Verhaal #355 • Afgesproken thema: Tussenjas

Klein

Zijn handen omklemden de rand van de tafel. Mijn handen hingen in het voorvak van mijn schort. Ik speelde even met de gedachte om ze eruit te halen en die van hem aan te raken. Misschien wilde hij dat ik een keer initiatief nam.

Ik zocht contact, maar hij keek dwars door me heen. Plots ging zijn stoel naar achter en met moeite duwde hij zich van de tafel af. Hij noemde me een kreng van een wijf en liep met grote stappen naar de voordeur.
Even leek het nog alsof hij twijfelde, tot hij demonstratief een jas van het hout trok. Toevallig de jas die ik hem jaren geleden gaf. De jas was veel te klein geworden. Of eigenlijk was hij veel te groot geworden voor de jas. Een knoop sprong met moed van zijn borst bij het aantrekken. Ik wisselde kort een blik met het ronde schijfje op de grond. Hij had zich inmiddels omgedraaid en kondigde zijn vertrek aan.

John leek zo meer op een rollade dan op mijn man. Hij zag rood. De naden van de witte jas sneden als touw in het vlees eronder, vervormden zijn lichaam tot een heuvelachtig landschap. Hij puilde er aan alle kanten uit. Slechts twee knopen leefden nog. Ik voelde mijn mondhoeken jeuken, maar het was geen moment om te lachen. Ironisch genoeg spuwde hij minuten geleden over te weinig ruimte in onze relatie. Hij moest weg, want hij voelde zich gevangen. Ik had vaak geknikt. Zijn wil was inderdaad te groot voor ons, te groot voor mij en zelfs te groot voor zijn jas. Maar vooral zijn gebaren waren groter geworden. De uren samen langer. Zijn klappen harder. En ik steeds kleiner.

Ik bleef staan en hield mijn lippen uit gewoonte strak op elkaar. Ik aarzelde over wat ik niet moest doen. Hij liep naar me toe. Met slechts twee passen voelde ik zijn warme adem op mijn voorhoofd. Hij probeerde zijn rechterarm op te tillen en ik kneep mijn ogen dicht. Maar de te strakke jas ontzag mij van een blauw oog.

De jas leek voor even het enige wat er nog tussen ons was. Ik durfde me even voor te stellen hoe John eruit zou zien in een echte dwangbuis. Ik zag hem langzaamaan afkoelen en nam zelf voorzichtig een hap lucht. Hij trok de jas weer uit en zei dat hij honger had gekregen. Ik hing de jas terug, deed de knoop in mijn zak en volgde hem naar de keuken. Later die avond zou ik de jas weer repareren.

Door: Ailbhe Cunningham



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard