Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

The Pentacostal Principle

In eerste instantie leek het te beginnen als een normale wekelijkse persconferentie, maar zodra president Obama achter zijn katheder plaatsnam en de zesendertig camera’s van alle nationale nieuwszenders zijn bleek weggetrokken gezicht in close-up namen, wist de wereld: Er Is Iets Verschrikkelijks Gaande.

Barack keek vertwijfeld naar de camera’s, zijn vrouw, de vlag. Zijn onderlip trilde en hij leek naar woorden te zoeken. De angst brandde achter zijn ogen, de zaal verstomde. “De vijfde profetie van Dan Brown is uitgekomen,” stamelde hij hees. “In zijn laatste meesterwerk…” Hij moest pauzeren, een brok in zijn keel benam hem de adem. Hij kon de titel van het boek niet over zijn lippen verkrijgen. Slechts een enkeling in de zaal was dapper genoeg om het te fluisteren: “The Pentacostal Principle!” Barack vermande zich ging verder: “Er wordt niet aan getwijfeld dat dit een complot is van het islamterrorisme tegen de christelijke beschaving.”

De aanwezigen vielen huilend op hun knieën, kijkers thuis richtten gebeden en gezang op hun tv. Barack haalde adem, stootte één vuist in de lucht en riep: “De vijand zal niet ontkomen! Wij zullen een strategie ontwikkelen tegen…” Maar daar stopte hij. Want wie was deze mysterieuze mogendheid? Wie was in staat om de wereldorde op deze manier te bedreigen?

Nauwelijks tien minuten later rolde een communiqué van Vladimir Poetin van de fax. Daarin werd de beschuldigende vinger gericht op het Siberisch bevrijdingsfront én de autonome regering van Oekraïne. China ontkoppelde het Internet, India ondernam snel nog een atoomproef en in België trad de koning tijdelijk terug.

Het CERN stuurde een persbericht: “Wij waren het niet. We zijn hoogstens in staat om één seconde te doen verdwijnen, geen vijftig hele dagen!” Het publiek wist niet dat het tijdsverloop inderdaad al kon worden beïnvloed, was verrast en raakte nog meer in paniek. Dit leidde tot zeker twaalf anonieme aanvallen op willekeurige instituten. In één nacht gingen MIT, CERN en LOI in vlammen op. Wat LOI betreft, bij dergelijke wereldrampen heb je nou eenmaal ‘collateral damage’.

Greenpeace vreesde een milieuramp, de VN een militaire ramp, het Rode Kruis juist een humanitaire ramp.

Wall-Mart, HyperMarché en LIDL reageerden opportunistisch en gooiden survivalpakketten en regenponcho’s in de aanbieding. Gasmaskers waren binnen een uur nergens meer te krijgen. Fabrieken van atoomvrije prefabschuilkelders maakten overuren.

Een bericht van een onbekende terreurbeweging in het hooggebergte van Tibet, die de verantwoordelijkheid opeiste (men sprak van “potentieel miljarden doden”) werd drie minuten later alweer tegengesproken door de Chinese regering, die bovendien eiste dat alle exemplaren van het boek van Dan Brown tegelijk met de rebellen werden vernietigd.

Drie dagen later was het Pasen, overal ter wereld werd de adem ingehouden. Het leger stond in de hoogste staat van paraatheid, AirForce One cirkelde over de stad. Er gebeurde niets. Tweede Paasdag kwam, er gebeurde niets. Geen Apocalyps, geen Holocaust. Laat staan Pinksteren. PVV en SP stelden kamervragen: hoe kon dit gebeuren? Wie was verantwoordelijk voor de onkosten ter preventie van… van wat eigenlijk?

