spijkerbroek en een kersttrui van vorig jaar. Al had ik die trui toen nog niet bedacht, dus wat dat betreft is-ie van dit seizoen. Op papier woont hij in een klein appartementje aan de Rozengracht, in Amsterdam, maar hij is eigenlijk vaker te vinden in café Toussaint, aan de Bosboom Touissaintstraat. En daar zit hij nu, op het nieuwe bankstel in het zithoekje.
Ik heb zojuist bedacht dat de eigenaar van dit café Rob heet. Rob is een goede naam voor een caféhouder.
“Je bent zelf een klotekussen” roept Rob terug.
“Luister, Rob, die koffie van je is prima te tanken, hoor, maar die kopjes maken me misselijk. Ik zie er groen van!”
Daarmee greep Denny terug naar de kleur van de kopjes en zijn misselijkheid. Daarom is het een grapje. Ik heb ‘m bedacht, dus ik meld het even.
“Hahaha,” lacht Rob.
“Serieus! Nog erger dan op het strand met windkracht acht met de wind mee plassen.”
“Ach, lul niet zo slap!”
“Nee, serieus! Dat moet je nooit doen. Niet met de wind mee, niet tegen de wind in. Wat zeg ik, misschien moet je vanaf windkracht vijf wel helemaal niet meer plassen. Voor de zekerheid.”
Hier kort ik de discussie even in, omdat ik die macht heb, als schrijver. Wat je moet weten: uit voorgaande opmerking van Denny ontspon zich een levendige discussie, die vooral ging over de kwestie vanaf welke windkracht het niet meer slim is om te gaan plassen, als je op het strand bent. Uiteindelijk werd de situatie met windkracht zes afgesloten, waarna Rob toch besloot door te vragen naar het voorval van de urine van Denny op het strand, dat ik even eerder heb opgeschreven. Achteraf bezien had ik de discussie misschien maar beter kunnen uitschreven, want dat had ongetwijfeld minder woorden gekost dan wat ik nu doe, zeker als ik deze verontschuldiging mee pak. Het leven van een schrijver gaat niet over rozen. Hoe dan ook, Denny reageert als volgt op de vraag van Rob:
“Ik was gewoon lekker aan het uitwaaien, ja? Lekker, joh en alles. Zand stuift en zo. Nou en ik moest zeiken hè en als je moet dan moet je, dacht ik dus, dus ik ging, op het strand gewoon want er was toch niemand dus dat kon best. En ik wou al heel lang weten hoe ver je dan kon plassen, als je met de wind mee richtte. Dus ik staan en laten gaan hè, gewoon. Nou joh, het ging alle kanten op behalve dan naar voren! ’t Sproeide gewoon! Overal heen! Op m’n broek, m’n jas, het kwam gewoon achter m’n zonnebril terecht! Als een tornado man!”
Het lijkt mij mooi als Rob hier dan in een bulderend lachen uitbreekt, dus bij deze.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard