WK voetbal

Oma ging uit fietsen

Ik vind het WK iets moois: we zijn met zijn allen voor oranje en hoewel we de coach, die kloteverdediger of die kutspits van tijd tot tijd kunnen wurgen, vormt het oranjelegioen een blij, bijna pacifistisch volkje.

Het leukste: met zijn allen op een plein staan en heel hard bierdrinken en lachen en spelers van de tegenstanders op uiterlijke basis vergelijken met televisiepersoonlijkheden die we wél kennen.
Ik heb wel eens gehoord dat de oranjekoorts in 1988 pas echt begon.
We werden Europees Kampioen.
Wonnen van de Sovjet-Unie.
En eerder al van de Duitsers.
Iedereen keek.
Dacht ik. Want toen ik het er later eens met mijn oma over had, bleek dat helemaal niet iedereen keek. Oma was en is niet zo van ‘de voetballerij’ en gek doen met een oranje mutsje op, dat deed ze alleen met koninginnedag en toen Nederland werd bevrijd.
Nu zou je kunnen zeggen dat Nederland op 25 juni 1988 ook een soortement van bevrijd werd, maar deze bevrijding maakte mijn oma niet mee. Ze leefde nog wel, hoor, nog steeds, maar ze keek niet naar de wedstrijd, was er niet mee bezig en ging op die bewuste middag een eindje fietsen. Het was tenslotte een mooie zomerdag.
Op straat bleek het vrij rustig.
Zo rustig, dat mijn oma dacht dat ze een alarm had gemist, dat iedereen eigenlijk thuis zat met de ramen en de deuren gesloten, luisterend naar de radio of kijkend naar de televisie. Dat was ook wel zo, maar dan zonder alarm.
Er was helemaal niemand.
Niet op het fietspad, niet op de Hoofdstraat, niet op die ene drukke kruising en ook niet bij de oprit naar de snelweg.
Het moet een prachtig gezicht zijn geweest, een dame op een fiets met twee fietstassen, die rechtsaf slaat waar het eigenlijk niet mag en zo de A28 op fietst. Als een pionier, een cowboy op een paard over de uitgestrekte prairies van het wilde westen.
Nederland won, maar miste dat beeld.
Niemand heeft haar toen gezien. Misschien is het ook wel helemaal niet waar, dat van die snelweg.
Ze zou het overigens zo weer doen, als ze nog kon en haar benen haar niet in de steek hadden gelaten.
Maar ik beloof, oma, bij deze: wanneer Nederland dit jaar de finale van het wereldkampioenschap voetbal haalt en speelt, dan gaan wij een eindje rijden. Rechtsaf, de snelweg op, waar dan helemaal niemand is.

Standaard
WK voetbal

Tegen alle verwachtingen in

De interland is pas een half uur onderweg en hij heeft al vier keer gedacht haar te zien zitten op de tribune in een prima passend oranje shirt.

Zijn dochter Fleur was zijn alles. Na het onverwachts overlijden van zijn lieve vrouw, haar moeder, was die band alleen maar sterker geworden. Ze moesten het voortaan samen rooien in het leven en dat probeerden ze zo goed als zo kwaad.

Toch was Fleur in de winter van 2013 alleen naar Brazilië vertrokken. Zonder hem, zonder haar vriendinnen. “Pap, ik moet dit doen,” had ze gezegd. “Voor mijzelf.”
Elke avond had Fleur haar vader wat gestuurd. Een sms’je, een e-mail of een WhatsApp’je. Ik mis je, maar het gaat goed. Morgen ga ik het binnenland in. Mama kijkt over mijn schouder mee, ik voel het. Ik ben gelukkig.
Na dertien dagen stokte het dagelijkse contact. De volgende avond sloeg hij alarm. De lokale autoriteiten op zoek. Julio, de vriendelijke eigenaar van een goedkope Bed & Breakfast aan de rand van Sao Paulo, had haar voor het laatst gezien.
Na vier dagen werd de zoektocht gestaakt.

Tegen alle verwachtingen in laat het Nederlands elftal de Spanjaarden alle hoeken van het veld in Salvador zien. Hij ziet het, maar denkt aan Fleur. Zijn Fleurtje, rennend door de achtertuin in haar te grote oranje shirt. De bal via binnenkant plantenbak in de goal. De heg een volle tribune. Juichend langs de waslijn. Fleur, de eerste vrouwelijke speler die Nederland wereldkampioen had gemaakt.

Alle dromen smaken deze dagen extra bitter.

“Mooi hoor, dit overwicht, maar ondertussen staat het nog wel steeds 0-0,” zou ze gezegd hebben. En hij zou z’n enig kind gelijk hebben gegeven. Ze had kijk op het spelletje. Dat had hij toch maar even mooi doorgegeven.

Hij was zelf ook naar Brazilië gevlogen. Natuurlijk had hij dat gedaan. Hij had Julio gesproken. Ondervraagd. Gesmeekt om alsjeblieft dieper in z’n geheugen te graven. Wat had ze aan op die dag, Julio? Hoe zat haar haar? In een staart? Opgestoken? Of was ze nog gauw even naar de kapper geweest om het kort te knippen zodat ze er minder last van zou hebben tijdens het reizen zoals ze ook deed als ze met haar elftal een zware trainingsweek inging aan het begin van een nieuw seizoen? Alsjeblief Julio, denk na. Graaf in je geheugen. Help me dan toch.

En dan valt hij.
Aan de andere kant.
Zul je altijd zien.
1-0. Natuurlijk Iniesta. Binnenkant paal.
Maar het kan nog. Er is nog tijd.

Standaard
WK voetbal

De Liefde is Oorlog

In de huiskamer van Edwin wordt de tafel gedekt. Clarence zet een stapel borden op tafel en Winston tilt de pan met aardappels naar de kamer. Boudewijn heeft rosé meegenomen. Ze zijn eindelijk weer eens bij elkaar om naar het Nederlands elftal van nu te kijken.

De televisie staat al aan, de voorbeschouwing is net begonnen. Frank en Ronald wijzen naar het scherm en lachen om het overhemd van Pierre, dat door de Braziliaanse zon doorweekt is. Wat hij zegt, is niet belangrijk.
Patrick zit als eerste aan tafel. Hij zit breed, heeft mes en vork in gebalde vuisten. Hij bonst er ritmisch mee op tafel. Edwin en zijn vrouw wisselen een blik; voor je het weet zijn ze weer weg. Dan schuift ook de rest aan.
Er wordt gekeuveld, gegrapt en gegeten. Er worden voorspellingen van de wedstrijd gedaan en quizvragen over vroeger gesteld.
‘Wie was op het WK in ’98 de speler met de minste minuten?’
Er wordt gewezen en gelachen.
‘Hoeveel keer heeft Guus toen op de training geroepen dat Jaap eens rustig moest doen?’
Nog harder gebrul.
‘En wie sprong er in 2001 in de string van Kira Eggers het zwembad van het hotel in en gaf toen mij de schuld van die hele affaire?’ Patrick kijkt met grote ogen de tafel rond, zijn handen plat aan beide zijden van zijn bord.
Ronald lacht nog wat, uit schrik. Of de lach was al onderweg vanwege de vorige, grappige vragen. Maar het is vooral stil in huize van der Sar. Hier begin je niet over. Niet in zijn huis. Niet waar zijn vrouw bij is, in ieder geval. De mannen kijken weg, of even naar degene naast zich. Niemand zegt iets.

‘Mag ik de boontjes, Ed?’ Zowel Edwin als Edgar pakken tegelijkertijd een handvat van de pan. Edgar lacht, Edwin niet. Hij trekt de pan hardhandig naar zich toe en geeft deze aan Winston.
‘Rustig maar, Edwin. Ik weet dat je zenuwachtig bent, dat zijn we allemaal. Het komt allemaal goed.’
‘Jij weet helemaal niks van mij, Edgar!’ schreeuwt Edwin. De spanning is om te snijden.

