Verhaal #380 • Afgesproken thema: Vrouwen onder elkaar

Sylvie

Ik weet nog hoe ik haar ooit zei: ik geloof niet in monogamie. Je hoort niet voor altijd samen te zijn met een persoon, misschien vroeger, toen we niet ouder werden dan vijfendertig, maar nu niet meer. En nu ik hier tegenover haar zit en ze me vertelt hoe dronken ze gisteravond was en hoe ze met wel zeven mannen had gezoend, denk ik: misschien is dat gewoon hetzelfde met vriendschappen. Je hoort niet voor altijd samen te zijn met een persoon.

‘Lies?’ zegt ze.
Ze kijkt naar me. Wachtend.
‘Hoe heette hij?’ vraag ik haar, ik pak mijn wijn en beweeg het heen en weer in het glas.
‘Dat kon me gisteravond niet heel veel schelen Lies, vraag jij altijd de naam van de jongens met wie je zoent?’
‘Mannen,’ onderbreek ik haar. Ze kijkt verward.
‘Het zijn mannen, ze zijn ouder dan vijfentwintig. Heb jij een aansteker?’
Ze geeft me haar aansteker aan. En net voordat ze iets wil zeggen wordt ze afgeleid van haar telefoon die gaat. Ze kijkt even op het schermpje en begint dan te lachen.
‘David. Hij heette David,’ zegt ze.

De serveerster komt langs ons tafeltje en vraagt: ‘Alles naar wens?’
En ik wil zeggen: ‘Nee, echt helemaal niet.’
Maar in plaats daarvan glimlach ik en zeg ik: ‘Ja hoor, bedankt.’

Ik kijk naar Sylvie. Haar witte haren vallen voor haar gezicht, ze heeft vlekken van haar te donkere foundation in haar hals. Dan draait ze haar hoofd naar me toe en zegt: ‘maar ja, we zijn hier natuurlijk om te praten over dat voorval op mijn verjaardag.’

Toen ik acht was noemde ik Sylvie mijn hartsvriendin. En nu ik eraan terugdenk weet ik eigenlijk niet of ik haar zo noemde, omdat ze echt het allerleukste meisje uit de klas was om mee te spelen, of gewoon omdat zij de populairste was en ze mijn haren altijd mooi invlocht. Later, toen we twaalf waren en naar de middelbare school gingen, kwamen Sylvie en ik weer samen in de klas. We schreven in elkaars agenda, sliepen elk weekend bij elkaar. Ze was erbij toen de politie belde en zei ‘ben jij Lize? Er is iets met je moeder aan de hand,’ en ik was erbij toen ze voor het eerst gezoend werd door Kjell. Op ons vijftiende verzonnen we smoesjes om te vertellen tegen onze ouders, als we stiekem uitgingen. We fantaseerde over het studentenleven, Sylvie zou Communicatiewetenschappen gaan studeren en ik Media en Cultuur. We zouden in dezelfde faculteit colleges hebben en misschien zelfs huisgenoten worden.

‘Misschien moeten we het wel gewoon niet meer doen,’ zeg ik dan tegen Sylvie.
‘Wat?’
‘Gewoon, die kerstdagen, etentjes, afspraken, verjaardagen.’
Ze kijkt me aan. En het liefst wil ik gewoon nu weg.
‘Hoe bedoel je, niet meer doen?’
‘Gewoon, minder. Ik snap gewoon niet waarom we altijd alles maar samen moeten doen en waarom we zulke hoge verwachtingen van elkaar hebben. Ik had gewoon geen zin om naar buiten te gaan en naar je verjaardag te gaan. Waarom kan niet alles gewoon even wat minder. ’
‘Dat is dan toch gewoon het einde van de vriendschap?’
En ik denk; ‘ja dat is het inderdaad’.
Maar ik zeg; ‘Dat hoeft toch niet.’
Ze knikt en zegt ‘Oké, gaan we dan ook niet meer samenwonen?’
En ik schud mijn hoofd en denk: ‘Nu snapt ze dat de vriendschap echt voorbij is.’

Als we later afscheid nemen, en ik eindelijk naar huis kan, omhelzen we elkaar bij de tramhalte en dan zegt Sylvie opeens: ‘ik hoop echt dat we voor altijd vrienden blijven.’
Ik kijk haar aan en zeg dan, met een glimlach: ‘Ik ook. Ik hoop ook dat we vrienden blijven’.

Door: Charlot Kroon



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard