HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Badkamerraam

In de maanden dat ze hier woonde, stond haar badkamerraam altijd wijd open – wat wellicht een wat royale beschrijving is als je het formaat van het raampje in beschouwing neemt.

Ik heb het eens gemeten vanuit mijn eigen douchecabine. De punt van mijn gestrekte vingers tot aan mijn elleboog, zo hoog. Mijn linkervoet en mijn rechtervoet achter elkaar, bijna zo breed.

Via onze identieke ramen zag ik precies haar billen. En als ik op mijn knieën zat en mijn hoofd zo ver mogelijk kantelde, dan ook wel eens haar borsten. Haar gezicht kende ik niet, maar haar gezang, dat altijd op de hoge noten vals was, gaf me er toch een idee van. Het stoorde me niet, want haar lijf was heerlijk rond en altijd schoon, omdat ik het alleen douchend kende. De aanblik door het venster wanneer ze zich met de spons geheel inzeepte verveelde nooit. Ik stelde me voor hoe mijn hand er achteraan glibberde. Ik streelde haar huid met mijn ogen. Haar lichaam en mijn ogen; het was iets tussen ons. Ze wist wel dat ik keek, hoopte ik. Dan was ik minder de perverseling, een voyeur, maar slechts het welkome publiek bij de voorstelling van een show girl. Het idee dat ze wilde dat ik keek, wond me op. Ik masturbeerde in het bad bij de aanblik van haar middenrif – je zou me toch niet geloven als ik dat ontkende.

In die periode was mijn voet ontstoken waardoor ik slecht kon lopen. Bovendien groeide mijn hekel aan de stad. De stank werd ranziger en de mensen norser. Was ik een ochtend of middag op straat geweest, dan voelde ik me de rest van de dag neerslachtig. Steeds vaker liet ik boodschappen bezorgen en de was ophalen. Ik herinner me hoe ik dagen achtereen op de bruine bank lag en naar het afbladderende plafond staarde totdat ik hoorde dat ze er weer was en me naar de badkamer verplaatste, waar ik in het ligbad knielde. Ze was er meestal ’s avonds, vlak na etenstijd, maar soms ’s ochtends vroeg, als ik nog sliep. Dan wachtte ik de hele dag op niets.

Ergens in oktober van dat jaar bleef het raam – mijn venster op dat witglanzende lichaam – gesloten. Toen het uitzicht onveranderd wegbleef, nam ik aan dat ze op vakantie was. Met de oren gespitst lag ik op de bank te wachten, maar ging zestien dagen achtereen elke avond teleurgesteld naar bed. Ineens was ik akelig eenzaam, nu ik haar niet meer had. De behoefte aan gezelschap groeide. De beginnende kou liet de stank afnemen en maakte de straten rustiger. Ik durfde weer naar buiten en het leek een goed idee naar Battery Park te wandelen.

Ik nam de lift naar de lobby die de vier appartementengebouwen met elkaar verbond, en daar zag ik haar. Op het mededelingenbord van de bewoners hingen foto’s van haar blote lichaam, maar uit net andere hoeken dan ik het kende. Het bleek een illusie dat het iets van haar en mij was; haar intieme show trok een veel groter publiek. Nu ook de mensen die geen uitzicht op haar hadden haar hier konden zien, was ze een beroemdheid geworden onder de honderden bewoners van West 24th Street. Ze hadden haar onschuldige vertoning verlaagd tot een pornografische bedoening en een vulgaire grap, en toen ze dit te weten kwam, vluchtte ze weg.

Niet lang daarna verhuisde ook ik. Mijn voet was inmiddels genezen en de stad had me onherstelbaar teleurgesteld. Ik kon geen deel uitmaken van de groep mensen die haar had gekwetst en van mij ontnomen. Ik verhuisde naar Connecticut en daarna naar Massachusetts. In de jaren die volgden verhuisde ik nog regelmatig, met altijd de hoop dat ik haar ergens zou treffen, omdat het zo voorbestemd zou zijn. Maar in nog geen enkel badkamerraam heb ik haar weergezien.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Badkamerraam van Selin Kuscu:

Goed verhaal, want: Mooie stream of consciousness, goede opbouw, gewaagd, rauw, eerlijk, origineel
Verbeterpunt: Het einde is een beetje een anticlimax, en de verhaallijn van de ontstoken voet is loos. Niet nodig om dit in Amerika te laten spelen. Titel kan uitnodigender.
“Ik heb het eens gemeten (…).” – Dit klinkt gek, alsof hij die afmetingen echt met zijn lichaamsdelen kon meten.
Mooiste zin(sdeel): “Want haar lijf was heerlijk rond en altijd schoon, omdat ik het alleen douchend kende.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard
HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Beelden

Ze waren als die eerste avond in het café. Zo’n avond die veel te laat eindigt. Een waarvan je spijt hebt dat je niet eerder weggegaan bent, maar eigenlijk naar nog veel meer van dat soort avonden verlangt.
Ze dacht dat hij de fotograaf van het feestje was. De bar was rokerig en donker en het was onduidelijk wie er wel en niet bij de genodigden hoorden, maar dat leek niemand iets uit te maken.
Ze goot haar laatste slokje witte wijn naar binnen. Het was lauw geworden en ze bestelde meteen een nieuwe. Niet lang daarna nog een.
De alcohol had zich al aardig een weg door haar lichaam gebaand toen ze hem zag. Of eerder, de lens van zijn camera. Ze wist niet meer wie het gesprek begonnen was, maar uiteindelijk hing de camera al zo lang ongebruikt om zijn nek dat ze hem vroeg of hij per uur betaald werd.
‘Ik ben hier voor mezelf. Dit soort plekken zijn de beste om te fotograferen en soms loop ik wel eens per ongeluk zo’n feestje binnen.’
Ze was blij dat hij dat die avond gedaan had.

‘Als ik nou over een paar jaar beroemd ben, zal je hier dan nog eens aan terugdenken?’
‘Dat is nog al iets om van jezelf te verwachten.’
Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar ze ging verder. ‘En daarbij, wil je dat? Iedereen die beroemd is, gaat aan de drugs en vroeg dood.’ Ze legde een stapel bierviltjes één voor één op de rand van de bar, tikte ze omhoog en ving ze weer op. Het was een spelletje dat ze van haar vader geleerd had en ze deed het nog altijd als ze in de kroeg zat.
Hij lachte en hief zijn bierglas. ‘Proost. Op de roem.’

Ze had haar nummer op één van de viltjes geschreven en de volgende dag belde hij haar. De dag daarna zat ze aan zijn keukentafel te eten en de dag daarna zat ze er naakt.

De ruzies aan diezelfde keukentafel begonnen pas veel later.
Het was winter en ’s ochtends vroeg dat ze haar spullen pakte. Haar lichaam trilde, haar hoofd zat vol met alles waar ze geen woorden voor kon vinden. Toen ze door het smalle trapgat naar beneden liep, ging de deur open. Een snijdend koude wind kwam haar tegemoet. Het geluid van zijn zware voetstappen in de gang volgde. Ze schreeuwde niet.
‘Sorry,’ had ze gezegd.
Hij was niet in staat geweest om iets terug te zeggen en keek haar slechts wazig aan. Daarna was hij naar boven gestrompeld en had zij de deur dicht getrokken.

Het was koud in de expositiehal, ondanks de benauwde hitte buiten. Ze streek even met haar hand over de foto waar ze voor stond. Ze herkende die avond, zij was slechts vaag op de achtergrond te zien.
Zijn hele expositie was in zwart-wit. ‘Dat geeft een extra laag aan de foto’s,’ zei hij altijd. Het klopte.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Beelden van Nynke de Boer:

Goed verhaal, want: Een hele relatie beschreven in een paar woorden. Mooie zinnen en de beste dialogen.
Verbeterpunt: Nog minder tell en meer show. Laatste zinnetje mag bijvoorbeeld weg. Niet alle zinnen zijn bovendien even ritmisch en vloeiend.
Mooiste zin(sdeel): “De dag daarna zat ze aan zijn keukentafel te eten en de dag daarna zat ze er naakt. De ruzies aan diezelfde keukentafel begonnen pas veel later.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard
HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Mevrouw Esther en Ofelia

Goedemorgen, Ofelia.”
“Goedemiddag, mevrouw Esther.”
Ofelia duwde de dikke, barokgordijnen opzij. Een explosie van fel licht overspoelde de duistere kamer. Alle kleine hoopjes stof en haren werden zichtbaar. Mevrouw Esther zat onderuitgezakt in bed, half onder haar dekens. Ze had een satijnen nachtpon aan. Haar witte haren waren gekruld, alsof ze zich had klaargemaakt om naar een chique feestje te gaan. Op het nachtkastje stond een halflege fles rode wijn en een volle asbak. Ze dronk de hele dag door en rookte af en toe een sigaret. Ze had nog zo’n ouderwetse houder, zoals in oude films.

Mevrouw Esther foeterde en sloeg haar handen voor haar ogen. “Moet dat, lieverd?”
“Ja mevrouw Esther. Het is een prachtige dag. Zal ik u helpen aankleden? Dan kunnen we samen in het park wandelen.”
“Ik kijk liever The Secret Garden.”
Mevrouw Esther keek altijd liever The Secret Garden. Een speelfilm uit 1949. Het verhaal was daarna nog meerdere keren verfilmd, maar ze keek het liefst naar de oude versie. Zodra de laatste credits het beeld uitrolden, klom ze langzaam uit bed om de videoband terug te spoelen.
“Weet u het zeker? Het is een hele mooie dag. Er zijn vast veel leuke mannen in het park,” plaagde Ofelia.
“Lieverd, ik heb genoeg mannen gehad in mijn hele leven. Zo’n jong en pittig ding als jij moet de hort op, in plaats van voor zo’n oude vrouw te zorgen.”
“Welnee, ik doe het graag.” Ze schudde de kussens op en hielp mevrouw Esther voorzichtig rechterop te zitten.
“Heb je nou al een leuke vent?” Ze stopte een sigaret in de houder en stak hem sierlijk op met een lucifer. Meteen na haar eerste trekje begon het hoesten, zoals gewoonlijk.
“Bent u nu al gestopt met roken?”
Mevrouw Esther lachte.
“Als jij zo oud bent als ik, God verhoede, doe je zelf niet anders. Je moet van alle dingen in het leven genieten, meisje. Dansen tot het ochtend is, drinken alsof er geen morgen bestaat.” Ze maakte er dramatische handgebaren bij.
“En roken tot je erbij neervalt?”
“Ach ja, waarom ook niet.”

Terwijl Ofelia de tientallen fotolijstjes afstofte, keek mevrouw Esther naar The Secret Garden. Ze kreeg nog altijd tranen in haar ogen bij de scène waarin de kleine Mary Lennox haar ouders verloor aan een choleraepidemie. Niet vanwege de tragiek van het verhaal, maar vanwege het sublieme acteerwerk. Een natuurtalentje, had men destijds gezegd.
“Gaat alles wel goed, mevrouw Esther?”
Ze veegde vlug haar tranen weg en schonk zichzelf een nieuw glas wijn in.
“Ja hoor, niets aan de hand. Een beetje heimwee.”
Vlak voor Ofelia vertrok, kwam ze naast het bed staan. “Kan ik nog iets voor u doen?”
Ze keek haar aan en glimlachte. “Nee lieverd. Niets. Ga maar gauw.”
“Weet u het zeker?”
“Heel zeker. Ga jij maar gauw naar je vent toe, samen lekker op stap.”
Ofelia giechelde en vertrok.
Mevrouw Esther klauterde trillend uit bed en trok de gordijnen dicht. Ze spoelde de videoband terug. Daarna kroop ze weer onder de wol.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Mevrouw Esther en Ofelia van Coby Boschma:

Goed verhaal, want: Sympathieke karakters, er gebeurt weinig maar toch ook wel. Subtiel, veel show en geen tell, geloofwaardige dialogen.
Verbeterpunt: Uit veel blijkt dat de twee elkaar goed kennen, dan weet Ofelia toch ook dat zij altijd bij die scène ontroerd raakt? Titel kan spannender.
Mooiste zin(sdeel): ““Heb je nou al een leuke vent?” “Bent u nu al gestopt met roken?”” En: “Zodra de laatste credits het beeld uitrolden, klom ze langzaam uit bed om de videoband terug te spoelen.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard
HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Lauren

Lauren is altijd mooi, maar vanavond is ze extra mooi. Ik ken de reden niet, maar er zal vast wel weer ergens een première zijn. In deze stad is er altijd wel ergens een première.
Speciaal voor vanavond heeft ze haar lange rode jurk uit de kast getrokken. Dat is mijn lievelingsjurk. Hij valt tot haar enkels en heeft een diep decolleté, zonder dat ze eruit ziet als een slet. Daar kunnen andere vrouwen nog wel iets van leren.
Onder de jurk draagt ze zwarte hakken, van die hele hoge die nog een stuk van de tenen bloot laten. Voor anderen zijn ze ongetwijfeld moeilijk om in te lopen, maar niet voor Lauren.
Maar mijn meest favoriete gedeelte van Lauren is haar gezicht. Het is hartvormig, omlijst door lang blond haar en het doet mijn hart sneller kloppen. Ze heeft een profiel waar ik vanaf wil skiën en wangen waar ik mijn lippen op wil drukken. Haar ogen zijn groen en kunnen mij soms zo indringend aankijken dat ik er bang van word, alsof ze al mijn diepste gedachten weet. Op haar wangen heeft ze een licht blosje en haar lippen zijn rood, net zoals de jurk. Een plaatje.

Ik ken Lauren al heel lang. Ik kan me haar eerste rolletje nog wel herinneren, als zuster in een ziekenhuisserie. Voor velen viel ze niet zo op, maar voor mij was ze meteen bijzonder. Ik heb een oog voor talent.
Sinds die tijd heeft Lauren veel rollen gehad. Ze werd steeds bekender en meer mensen begonnen in te zien wat ik allang door had: Lauren is een ster. Steeds vaker is ze te zien in meer dingen dan alleen series en films. Vaak zit ze ook op de bank bij een praatprogramma of doet ze mee aan een spelshow. Dan zwelt mijn hart van trots. Dat heeft ze toch maar mooi geflikt.

Maar soms ben ik boos op haar. Dan haat ik Lauren en haar bekendheid. Ik ben er altijd als zij mij nodig heeft en dat wéét ze, maar nooit andersom. Als ze verdrietig is stuur ik haar kaartjes, als mensen slechte dingen over haar zeggen verdedig ik haar. Maar krijg ik daar iets voor terug? Nooit. Soms is het net alsof ze niet weet dat ik besta. Maar ik ben er altijd.

Zoals vanavond. Ik bekijk haar terwijl ze haar parfum op spuit. Een beetje in haar nek en achter haar oor. Als ik mijn ogen dicht doe, kan ik het ruiken. De zoete geur doet mij altijd denken aan de zomer. Nog een keer werpt ze een blik in de spiegel. Dan pakt ze haar tas. Heel even werpt ze een blik mijn kant op. Ik houd mijn adem in. Dan draait ze zich om een verlaat ze de kamer. Ik adem uit. In dat moment was het even alsof ze me zag, écht zag. Maar ze ziet me nooit. De takken verbergen me te goed.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Lauren van Sophie van Vrijberghe de Coningh:

Goed verhaal, want: Knappe opbouw, met elke alinea wordt de clou iets duidelijker.
Verbeterpunt: Speel met de kunst van het weglaten. De laatste zin bijvoorbeeld, een goede verstaander heeft het zonder die zin ook wel door. Wees nóg subtieler. Kan beeldender, en de gebruikte beelden kunnen minder cliché. Titel kan beter. Minder vertellen mag ook: ‘Daar kunnen andere vrouwen nog wel iets van leren’, hoeft niet.
Mooiste zin(sdeel): “Ze heeft een profiel waar ik vanaf wil skiën.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard
HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Meneer Mayfair

Krampachtig trekt hij de zwarte doek wat verder over zijn hoofd.
‘Godverdomme,’ mompelt hij. Dat ze hem op straat fotograferen, daar kan hij zich nog iets bij voorstellen. Maar hij zit thuis, in zijn eigen woonkamer. Hoe durven ze? Met zijn rug tegen de muur laat hij zich naar beneden zakken. De koude betonnen muur koelt zijn rug binnen enkele seconden af. Langzaam laat hij zich naar beneden zakken, tot hij gehurkt tegen de muur aan zit.

Even tilt hij zijn doek omhoog. Hij draait zijn hoofd en tuurt met één oog uit het raam waar hij zojuist naast is gaan zitten. De flitsen verblinden zijn ogen.
‘Zet verdomme die flitsers uit,’ brult hij naar het raam. Hij laat zijn doek weer over zijn gezicht vallen en sluit zijn ogen, maar hij blijft de flitsen zien. Paarse kleuren vormen grote vlekken voor zijn ogen.

