De bloemetjes en de bijtjes

Klas vol hormonen

Het was doodstil in de klas. Meneer Ros liet het bordkrijt uit zijn hand vallen en keek Angelique geschrokken aan. ‘Wat zeg je daar?’

Angelique lachte.
‘U weet toch wel iets over de bloemetjes en de bijtjes? We wachten al het hele jaar op dat hoofdstuk.’
Achterin de klas begonnen enkele pubers last te krijgen van hun hormonen en fluisteren giebelend het woord seks.

Meneer Ros wist dat deze dag zou komen. Voor hem zat een klas van twintig pubers die niets wilde weten van zijn biologielessen. Het zou hem verbazen als een van hen ook maar een Latijnse benaming wist van een plant. Maar elk jaar weer rond deze tijd kregen ze plots interesse in zijn lessen. Volgend hoofdstuk: voortplanting.

‘Maar jullie hebben tijdens verzorging daar toch al het een en ander over te horen gekregen?’
Het zweet stond hem op de rug en zijn woorden kwamen er wat ongemakkelijk uit. “Johan Ros, je laat je zwakte zien. Verman jezelf,” hoorde hij in zijn hoofd.

Ditmaal was het Widjoe die zijn stem liet horen: ‘Gast, dat ging alleen maar over rubbertjes en spiraaltjes. Wij zijn klaar voor het echte werk, snapt u?’
De rest van de klas begon ook rumoerig te worden. Johan Ros keek om zich heen en keek naar de dvd op zijn bureau. Hij glimlachte.

‘Oké, dan gaan we het hebben over de bloemetjes en de bijtjes. Ik heb daar een speciale dvd voor.’
Het bericht werd met blijdschap ontvangen en een golf aan hormonen verspreide zich door de klas.
‘Maar dat is op één voorwaarde.’
Iedereen keek hem weer aan.
‘Welke voorwaarde, meneer?’ vroeg Angelique onschuldig, terwijl ze met haar blonde lokken speelde.
‘Ik wil geen gegiebel, geen geklaag en ook verwacht ik een verslag van 500 woorden over deze dvd van jullie. Dat wil ik graag over twee weken hebben. Kunnen jullie daarmee leven?’
De klas stemde in en enkele jongens achter in de klas gaven elkaar een fist bump. Johan Ros lachte en zette de televisie klaar. ‘Tijd voor de bloemetjes en de bijtjes.’

Drie kwartier later ging de bel. Iedereen stond op en verliet enigszins teleurgesteld het lokaal. Angelique keek Meneer Ros aan en schudde haar hoofd voordat ze de klas uitliep. Ook Widjoe schudde zijn hoofd en zei: ‘Niet cool, man. Niet cool…’
Johan Ros keek opgelucht naar zijn klas en kon het niet laten om ze na te roepen: ‘Vergeet niet om het verslag te maken! Erg belangrijk voor je eindcijfer!’
Voldaan haalde hij de dvd uit de speler. Met grote letters stond op het hoesje de titel: Het leven van een imker. Met een brede glimlach plofte hij neer op zijn stoel.
“Als je bloemetjes en de bijtjes wilt, dan krijg je ook bloemetjes en de bijtjes!’

Standaard
De bloemetjes en de bijtjes

Sommige dingen gebeuren niet zomaar

Met een broodje en een dvd hebben we Hank voor de televisie gezet. Evelien en ik zitten aan de keukentafel. Het is zondagochtend, de mooiste ochtend van de week. Het is enige dag van de week waarop er meer rust in de wereld lijkt te zijn. In ieder geval in onze wereld.

Ik blader door de zaterdagbijlage van de Volkskrant, maar kan niet iets vinden wat ik wil lezen. Een hoop tweedehands gezeur van mensen die me niet interesseren. Het maakt me rusteloos. Want ik weet dat een schrijver in mijn positie, worstelend met een opvolger van een bestseller, juist inspiratie uit dit soort geneuzel van alledag moet halen.
Maar het glijdt allemaal van me af.
‘Wil je nog koffie?’ vraag ik dan maar.
Ze knikt.
Ik pak haar mok en ook de mijne en loop naar het aanrecht. Er zitten nog net twee kopjes in.
‘Alsjeblieft,’ zeg ik en neem weer plaats aan mijn kant van de tafel.
Ze kijkt op van haar boek.
‘Martijn, als je er over wilt praten, kan dat, hè.’
Een slok van mijn koffie.
Gelach uit de andere kamer.
‘Ik begrijp dat je niet zat te wachten op dit alles met je vader,’ zegt ze.
‘Die man is niet mijn vader.’
‘We hebben het allemaal eindelijk goed op de rails staan,’ gaat ze verder. ‘Ook met Hank enzo. Maar misschien is het wel iets goeds.’
‘Hoe dan?’
‘Nou, misschien is hij met een reden weer op je pad gekomen. Sommige dingen gebeuren niet zomaar, denk ik.’
‘Ik weet het niet.’
‘Het hoeft toch niet alleen maar iets slechts te betekenen?’
‘Hij heeft mijn moeder en mij in de steek gelaten, Evelien. Ik was een paar weken oud. Hoe kan zo’n eikel nou ooit iets goeds betekenen?’
‘Ik vraag je heus niet om ‘m meteen een tweede kans te geven. Maar ik geloof wel dat mensen kunnen veranderen.’
‘Je bent soms zo naïef,’ zeg ik met iets meer venijn dan ik eigenlijk wil. Het is een schrikreactie. Haar open kijk op de wereld is juist hetgeen wat ik zo bewonder in haar. Verfrissend en inspirerend. Een muze noemen ze dat.
‘Misschien is het inderdaad naïef,’ zegt ze, ‘maar laten we eerlijk zijn: weet jij waarom hij het destijds gedaan heeft? Misschien is er wel een heel goede reden. Ik kan me niet zo goed voorstellen wat, maar weten wij veel. Je moeder heeft er nooit, maar dan ook nooit iets over gezegd.’
Ik zucht. Het is waar. Over dat soort dingen hadden we het nooit. Mijn moeder sprak er niet over. Ze heeft nooit goed uitgelegd waarom oom Nico mij meenam naar de voetbalclub. Ik had gewoon geen vader, einde verhaal. Martijn, stop met zeuren, ga maar buiten spelen. Ik roep wel als het eten klaar is.
‘Ik weet het allemaal niet, Evelien.’
Ze klapt haar boek dicht en schuift het naar mij toe. Dan zegt ze: ‘Kijk, deze kreeg ik getipt van een collega. De gulle boom van Shel Silverstein. Slechts een paar zinnen en een paar tekeningen, maar het is echt zo mooi en krachtig.’
Ik open het boek, kijk naar de tekening en lees de eerste zin. Er was eens een boom… En hij hield van een kleine jongen.

Die avond mail ik Anja, bij hoge uitzondering uit mezelf.

Van: Martijn de Roode
Verzonden: zondag 18 augustus 2013 23:34
Aan: Anja@uitgeverij-ambitiosa.nl
Onderwerp: RE: Vorderingen

Anja,

Terugkomend op ons gesprek van een paar dagen geleden, het volgende. Ik heb besloten dat de thematiek van het Tweede Boek vaders en zonen moet zijn. Bijgaand twee nieuwe hoofdstukken en een herschreven proloog.

Hoor graag je bevindingen.

Martijn

Standaard
De bloemetjes en de bijtjes

Klier

Het gordijn dat voor de openstaande balkondeur hing wapperde en de geur van vers gemaaid gras kwam het huis binnen.

Iris nieste. Ze constateerde dat het veld van het binnenplaatsje achter de flat vanochtend gemaaid was en hoopte dat het snel zou gaan regenen. Vanachter het raam in de woonkamer keek ze neer op alle mensen, zo klein als insecten, die elkaar achterna liepen richting het park.

Maar natuurlijk ging ze mee naar het park. Allergisch was ze binnen ook wel. Huisstofmijt, erg vervelend. Niks aan te doen. Ja, ze had antiallergeen beddengoed gekocht, maar ze wist niet of dat werkte. Misschien ging het zonder wel veel slechter, maar ze had de energie niet om het te testen. Er waren teveel factoren.
Soms twijfelde ze of het wel door haar allergieën kwam. Er waren dagen dat het te makkelijk was om alles daar aan te wijten. Soms dacht ze erover om te doen alsof ze ernstig ziek was. Of beter nog, ze hoopte dan dat het zo’n ziekte werd die je zelf veroorzaakte door er zo erg aan te denken dat je het kreeg. Ze had ooit gelezen dat wie zichzelf kon overtuigen van een ziekte, het lichaam zich daar dan naar ging gedragen. Maar ze had zichzelf nog nooit ergens van overtuigd, dus ook het creëren van haar eigen kanker zag ze somber in. Maar ze ging ervoor. En het belangrijke was, dat ze er rustig onder bleef. Ze onderging haar ziekte. Ja, vandaag had ze kanker. Waar wilde ze het eigenlijk? Iets zeldzaams. Een klier of zo, dat klonk altijd lekker akelig. Lymfeklierkanker. In de lies. Ja, dan hoeven al die scharrels ook niet meer. Ze stond voor de spiegel met gebalde vuisten en haar ogen dicht keihard aan lymfeklierkanker in de lies te denken. Het was nu echt zo, en dan kon je er helemaal niks aan doen dat het zo zwaar was om bijvoorbeeld kleren aan te doen.

In het park was het afzien. Het verbaasde haar niet; waar was het niet afzien? Maartje vertelde over haar succesvolle stage als graphic designer, Femke hield niet op over haar fantastische relatie. Ze hadden nog geen enkele keer ruzie gehad.
Alles was afzien. Maar ja, ze was dan ook ziek. Ze twijfelde of ze het zou vertellen. Ze keek naar een meisje verderop, dat balanceerde op een dik, tussen twee bomen gespannen stuk touw. Er vloog een bij voorbij, terwijl ze een sigaret opstak. Zouden bijen ook kanker kunnen krijgen? dacht Iris. Toen mengde ze zich maar in het gesprek.
‘Wat enorm chill dat het zo goed gaat met jou en – hoe heet-ie – Wouter?’
‘Egbert,’ zei Femke geërgerd.
‘Prima. Hebben jullie al geneukt?’
‘Wat?’
‘Je weet wel. Bloemetjes. Bijtjes. Kruisbestuiving. Je stempeltje vol laten stampen. Dat soort dingen.’
‘Kruisbestuiving is heel wat anders, hoor. Daar komt geen bij bij kijken. Maar als je het echt moet weten: ja. Hij is een geweldige minnaar. Hij luistert echt naar wat ik fijn vind. En die grote handen van hem. Heerlijk. En, oh mijn god, hij heeft een grote lul!’, vervolgde Femke.
‘Ik heb kanker, jongens,’ zei Iris.

Standaard
De bloemetjes en de bijtjes

Geplukt

Tot haar knieën stond ze in het gras.Tussen de hoge groene sprieten overheersten de kleuren rood, paars, wit en geel. Hoe verder ze keek, hoe kleurrijker het veld zich uitstrekte. Alsof Van Gogh het live voor haar schilderde. Ze wist dat ze de rode klaprozen beter niet kon plukken omdat ze dan in haar hand uit elkaar zouden vallen.
En er was al zoveel uit elkaar gevallen.

Drie weken geleden was hij begraven, maar ze was nog niet naar zijn graf geweest. Bang voor wat ze aan zou treffen. Ze wist niet zeker of het gebruikelijk was om linten met tekst al meteen van bloemstukken te halen en ze had geen zin om van anderen te lezen hoeveel ze van hem hielden en hoezeer ze hem zouden missen. Haar eigen gemis ging al door merg en been. Daar had ze genoeg aan. Bovendien was ze bang zijn vrouw of kinderen te treffen op het kerkhof.

Ze plukte witte, gele en paarse bloemen. Soms kwam ze blauwe tegen, die ze ook in haar boeket stak. De rode liet ze staan, hoewel ze wist dat hij rood een mooie kleur vond. Hij zei altijd dat hij haar haren zo oogverblindend vond. ‘Zei’ en ‘vond’… ze merkte dat ze in verleden tijd aan hem begon te denken. Ze kon alleen maar aan hem denken. Over hem praten was geen optie. Niemand in haar omgeving wist van zijn bestaan. Zelfs haar man niet. Zeker haar man niet.