Op dat moment vond ergens in midden-Italië een heimelijke ontmoeting plaats van een jonge Limburge kapelaan met de paus. De kapelaan had in zijn parochieblaadje per ongeluk voorgerekend op welke datum Pinksteren valt, namelijk veertig dagen na carnaval. Helaas las niemand de inderhaast geplaatste correctie op de website, waarin hij uitlegde dat hij Pásen had bedoeld, niet Pinksteren, sorry, sorry en duizend excuses. Deze gevolgen kon hij toch niet vermoeden? De paus besloot om een persbericht uit te sturen om de rekenfout recht te zetten. Het bericht bereikte slechts pagina zestien van Trouw. De overige pers was alweer hyperventilerend bezig met het gerucht dat Keulen en Aken op één dag gebouwd waren.

Door: Ron van Wieringen

Standaard
Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Nee, nee en nog eens nee

Als haar man iets wilde, dan kreeg hij het. Erger nog: Als hij iets niet wilde, dan gebeurde het niet. Ongeacht wat zij wilde. Zo ging het al jaren in hun relatie, ze had het min of meer geaccepteerd. Hij was immers verbaal sterker dan zij.

‘Als we het kwartje van Kok terugkrijgen, krijg jij een Fiat 500 in de kleur Footloose blue’, zei hij toen ze had verteld dat ze al maanden verliefd was op die auto in die kleur.
Ze had genoegen moeten nemen met een groene Daewoo Matizz van veertien jaar oud. De reden was simpel: Kok was geen minister meer en kwartjes waren sinds januari 2002 uit de running.
Toen ze ‘per ongeluk’ folders over trouwbeurzen en feestlocaties rond had laten slingeren, zei hij: ‘Als de hel dichtvriest, gaan wij trouwen.’ Maar hoe konden ze nou controleren of de hel was dichtgevroren? Misschien bestond de hel niet eens. Ze had dus alle foto’s van trouwjurken die ze door de jaren heen op haar computer had verzameld in de digitale prullenbak gegooid. Met pijn in haar hart en tranen in haar ogen, want trouwen was een droom van haar geweest.

‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, gaan we voor een kind’, was zijn laatste statement.
Nu had ze hem waar ze hem hebben wilde. Want dát moest geregeld kunnen worden.
Ze begon met het schrijven van brieven. Prop na prop gooide ze in de prullenbak, want het was lastig. Overtuigend overkomen lukte haar niet zo goed. Maar na zo’n twintig correctierondes was ze tevreden.

De plaatselijke pastoor schreef niet eens iets terug. Dat maakte haar boos. Hij kon toch minstens een afwijzing sturen. ‘Astmatische, conservatieve minkukel’, mompelde ze kwaad, toen ze na zeven weken nog niets van hem gehoord had.
De bisschop van bisdom ‘s-Hertogenbosch schreef wél terug, maar ze had het idee dat hij met het verkeerde been uit bed was gestapt. Hij smeet met woorden als ‘heidens’ en ‘duivels’ en schreef dat hij er niets mee te maken wilde hebben.

Ze zocht uit hoe ze hoger in de katholieke hiërarchie moest komen, liet haar brief vertalen en stuurde versies in verschillende talen naar aartsbisschoppen, metropolieten, patriarchen en kardinalen.
Keer op keer ontving ze hetzelfde antwoord: Nee.
Als ze al antwoord kreeg.

Haar laatste hoop was Franciscus. Ze had goede hoop, want deze paus was veel ruimdenkender dan zijn voorgangers. Ze mocht hem wel; hij kwam op televisie heel sympathiek over.
Acht weken later – ze had de goede hoop al opgegeven – kreeg ze antwoord: Hij zou er over nadenken, want hij vond dat er een kern van waarheid in haar relaas zat.
Haar hart maakte een sprongetje, haar eierstokken deden een vreugdedansje.
Zestien weken daarna zag haar man hoe haar gezicht begon te stralen toen ze de zaterdagkrant uit de bus haalde. Ze smeet het dagblad triomfantelijk op tafel en spoelde haar anticonceptiepillen door het toilet.
Op de voorpagina schreeuwden de woorden, groot als chocoladeletters, hen toe:
‘Paus Franciscus schaft tweede paasdag én tweede pinksterdag af’

Standaard
Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Blijven zingen

Onderweg, Maarten is tegenwoordig alleen maar onderweg. Voor z’n werk, voor z’n vrienden, voor z’n hobby’s. ‘Je lijkt wel een nomade,’ zei z’n moeder zojuist bezorgd bij het bliksembezoek. Hij had gelachen en de deur van z’n trouwe Peugeot dichtgetrokken.

Het regent en de Tom-Tom leidt de weg naar een werkafspraak in Maastricht. Op de bijrijdersstoel de net opgepikte Tupperwarebakjes. Zachtjes zingt Maarten mee met Hungry Heart, nummer vijf van de Greatest Hits cd. Niet z’n lievelingsliedje van Bruce Springsteen, maar het blijft toch Bruce Springsteen, dus écht slecht is het nooit. Als je het maar vaak genoeg blijft meezingen, dan wordt het vanzelf wel wat.

Opgewekt stuurt hij de auto de snelweg op. Hij is opgewekt omdat hij zichzelf heeft toegesproken dat hij opgewekt moet zijn. Elke ochtend doet hij dat nu. In de spiegel. Je moet door, Maarten. Vooruit, niet achterom kijken. Opgewekt zijn, Maarten. Het leven is mooi. Let’s go!
Het werkt. Net als het half uurtje hardlopen daarna. Pas ’s avonds laat, als de dag geleefd is en het slaapkamerlicht uit is, neemt het gemis weer z’n hele hebben en houden over.

“Misschien heeft ze nog gelijk ook,” zegt Maarten hardop tegen zichzelf want de auto was tegenwoordig altijd leeg op hem zelf na. “Ik bén een nomade. Ik heb eigenlijk geen thuis meer.” Hij zucht en zet snel Bruce Springteen een flinke peut harder. Nu is niet het moment om somber te worden. Hij moet door, vooruit. Niet achterom kijken.
Het autodak trilt en de stem van Maarten komt niet over die van Bruce heen.

Zij was weggegaan. Het was haar beslissing. Koffers gepakt en zijn huis verlaten. Het was een woensdagavond en hij had een werkbespreking ergens in de polder. Het briefje dat bij thuiskomst voor hem op de keukentafel lag te wachten, zit nu tot zestien vierkantjes gevouwen in z’n portemonnee.

De reis gaat sneller dan verwacht. De borden langs de weg vertellen hem dat Maastricht dichtbij is. Volgens de verwachte aankomsttijd op het Tom-Tom schermpje is hij zelfs veel te vroeg.
Dan maar een kop koffie en een gevulde koek.

“Goedemiddag deze middag,” zegt Maarten tegen de serveerster van het wegrestaurant en ze groet hem met een zuinig knikje.
“Wat mag het zijn,” vraagt ze vervolgens zonder het te laten klinken als een vraag.
Hij doet z’n bestelling en neemt plaats aan een tafeltje bij het raam. Keuze genoeg: het is te laat voor lunchen en te vroeg voor diner. Sky Radio op de achtergrond. Een half uurtje geen Springsteen moet hij kunnen volhouden.

Ze schreef dat ze niet meer voelde wat ze ooit voor hem had gevoeld. Er miste wat en ze wist dat het nooit meer terug zou komen.
Daar moet hij het nu al drieëneenhalf jaar mee doen. Geen kans om het tegendeel te bewijzen.

Maarten vist een dubbelgevouwen vijf euro biljet uit z’n portemonnee en wenst de serveerster een prettige voortzetting van de dag. Hij moet weer door.

Het schemert al als Maarten het parkeerterrein van de opdrachtgever afrijdt. De Greatest Hits cd is weer begonnen bij het begin. Hij tikt op het stuur mee met de rollende intro van Born To Run, z’n lievelingsliedje van Bruce Springsteen.
“En nu snel naar huis, wie weet wacht ze op me,” zegt Maarten hardop tegen zichzelf want de auto was tegenwoordig altijd leeg op hem zelf na.
“Let’s go!”

Standaard
Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Nooit kinderen gehad

De oude man zat in een schommelstoel naast de open haard. Het jongetje had alleen bij hem aangebeld omdat zijn bal in zijn tuin was beland, maar zat nu met een dikke plak kandijkoek in zijn hand naar de verhalen van een veteraan te luisteren. Het ging over de eerste ontmoeting met zijn vrouw.

‘En toen zei ze: ‘Ik ga naar huis. En de meningen van jullie soldaatjes kan me geen moer schelen.’ Ze deed eerst nog een beetje moeilijk.’
Hij ging verder, terwijl een roodharige kat aan de buitenkant van de achterdeur krabbelde. Met een wandelstok liep hij erheen om de deur te openen, terwijl hij zijn verhaal alleen even onderbrak om ‘Kom dan, Keesje, kom dan’ te zeggen.
‘Omdat het Pasen was, was er een staakt-het-vuren afgeroepen. Weet je wat dat is? Een heel weekend geen oorlog. Toen zijn we naar een café gegaan en hebben het er van genomen. Wil je misschien een ijslolly?’
Het jongetje knikte. De man bukte om de la van de vriezer open te doen, maar zijn stok gleed weg en hij ging onderuit. De jongen rende naar hem toe. ‘Gaat het, meneer? Heeft u zich bezeerd?’
De man kreunde en kwam rustig overeind.
‘Mijn rug, mijn rug,’ mompelde hij, terwijl hij goed keek naar hoe het jongetje op hem reageerde.
‘Breng me maar naar de slaapkamer.’

Het jongetje ondersteunde de man, terwijl die op eigen kracht de trap op ging. Met een arm om zijn gast heen geslagen vertelde de man verder.
‘Het kon me niets schelen dat ze Duits was. Met de motorfiets van de postbode ben ik achter haar aangegaan en bracht die nacht stiekem met haar door, terwijl haar ouders sliepen.’
Ze waren nu bovenaan de trap en de man wees met zijn stok achter welke deur hun bestemming lag. De man vertelde verder.
‘Ze is na de oorlog meegegaan naar Nederland. We zijn nooit verhuisd. Helaas zijn we altijd met zijn tweeën gebleven. Ze was meer een kattenmens.’
Zijn vrouw was nu vijf jaar overleden, maar hij had een paar maanden geleden pas haar spullen het huis kunnen doen. Hij was sindsdien ontzettend eenzaam, zei hij.

Ze stonden samen naast het bed, toen de man beneden een geluid hoorde. Even hield hij zijn adem in. Daarna klonk het geruststellende geluid van vertrouwd getrippel op de trap.
‘Keesje is de enige die me snapt. En ik hem. Hè, Keesje?’
De kat stond in de opening van de slaapkamer en krabbelde aan de deurpost.
Het jongetje knikte begripvol. Zelf had hij een cavia, die vertelde hij al zijn geheimen.
De man had zijn overhemd uitgedaan en zat op de rand van het bed.
‘Volgens mij heb ik ook mijn knie bezeerd. Wil je even kijken?’
Ja, hoor, zei het jongetje. Geen probleem. Hij had zelf ook weleens een schaafwond op zijn knie gehad, dus hij wist hoe vervelend het kon zijn.
‘Ik wou dat je mijn zoon was,’ zei de man, terwijl het jongetje zijn broek naar beneden stroopte. De man keek neer op de bovenkant van het jonge hoofd. Hij herinnerde zich dat zijn vrouw vertelde hoe katten de band met hun jongen vaststellen. Toen begon de man gretig de kruin van de jongen te likken, in de hoop dat hij voor altijd bij hem zou blijven.