De wedstrijd is begonnen. Spanje – Nederland, de eerste poulewedstrijd.
‘Eigenlijk is voetbal net als de liefde,’ zegt Michael, liggend op zijn buik op het tapijtje voor de televisie, zijn kin rustend in zijn handen.
De opmerking komt uit de lucht vallen, als een duvel uit een doosje.
Boudewijn vraagt wat hij daar precies mee bedoelt.
‘Oh, er zijn zoveel analogieën.’
Michael is niet iemand die veel praat, en zeker niet op avonden als deze. Daarnaast staat hij ook niet bepaald bekend om het hebben van een roerig liefdesleven.
‘Je denkt dat je elkaars looplijnen kent, dat je in een flow zit. Maar dan sust de tegenstander je in slaap en blijkt dat je helemaal niet in een flow zit,’ gaat hij verder.
‘Hoe krijgt-ie het over zijn lippen?’ probeert Ronald nog grappig te zijn, maar de rest is inmiddels rond Michael komen zitten.
‘Soms moet je het balbezit aan de ander laten,’ vult Jimmy Floyd aan. ‘Je zult zien dat je dan weer op adem komt en kracht vindt voor de beslissende fase.’
Ook Giovanni voelt de behoefte zijn gevoel te uiten.
‘Ik heb een aantal transfers gemaakt, maar bij haar heb ik altijd gedacht: hier keer ik nog een keer terug. Ik sluit mijn carrière zeker weten bij haar af.’
Op de televisie gebeurt van alles – Iniesta een gebroken enkel, Sneijder rood – maar er is enkel aandacht voor wat er in de kring wordt gezegd.
‘Op de bank zitten is helemaal niet zo saai als men denkt, hoor,’ beweert Winston. ‘Je bent toch samen.’
‘Jullie zijn allemaal heel positief, daar juich ik om. Maar ik zit zelf in de hoek waar de klappen vallen. Ik sta achter en ik ben niet in staat om het spel naar me toe te trekken,’ zegt Michael.
‘Voetbalanalogieën zijn alleen leuk als je 2-0 voor staat,’ mompelt Edgar.
‘Misschien moet ik maar om een wissel vragen, jongens. Ik kan niet brengen wat er van me verwacht wordt,’ vervolgt Michael.
Frank komt, zoals altijd, met advies. ‘Hey, Mike. Besef je wel dat jullie niet tegen elkaar spelen, maar in hetzelfde team zitten? Je moet niet bang zijn om je broekje vies te maken voor je teamgenoot. Wie is je eigenlijke tegenstander? Daar moet je achter zien te komen.’
Terwijl iedereen daar voor zichzelf over nadenkt, zien ze hoe Xabi Alonso en Nigel de Jong in de laatste minuut met hun koppen tegen elkaar knallen. De liefde is oorlog, zou Michels zeggen.

Standaard
WK voetbal

Bucketlist

Maanden geleden was ze begonnen met het afstrepen van dingen op haar bucketlist. Ze had de belangrijkste zaken geregeld en was vertrokken. Nu ging ze haar derde maand Zuid-Amerika in. Andere Nederlandse toeristen had ze al die tijd gemeden, maar vandaag zat ze in een volgepakt stadion tussen haar landgenoten. Het was overweldigend. Meer kon ze er niet van maken. Ze stonk naar zweet en werd verblind door de oranje vuurbal van T-shirts om zich heen. Ver onder zich zag ze tien oranje en tien roodgele poppetjes achter een bal aan rennen. Ze had geen idee wie de spelers waren, maar dat deed er niet toe. Ze kon nog iets van haar bucketlist afstrepen en dat was het belangrijkste. Een wedstrijd van Oranje bezoeken was al een Thing-To-Do-Before-I-Die sinds ze haar vader euforisch van voetbalwedstrijden terug zag komen. Euforisch en dronken. Ladderzat meestal.

Afkeurend gejoel steeg op. ‘Wat gebeurt er?’, vroeg ze aan haar oranje bebaarde buurman. ‘Hij fluit voor buitenspel, die hondenlul!’, schreeuwde hij terug. Ze wilde vragen wat buitenspel betekende, maar snoerde zichzelf de mond door een slok bier te nemen. De drank was lauw geworden door de hitte en ze moest kokhalzen. Ze zette het halfvolle bekertje bij haar voeten en schopte het omver. Nog tien minuten tot de rust. Over acht minuten zou ze haar plaats verlaten en nieuw bier halen, zodat ze de drukte voor was.