Hij laat zich zijwaarts op de grond vallen en kruipt onder het raam door. De badkamer, daar is hij veilig. Daar is geen enkel raam waar die verdomde paparazzi naar binnen kan kijken. Om er te komen moet hij minstens vier meter door de kamer kruipen. En dan zal hij door het raam te zien zijn. Dat moet rare shots opleveren. Minstens zo raar dat zijn dochter morgen weer aan de telefoon hangt met de vraag wat hij nu weer heeft uitgespookt.

‘Hou op, laat me alsjeblieft met rust,’ jammert hij. Als hij had geweten wat beroemdheden moeten doorstaan, had hij het lied nooit ingezongen. Dan had hij op zijn minst het lied aan een andere artiest verkocht. Onder een pseudoniem, zodat niemand wist wie hij was. Hij slaakt een diepe zucht bij die gedachte. Eén singeltje, alles wat nodig was om voor de rest van zijn leven achtervolgd te worden door monsters met camera’s. Want dat waren het, monsters.

De gordijnen. Waarom denkt hij nu pas aan de gordijnen? Hij hoeft maar een klein beetje omhoog te komen om ze in een ruk dicht te doen. Hij laat zijn doek van zijn gezicht zakken en bestudeert de afstand tussen hem en het gordijn. Langzaam komt hij wat omhoog. Dan, net als een pleister die je er in één keer afrukt, maakt hij een sprong richting het gordijn. Een doffe klap volgt. Hij schreeuwt het uit. Langzaam wordt het zwart voor zijn ogen.

‘Ja, het was meneer Mayfair weer,’ zegt Alyssa en ze strijkt haar blouse glad. ‘Hij dacht weer dat er paparazzi voor het raam stond.’ Ze schud langzaam haar hoofd. Haar collega Tara legt een hand op haar schouder. Sinds dag één hadden alle verzorgsters het spelletje met de 72-jarige meneer Mayfair meegespeeld. Maar niemand in het verzorgingstehuis had ooit verwacht dat dit hem fataal zou worden.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Meneer Mayfair van Simone Timmers:

Goed verhaal, want: Er wordt spanning geschept en de clou komt onverwacht.
Verbeterpunt: De afwikkeling naar de clou komt te snel, wordt meteen ‘verklapt’. Dat kan subtieler en spannender. Het verhaal is humoristisch, maar probeer ook buiten dat genre te schrijven. Bovendien: dt-fout! Titel kan beter.
Mooiste zin(sdeel): “Hij laat zijn doek weer over zijn gezicht vallen en sluit zijn ogen, maar hij blijft de flitsen zien.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard
HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Deze week vijf verhalen van HVA studenten

In samenwerking met de minor Creatief Schrijven van de Hogeschool van Amsterdam organiseerde Schrijversgenootschap de (Voorheen) Lege Bladzijde een schrijfwedstrijd. De afgelopen weken zijn studenten van deze minor aan de slag geweest met een opdracht die wij voor hen in het leven hebben geroepen. Het idee was simpel: schrijf een kort verhaal binnen het thema ‘beroemd’. Dat is immers wat je wordt, zodra jouw fantastische verhaal bij ons online staat.

Deze week presenteren wij de vijf beste verhalen. Op maandag nummer vijf, op vrijdag de grote winnaar. Wij willen ook weleens een weekje vrij.

En om dan ook écht vrij te hebben, hebben we een speciale jury in het leven geroepen om door de jungle van verhalen te banjeren. (Oké, we hebben de jungle eerst een beetje verkend en met een kapmes wat paden voor ze vrijgemaakt.)

Met ontzettend groot genoegen presenteren wij onze gastjury: Lisanne Mathijssen en Peter Zantingh.

Zij is redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker en stond onlangs zelfs op Geen Stijl. Hij is ongeveer evenveel webjournalist bij NRC als romanschrijver. Zijn debuutroman Een uur en achttien minuten werd alom geprezen en zijn tweede, getiteld De eerste maandag van de maand, volgt in september.

Kortom: deze week geen verhalen van de schrijvers waar u zo dol op bent, maar vijf ook heel leuke gastschrijvers uit de kweekvijver die de Hogeschool van Amsterdam heet.

Veel plezier deze week en voor de winnaars: gefeliciteerd!

Standaard