Gelijk aan hun ontmoetingen was hun afscheid elke keer vluchtig en kort. Dit afscheid was veel te abrupt. Te bizar. Ze had de hele dag geen antwoord gekregen op haar smsje en ongerust was ze gaan slapen. ’s Morgens las ze tot haar ontzetting in de krant dat hij was overleden. Plotseling. Ze kon niet uit de tekst opmaken waaraan. De naam van zijn vrouw stond eronder. En die van hun zoon en dochter. Naast zijn dochter werd een vriendje vermeld. Er had zich een steek vastgezet in haar buik. Over zulke dingen hadden ze het nooit gehad.

Ze had haar tranen moeten bedwingen tot haar man weg was. Toen ze eindelijk vrij kon huilen, lukte het niet.

Het veldboeket stond te wachten op haar tuintafel. Ze sloeg de bij die er omheen zoemde weg en keek op haar horloge. Acht uur. Het kerkhof was nu gesloten.

Om half elf kuste haar man haar gedag en ging werken. Een half uur later bond ze de bloemen met een rood haarelastiekje aan elkaar en verliet stilletjes het huis. Het kerkhof was stil en verlaten. Doods. Ze giechelde om die gedachte en schrok van het geluid. Ze klonk als een kind in een horrorfilm. Het joeg haar de stuipen op het lijf.

Vlug legde ze de bloemen op het verse graf en ze haastte zich van het kerkhof af. Alsof de duivel haar achterna zat.
Het afscheid was vluchtig en kort.

Standaard
De bloemetjes en de bijtjes

Een broer en een zus

Ze waren producten van dezelfde twee mensen.

Zij tekende, altijd, maar vooral als ze het even niet meer wist. Hij schreef, vaak, maar werd pas goed als het tegenzat. In haar zag hij vooral hun vader – de creativiteit, maar ook de onzekerheid. In zichzelf zag hij hun moeder – sterk en slim, maar niet echt origineel.

Hij genoot ervan als zij z’n verhalen las en ze mooi vond. Soms gaf ze tips, maar meestal niet. Meestal waren de verhalen al grappig of ontroerend genoeg. Dan tekende ze er in haar hoofd een plaatje bij, en heel soms tekende ze het ook in het echt.

Ze vroeg hem vaak om hulp voor haar tekeningen. Hij hielp graag, meestal met wat tekstuele dingetjes, en dan had hij het gevoel dat hij wat betekende. Hij keek naar de tekeningen, die soms grappig en soms ontroerend, maar altijd schattig waren en hoopte dat hij ooit zo mooi zou kunnen schrijven als zij kon tekenen.

Het verbaasde hem, dat ze zo onzeker was. Als ze een tijdje geen werk verkocht trilden de funderingen van hun ouderlijk huis met haar geschokschouder mee. En wanneer het aantal hearts op een Tumblr-post te laag was, kon alleen Grey’s Anatomy uitkomst brengen. Dat, en een forse reep chocolade. Hij zag dat en vroeg zich af hoe het kon. Ze creëerde dingen waar gewone mensen niet van durfden te dromen. Ze verzamelde fans alsof het niks was. En dan waren er dus de mensen die dingen van haar kochten. Zijn woorden? Niemand kocht ze, tenzij ze er waren voor een merk. Haar tekeningen gingen als zoete broodjes, was zijn gevoel, en het maakte echt niet uit waar ze over gingen. Al gingen ze over sokken, dan nog slikten de mensen ze voor zoete koek. Kon hij dat maar.

Zij was ondertussen vooral jaloers op zijn daadkracht en overtuiging. Als hij iets deed, dan lukte het. Dat had zij niet. Voor elke tekening die ze publiceerde gingen er gemakkelijk twintig de prullenbak in. Waarom duurde alles zo lang bij haar? Waarom had ze nog geen echte baan? Waarom verkocht ze niet genoeg om van te leven? Hij kon veertig uur per week op z’n reet zitten en stukjes raggen voor bedrijven en ondertussen moest zij bij een verzekeraar de administratie doen. Haar tekeningen? Ze waren alleen leuk voor wat hobbyisten, vrienden, kennissen en familie. Geen uitgever, geen schrijver, geen expositie wou haar hebben. Terwijl hij de bedrijven nauwelijks van zich af kon schudden. Kon zij dat maar.

Hadden ze elkaar nou maar.

Standaard