Standaard
Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Het gaat gewoon niet gebeuren

Karin zat rechts vooraan, aan de andere kant van de klas. Vanwaar Matthijs zat, links achterin, kon hij haar Pipi Langkous-vlechtjes zien schudden als ze lachte en zien zwiepen als ze iets niet begreep. Ze droeg altijd hele felgekleurde kleren met roze, groen en veel geel.

De spannendste momenten waren altijd als ze achterom keek naar Marieke, een van haar vriendinnen. Zeker tijdens rekenen deed ze dat vaak, en soms keek ze dan ook wel eens naar Matthijs, vluchtig. Meer dan een scan van haar omgeving was het niet, maar voor Matthijs het belangrijkste moment op elke willekeurige schooldag.

Op aanraden van Gerjan had Matthijs een briefje gemaakt. Hij had erop geschreven: “Ik vind je leuk”, bewust zonder afzender. Hij hoopte dat ze zou gaan zoeken en dan zou ze zijn blik vinden en dan zou ze het weten. Via Gerjan ging het briefje naar Ronald, die de opdracht niet begreep, het briefje las en om zich heen keek, zoekend naar de schrijver. Matthijs keek naar z´n schrift.

Het tweede briefje bevatte dezelfde tekst, maar nadat Matthijs het had dubbelgevouwen schreef hij er ook nog ´Karin´ op. Er mocht geen twijfel over bestaan voor wie het was bestemd. Via Gerjan ging het briefje weer naar Ronald, die de naam zag en nu voor de zware taak stond om het briefje over het gangpad heen door te geven. Hij wachtte keurig tot Juf Bouma iets op het blackboard aan het schrijven was en leunde naar rechts. Jammer dat hij z´n evenwicht niet kon bewaren en met stoel en al omver viel. Hij kon een uur nablijven vanwege het verstoren van de les, waar hij op z´n zachtst gezegd niet blij mee was, en het briefje dus maar verscheurde en de stukjes op Gerjans bureau legde.

De volgende geef ik wel naar rechts, had Gerjan gezegd. Prima, nieuw briefje dus. Via Gerjan ging-ie met gemak de kloof over, waarop Shaniqua het briefje onder ogen kreeg. Als minst heldere licht van de klas begreep zij niets van de naam en vouwde het papiertje dus gewoon open. De boodschap begreep ze dan weer wel, waarop ze zoekend om zich heen keek. Matthijs keek naar z’n pen.

Het nieuwe briefje had buiten de bekende tekst aan de binnenkant nu ook ‘Bestemd voor KARIN’ aan de buitenkant. En om zeker te weten dat er niks mis ging schreef Matthijs nog een speciaal briefje voor Shaniqua met de boodschap dat ze het ANDERE briefje door moest geven richting Karin.

Wonder boven wonder ging het goed, en het briefje hoefde na drie tussenstations nu alleen nog het laatste ravijn tussen de twee rijen over. Sander was verantwoordelijk en wachtte professioneel tot Juf Bouma weer problemen had met haar Powerpoint-presentatie. Behendig leunde hij opzij en gaf het briefje aan Karin. Ze keek Sander even aan en begon het briefje open te vouwen. Het hart van Matthijs klopte in zijn keel. Gauw keek hij in het raam of z’n haar goed zat, en staarde na wat minieme aanpassingen indringend naar Karin. Onder zijn bezwerende blik begon ze te lezen. Ze werd rood in haar nek en toen ook rood op haar wangen en keek naar Sander, die haar glimlachend een kusje toewierp. Ze ving ‘m, plakte ‘m op haar wang en typte glimmend een berichtje op haar telefoon. Marieke siste ‘gefeliciteerd!’ van achteren en toen de telefoons van de andere meisjes in de klas begonnen te piepen ging er een geroezemoes door de zaal. Sander en Karin waren een stel en Matthijs keek naar z’n handen.

Standaard