De wedstrijd kon haar gestolen worden. Ze snapte weinig van voetbal, maar de sfeer in het stadion had ze niet willen missen. Toen ze de trap naar de bovenste ring had beklommen, was ze zelfs een tikje zenuwachtig geweest. Op het moment dat ze de ring betrad, had ze zich vast moeten grijpen. Het duizelde haar. De grootte van het stadion zorgde ervoor dat zij zich kleintjes voelde. Als een miserabel sterretje in het complete universum. Ze snikte even kort, om het euforische gevoel dat bezit van haar nam de kop in te drukken. Dit was waarschijnlijk wat haar vader had gevoeld. Nee, dit was veel meer… Hij ging altijd naar NEC; het Nederlands Elftal op het WK in Brazilië was van een heel andere orde.
De muziek, tromgeroffel, een verdwaalde vuvuzela uit 2010, oerkreten van de supporters en het bier verdoofden haar. Ze was hier, in haar eentje op rondreis door Zuid-Amerika en in haar eentje in een volgeladen voetbalstadion op het WK. Het gevoel van dat ene miserabele sterretje groeide uit tot iets enorms. Ze werd de zon. Tranen liepen over haar wangen. Puur geluk stroomde door haar aderen en zette zich vast in haar hart. ‘I did it my way’ dreunde door haar hoofd.
Ze stond op om bier te halen en tegelijk met haar sprongen duizenden oranjegekleurde mensjes op. Gejoel, geschreeuw, uitingen van puur geluk, armen gingen omhoog, de tribune kermde onder het springen en stampen van de menigte. De stadionomroeper werd overstemd door muziek die harder en harder werd. Ze juichte en sprong mee, voelde hoe een elleboog in haar zij werd geplant en liet zich in de uitgestoken armen van de oranje bebaarde buurman vallen. Gedeeld geluk. Het eerste Nederlandse doelpunt was een feit. Spanje ging met de staart tussen de benen de rust in.

Standaard
WK voetbal

Voetbalfeestje

We hadden net met 3-2 van Uruguay gewonnen. Ik stond met een paar vrienden en vriendinnen in Café De Zeevaert op Vlieland. We sprongen, schreeuwden, dansten en dronken. Ik had Van Bronckhorst altijd een wat beperkte voetballer gevonden, maar ik verklaarde die avond dat hij ere-aanvoerder moest worden en vroeg aan de barman waarom er nog geen officiële Van Bronckhorst-dag was. Hij lachte me uit en gaf me de gevraagde zes pils.

Ik stond met Rik te praten. Hij studeerde medicijnen, was hyperintelligent en dronk dus niet tot nauwelijks. Hij stond nu desondanks aan z’n tweede biertje te nippen en vertelde over de beste manier om een salto te maken. Ik knikte wat en lachte op de juiste momenten, het slimste wat ik na zeven bier kon bedenken. Iemand raakte m’n arm aan. De twee meiden die bij ons waren hadden allebei een biertje vast en boden die aan mij en Rik aan.
“Hoeven jullie niet?” vroeg ik.
“Nee, kregen we van de barman, maar we hebben genoeg gehad.”
“Oh, nou, lekker!”
Ze gaven ons de biertjes.
“Wel atten hè!”
Rik en ik keken elkaar aan en sloegen de biertjes achterover. Ik deed de bekende ‘aaaghhh’ die volgt na een te snel gedronken biertje en keek even om me heen. Er was iets anders. Iets vreemds. Ik voelde me licht. Mijn blik werd nauwer, alsof ik aan de verkeerde kant door een verrekijker heen keek. Rik viel voor m’n ogen omver.
Ik mompelde: “dit is niet goed.”
En het licht ging uit.

Donker. Luchtbed.
Ik geef over. In een bak.
Ik kijk opzij. Drie paar ogen kijken me aan. Ik geef weer over. Donker.

Het is warm in de tent. Ik ga overeind zitten en wrijf de slaap uit m’n ogen. Naast m’n luchtbed staat een schone bak. Ik sta op, trek een broek aan en loop naar buiten. De groep kijkt me aan.
“Jongens, sorry,” zeg ik, “het spijt me.”
Er wordt wat geknikt. Ik ga in een lege stoel zitten en strek m’n hand uit naar de krat bier, bedenk wat ik doe, en trek m’n hand weer terug.
“Is er vruchtensap?”
Iemand geeft me het pak aan. Ik drink gulzig en kijk om me heen.
“Waar is Rik?”
“Die ligt nog te slapen. Wil je trouwens nog de filmpjes zien die we gisteravond hebben gemaakt?”
Ik kijk naar mezelf. Zwalkend, roepend en flirtend met een van de meiden word ik door de nacht geleid. Ik word uitgelachen, op het filmpje en om me heen.
Ik excuseer me nog eens. Het had niet mogen gebeuren. Er worden nog meer filmpjes getoond. Er wordt nog meer gelachen. Ik lach een beetje mee.
“Wat deed ik gisteren allemaal?” vraag ik aan het meisje waar ik mee flirtte op het filmpje.
“Ik denk dat ik dat maar voor me houd. Dat is makkelijker.”
Ik knik. Rik komt aanlopen. Hij gaat zitten, zucht, en spreekt:
“GHB.”

Standaard